reflectie78(1-2).vp

De Bijnadoodervaring als Zingeving De illusie voorbij Lambèrt de Kwant ‘ Het werkte niet alleen lichamelijk genezend, mijn psychisch welbevinden ging ook vooruit. Mijn levensopvatting was niet langer somber en grauw. Mijn leven had nu een doel, dat be- stond uit het helpen van anderen en ze te laten delen in mijn positieve perspectief. Ik leek niet meer een slaaf van de tijd te zijn. Ik voelde me niet meer geprest door de klok, er was altijd wel tijd om wat meer of iets anders te doen.” Zo maar een van de vele woorden uit de mond van die miljoe- nen mensen die een bijnadoodervaring hebben gehad en die hun leven, alsmede de manier waarop zij daarna naar het leven kijken, drastisch veranderden. Ook de angst voor de dood verdwijnt in de meeste geval- len, een overtuiging die zij ook graag met hun omgeving wil- len delen. Ze hebben een overweldigende lichtervaring gehad, hebben ‘wezens van licht’ ontmoet, zagen hun levensfilm, waarbij ze de pijn voelden die ze anderen aandeden. Het is mede door de medisch technologische ontwikkelin- gen dat steeds meer mensen een levensbedreigende lichame- lijke crisis overleven en bijzondere ervaringen hebben. De samenleving lijkt steeds meer open te staan voor wat mensen hierover te vertellen hebben. Het was de Amerikaanse psychiater Moody die voor het eerst het begrip ‘bijnadooder- varing’ introduceerde. Zijn vele publicaties en lezingen heb- ben ertoe geleid dat steeds meer mensen over hun BDE zijn gaan praten 1 . Velen hebben jarenlang deze ervaring verzwegen, omdat de directe omgeving, maar ook artsen en verpleegkundigen af- wijzend reageerden op wat mensen over hun diep ingrijpende ervaringen vertelden. Veel mensen die zo’n levensbedreigende crisis hebben overleefd, vertellen naderhand dat zij op dat mo- ment een voor zichzelf buitengewone bewustzijnservaring hebben gehad. Volgens cardioloog Van Lommel is een bijnadoodervaring een geestelijke ervaring tijdens een bijzondere bewustzijnstoe- stand, die kan optreden tijdens een periode van klinische dood, maar ook tijdens een periode van ernstige ziekte, een fatale situatie (ongeluk), hartstilstand, of tijdens het stervensproces. De nadruk in deze definitie ligt op de omstandigheden waaronder men een dergelijke beleving had: men was bijna- dood, ofwel in medische termen: klinisch dood. Behalve de bekende voorbeelden van levensbedreigende omstandigheden die kunnen uitmonden in de klinische bijnadoodsituatie, zoals een bijna-verdrinking, shock bij ernstig bloedverlies, compli- caties tijdens een operatie, een coma na een ernstig ongeluk of een suïcidepoging, kan men ook tijdens een sterfproces derge- lijke bewustzijnservaringen hebben. Daarnaast komen er ook steeds meer gevallen aan het licht, die niet wijzen op een le- vensbedreigende omstandigheid, terwijl men toch dezelfde bij- zondere bewustzijnservaringen rapporteerde, zoals tijdens een valpartij, een psychische shock, zintuiglijke over- of onder- prikkeling, langdurige slaapdeprivatie (te weinig slaap of te veel storingen tijdens de slaap) of zomaar zittend in je stoel. In een wetenschappelijk onderzoek van de Stichting Mer- kawah 2 is de definitie opgenomen van de BDE zoals die door een Nederlands onderzoeksteam, op grond van buitenlands on- derzoek, door Pim van Lommel is geïntroduceerd. Vertrouwd gegeven Aanvankelijk beperkten de studie en de discussie over het le- ven na de dood zich tot het domein van de religie. Mensen met bepaalde ervaringen spraken daar niet over, uit angst voor gek of lijdend aan hallucinaties uitgemaakt te worden. Mede door de vele verhalen over het meemaken van een bijnadooderva- ring konden artsen en wetenschappers de bewijzen niet langer negeren. Persoonlijkheidstests wezen uit dat mensen met een BDE normale, betrouwbare personen waren. Het is de ver- hoogde belangstelling voor de BDE die ook tot ander onder- zoek heeft geleid. Mensen begonnen zich af te vragen of het ook mogelijk is de ervaringsgebieden van een BDE te bereiken zonder een bijnadoodervaring te hoeven doormaken. Als deze ‘werelden van Licht’ gelijktijdig met de onze bestaan en men- sen ze na bijna-dodelijke ongelukken voortdurend betreden, zou het volgens Sant Raijnder Singh ook mogelijk moeten zijn dat we ze op andere momenten binnengaan. Voor de moderne wetenschap is deze vraag nieuw, maar voor velen in het Oos- ten, en mensen die yoga en meditatie beoefenen, is het een vertrouwd gegeven. Het ervaren van het bovenwereldlijke is zelfs een van de belangrijkste doelen van meditatie. Men is daardoor in staat contact te maken met het Innerlijke Licht. Dit Licht is er niet alleen voor diegenen die aan het eind van hun leven door de poorten van de dood gaan, maar ieder van ons kan het ook tijdens zijn of haar leven ontdekken. Wat de bijnadoodervaring zelf betreft, is het goed even stil te staan bij wat mensen, die dit meemaakten, ervaren hebben. Hoe- wel er sprake is van individuele verschillen, zijn er toch een aantal identieke ervaringen. Zo blijken mensen opeens buiten hun lichaam te zijn. Ze zien hun eigen lichaam op bed of op de operatietafel liggen, maar realiseren zich pas later dat dit hun ei- gen lichaam is (“alsof ik mijn jas heb uitgedaan”). Mensen op een hartafdeling kunnen hun eigen reanimatie zien, kunnen zien wat er gebeurt, horen wat er wordt gezegd, wat overi- gens ook geldt voor blinde BDE’ers. Wat mensen na hun reanima- tie weten te vertellen, blijkt precies te kloppen: hoe vaak ze een stroomstoot hebben gehad, wie een infuus heeft toegediend en wie er bij de reanimatie aanwezig waren. Ook is het bekend dat mensen die doof of ernstig hardhorend zijn, tijdens hun reanimatie precies kunnen horen wat er wordt gezegd. Mensen die kleurenblind zijn, kunnen precies vertellen wat voor kleuren er waren. 20 Reflectie 1 (1-2) september 2004 Leven en Dood

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=