reflectie78(1-2).vp
Helachtige en hemelse bijnadoodervaringen Wat mensen met een BDE zoal meemaken is verschillend, maar toch zijn er een aantal identieke ervaringen. Zo vertellen ze dat ze het gevoel hebben door een donkere ruimte te gaan, meestal met een gevoel van vallen; met in de verte een helder, niet verblindend licht waar ze naar toe worden getrokken. Velen spreken van een tunnel, en anderen zitten aanvankelijk alleen in een donkere ruimte waar ze niet goed uit kunnen. Deze fase kan erg angstaanjagend zijn, zolang ze in de verte geen licht zien. Mensen worden omringd door groteske menselijke en dierlijke figuren, ze horen andere mensen kreunen en pijn lij- den, ze doorstaan geweld en demonische vormen van kwelling. Er zijn observaties van mensen die werden gereanimeerd, nadat ze klinisch dood waren; er zijn vele voorbeelden van BDE’ers die vervelende en bedreigende scenario’s meemaak- ten. Onderzoeker Rawlings dacht dat hij zuivere verslagen kon weergeven, omdat hij aanwezig was toen het verschijnsel optrad. Hierdoor ontwikkelde hij zijn theorie dat ten minste de helft van alle bijnadoodervaringen helachtig begint en dat die daarna hemels wordt als de episode verder gaat, waarbij de gemiddelde persoon zich na zijn terugkomst alleen het hemelse gedeelte kan herinneren. Opvallend is dat Kenneth Ring al in 1980 er op wees dat mensen met voorkennis van het fenomeen bijnadoodervaring minder kans hadden de helachtige ervaring mee te maken dan mensen die daar niets van wisten. Een antwoord op het ‘waar- om’ geeft mogelijk het Tibetaanse Dodenboek, waarin wordt beweerd dat alle visioenen van na de dood, ongeacht het soort, eigenlijk projecties zijn van de geest van de betreffende per- soon. Dit houdt in dat het hiernamaals misschien al in ons bewustzijn vastligt en dat mentale beelden bepalen wat je na je dood aantreft. Dit zou kunnen betekenen dat zowel de hemelse als de helachtige scenario’s heel goed een deel van de natuur- lijke weg van het onderbewuste kunnen vertegenwoordigen, terwijl via tal van bestaansniveaus dit onderbewuste van de ene staat van bewustzijn in de andere overgaat. Geen wensdroom Na de tunnelervaring komen sommigen in een wereld van ongelooflijke schoonheid, waar ze andere wezens kunnen ont- moeten. Ze spreken van prachtige landschappen, bloemen en schitterende kleuren. Het is alsof je zelf in de wereld staat, want ook nu scheppen we een beetje onze eigen wereld. Wie een opgeruimd karakter heeft, ziet iedereen om zich heen stra- len, maar wie somber of depressief is, ziet ook een sombere omgeving. Toch gebeurt het ook dat vooral depressieve men- sen geholpen worden de wereld van licht binnen te gaan. Die andere wereld is bijna ongelooflijk mooi, vredig en rustig en er wordt muziek gehoord die hier nog nooit is gehoord. In die andere wereld ontmoeten BDE’ers soms over- leden familieleden en bekenden die hen begroeten alsof ze thuiskomen. Deze bekenden worden doorgaans heel duidelijk herkend; soms zien ze er weer helemaal gezond uit, terwijl ze zich hen nog herinneren als heel ziek en zwak zoals in de peri- ode vóór hun overlijden. Ook is er vaak sprake van communi- catie met hen. Het wordt wel “praten” genoemd, maar bij doorvragen is er toch meer sprake van communicatie via ge- dachten dan via woorden. Hoe dan ook, het zien van overleden familieleden is bepaald geen wensdroom. Kinderen, bijvoorbeeld, zullen nooit hun nog levende ouders zien, maar wel bijvoorbeeld een overleden oma. Wat ook vaak voorkomt is dat mensen in staat zijn