reflectie78(1-2).vp
Heel frappant zijn de verhalen van mensen die vanaf hun ge- boorte blind zijn, die nooit hebben kunnen zien. Tijdens hun bij- nadoodervaring hebben ze kunnen waarnemen wat er precies bij hun reanimatie gebeurde, hoe de omgeving er uitzag, al is dit voor hen moeilijk te beschrijven, omdat ze geen referentiekader hebben. Een citaat in dit verband uit het boek Books of the dead van Stanislav Grof, een van de opmerkelijkste figuren uit de wereld van de transpersoonlijke psychologie die vooral bekend werd door zijn boek Reizen door de geest 3 : ‘Er zijn… gevallen gerapporteerd van mensen die blind wa- ren vanwege – een door de artsen bevestigde – beschadiging van hun visuele systeem en die desondanks hun omgeving kon- den zien toen ze klinisch dood waren… Dergelijke voorvallen kunnen, anders dan in de meeste andere aspecten van bijna- doodervaringen, onderworpen worden aan een objectieve toet- sing. Zij vormen daarom het beste bewijs dat de gebeurtenissen in bijnadoodervaringen op méér berusten dan alleen hallucina- ties en fantasieën van een fysiologisch gestoord brein.’ Grof schreef dit al in 1994 en wordt met instemming geciteerd in het vrij recent verschenen boek van Kenneth Ring en Sharon Coop- er ‘ Blind ziende – Bijnadoodervaringen van blinden 4 . In het eerste hoofdstuk houden de auteurs zich bezig met de vraag of blinden kunnen zien en spraken dan ook van ‘aan- wijzingen van een paradox.’ Ze wijzen erop dat veel materiaal van vóór hún onderzoek naar het fenomeen van blinde BDE’ers de vlam van het geloof aanwakkert, dat blinden soms kunnen zien, wanneer ze op de rand van de dood verkeren. De vraag of blinden kunnen zien, was op dat moment dan ook zeer netelig. Sommige van de door hen weergegeven en onder- zochte verhalen zijn zeker intrigerend, maar als verzameling van onderzoeksbevindingen zullen ze zeker kritische denkers niet van de waarheid van deze paradoxale bewering overtui- gen, hoogstens van de mogelijke waarheid ervan. Hoe dan ook, medisch is het niet goed te verklaren hoe mensen die bewusteloos zijn, zonder hartslag, zonder ademha- ling, zonder bloeddruk, kunnen waarnemen vanuit hun positie buiten en boven het lichaam. Opmerkelijk is ook dat wat deze mensen vertellen bijna letterlijk overeenkomt met de inhoud van het Tibetaanse Do- denboek 5 , dat ongeveer 400 na Christus werd geschreven. Mensen beschrijven wat zij meemaakten na hun overlijden en het is frappant te lezen dat hun ervaringen overeenkomen met wat mensen met een BDE meemaakten. “Wanneer het bewust- zijnsprincipe buiten het lichaam raakt, zegt het tot zichzelf: ben ik dood of ben ik niet dood? Het kan het niet vaststellen, het ziet familieleden en bekenden zoals het tevoren gewend was ze te zien. Zo is hij of zij in staat te zien dat zijn voedsel apart wordt gezet en dat zijn lichaam van kleren worden ont- daan en dat de plaats van de slaapmat wordt gereinigd. Ook kan hij het huilen en het klagen van zijn vrienden en verwan- ten horen. Hoewel hij in staat is ze te zien en te horen, dat ze hem aanroepen, kunnen zij niet horen hoe hij hen roept.” 21 Reflectie 1 (1-2) september 2004 Mozaïek in de koepel van het zogeheten Mau- soleum van Galla Placi- dia in Ravenna, tweede kwart van de vijfde eeuw. Tussen de gevleugelde apocalyptische wezens in de hoeken straalt het kruis als teken van de wederkomst van Christus aan een nachtelijke sterrenhemel . (Dit plaatje werd over- genomen uit “Bood- schappers uit Hogere Sferen, de cultuurge- schiedenis van de engel” Uitgeverij Kok)
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=