in contact te komen met een “stralend licht” of een “Wezen van Licht.” Het is een van de meest indrukwekkende dingen van wat men- sen met een BDE meemaken. Aan het eind van de tunnel of in de wereld van ongelooflijke schoonheid ontmoeten ze een zeer helder licht waarin ze als het ware worden opgenomen. Dit licht is niet verblindend, het straalt liefde en warmte uit, het geeft hun een gevoel volledig geaccepteerd te zijn, een veilig gevoel van rust, vrede en liefde. Velen vinden het heel moeilijk dit licht te benoemen. De één zegt een engel gezien te hebben, weer een ander Jezus of Maria; maar dit is zeer cultuurgebonden en afhankelijk van opvoeding en religieuze achtergrond. Zo zal een kind het weer anders verwoorden dan een volwassene, maar eigenlijk zegt iedereen dat woorden niet voldoende zijn om dit gevoel van licht en liefde te beschrijven. Mensen met een BDE hebben dit Wezen van Licht als god- delijk beschreven, en het is niet zo verwonderlijk waarom er in veel verslagen werd gesproken van een ontmoeting met Jezus, terwijl een Moslim wellicht zou zeggen, dat hij de profeet Mo- hammed gezien had. Dat ‘Wezen’ geeft een liefdevol overzicht en maakt geen verwijten. Sommigen beschouwen dit zien van de oorzaken en gevolgen als een “Dag des Oordeels”, waarbij zij zich realiseren dat je niets, maar dan ook niets ontlopen kunt. Je wordt hoe dan ook onherroepelijk geconfronteerd met je te- kortkomingen en je vele ‘vergissingen’ (dus geen zonden), maar ook met de momenten waarop je liefdevol handelde. Sommigen zijn verbaasd dat juist aan een in hun ogen vergeten en onbete- kenende daad zoveel waarde werd gehecht. Zo zag een BDE’er, tijdens het ‘afspelen’ van zijn levensfilm, zich terug gedurende een treinreis waarin hij aandachtig naar het trieste verhaal van een medereiziger luisterde die hij ook kon troosten. Totaal ver- geten maar voor eeuwig opgetekend. Zijn reisgenoot was van plan een einde aan zijn leven te maken, maar zag daar na dit gesprek toch maar van af. Het meest aannemelijke is dat dit “Wezen van Licht” de eigen ziel is die zich manifesteert en waarmee je op dát moment in direct contact bent, maar waarmee je, zoals gezegd, ook op andere manieren in contact kunt komen, zoals tijdens meditatie. In haar roman Een glimp achter de sluier krijgt de hoofdper- soon Robert, die juist een BDE achter de rug had, van Solange te horen: “Dit mysterieuze Wezen van Licht is je eigen ziel, de Engel der tegenwoordigheid. Roberts mond viel open van ver- bazing.‘Dit goddelijke Wezen is je eigen ziel? Als dit zo is, waarom herken je het dan niet als zodanig?’, vroeg hij, haar woorden eigenlijk in twijfel trekkend. ‘Omdat de meesten van ons niet zielbewust zijn en we ons zo met de vorm vereenzelvi- gen. We zijn van de geestelijke mens, onze ziel afgesneden en er ver van afgedwaald. De gelijkenis van de verloren zoon in de Bijbel verwijst hiernaar. We zijn van huis afgedwaald, maken alles te gelde in een ver land, aangestuurd door begeerte. Echter, als we tot onszelf komen, onze ziel zich als fluistering in de wind doet gevoelen, richten we ons figuurlijk op en keren terug vanwaar we gekomen zijn… Een kort moment smelt ons per- soonlijk zelf samen met ons individuele alwetende Zelf, het We- zen van Licht. Tijdens dat korte moment wordt ons de hele keten van oorzaken getoond, die gedurende ons leven heeft ge- werkt. Even, heel even maar, is ons vergankelijke ego ‘en 22 Reflectie 1 (1-2) september 2004 Leven en Dood
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=