reflectie78(1-2).vp
rapport’ met ons blijvende Ego. Het overzicht dat ieder mens te zien krijgt, krijgt hij van zijn eigen ziel. Het is dus ook zijn eigen ziel die hem terugstuurt naar het tijdelijk in gebruik zijnde lichaam. Het is onze eigen ziel die zich doelen gesteld heeft die iemand op het stoffelijk gebied kan proberen te verwezenlijken, óf naast zich neer te leggen. De keus is altijd vrij. Terwijl we het overzicht krijgen, bevinden we ons in het as- traal lichaam, daarom beschouwen we het Wezen van Licht ook als apart van onszelf. Ik heb je al verteld, dat het stervensproces nog niet geëindigd is na de stoffelijke dood. We worden pas echt weer één met onze ziel, als we de ijlere lichamen hebben afgelegd. Het doodsproces is niet voltooid, voordat we ons astraal en mentaal lichaam hebben ontbonden en we weer vrij staan in ons zielenlichaam, het oorzakelijk lichaam. Pas dan zijn we weer terug bij ons ware Zelf. De uiteinde- lijke vereniging kan lang of kort duren, dat verschilt nogal en ligt aan ons bereikte stadium van bewustzijn en of we wel of niet gevoelig zijn voor begoocheling, denk hierbij aan de ver- schillende Bardo’s uit het Tibetaanse Dodenboek die ons op onze reis kunnen vertragen of tegenhouden’, zei ze en zweeg. Even later zegt Solange:’Al is het maar een moment, na een bijnadoodervaring of anderszins, dit korte moment dat iemand samensmelt met het Wezen van Licht – dat de Ziel is – is niet zonder blijvende gevolgen. Welk boek over bijnadood- ervaringen je ook openslaat, de uniformiteit in nawerkingen is opvallend. Ten eerste is er de veranderde kijk op liefde. Com- passie voor de medemens lijkt tot in het wezen van de persoon met een bijnadoodervaring te zijn doorgedrongen. Ten tweede is er de behoefte, een enorme behoefte, aan kennis. Men hon- gert naar kennis, wil grip krijgen op zaken als leven en dood. Er is een behoefte zichzelf opnieuw nader te beschouwen en te doorgronden. Wat is het doel van mijn bestaan?” Niet religieuzer, wel spiritueler De roman beschrijft exact welke veranderingen mensen na een BDE ondergaan, want na zo’n BDE wordt een leven dat gericht is op materialistische waarden en bezitsverwerving als einddoel door mensen met een bijnadoodervaring doorgaans inderdaad als leeg en zinloos ervaren. Veel personen met een ervaring vertellen dat ze niet meer kunnen instemmen met de maatschappelijk gewaardeerde re- gels, die vereisen dat mensen met elkaar moeten concurreren om materiële beloningen en succes. Aanzien en het maken van indruk worden niet meer op prijs gesteld. Het leven draait nu meer om zorgen dan presteren. Duidelijk is dat er al na een jaar sprake is van een veranderde levensinstelling. Pas na verloop van vele jaren kan iets worden gezegd over de rol die een BDE heeft gespeeld. De tendens is duidelijk: BDE’ers weten zich door hun ervaring gesteund en weten dat er iets is. Hun erva- ringen hebben hen tot gevoeliger mensen gemaakt en ervoor gezorgd dat ze meer waardering hebben voor de dingen waar het in wezen echt om gaat. Ze zijn de illusie voorbij, doordat ze de echte werkelijkheid geschouwd hebben. Velen hebben vertrouwen geschonken aan de meest triviale en waanzinnige symbolen: pillen, geld, ‘bescher- mende’ kleding, invloed, aanzien, aardig gevonden worden, de ‘juiste mensen’ kennen en een eindeloze lijst van vormen. Het is in dit verband opmerkelijk dat mensen door hun bij- nadoodervaring zélf hebben ervaren dat deze wereld illusie is , zoals Een Cursus in Wonderen en onder andere ook oude Hindoeïstische geschriften dit beschrijven. Ze ervaren, zoals ze dat zelf zeggen, dat al deze dingen substituten zijn voor Gods liefde. Ze zien in dat al deze dingen vóór hun BDE werden ge- koesterd om de identificatie met het lichaam zeker te stellen. Ik rond af Er is overigens een groot verschil tussen mensen met een BDE, die daarover vanuit een innerlijke drang willen praten, en de schrijvers van boeken die ermee op de sensationele toer gaan. Tijdens een Merkawah- Ontmoetingsdag zei iemand te- recht dat je eigenlijk niet direct met je BDE naar buiten zou moeten treden, want als het goed is, stralen we onze ervarin- gen zelf uit. Het moet vanuit onszelf komen, niet vanuit ons ego. Omraam Mikhaël spreekt eveneens van de noodzaak zelf licht voort te brengen. Het is daarom niet zo verwonderlijk dat ‘Licht’ zo’n belangrijke functie heeft in de BDE’s van de meeste BDE’ers. In zijn boek Gered door het Licht 6 beschrijft Dannion Brinkley zijn bijnadoodervaring, na tijdens een telefoon- gesprek door een blikseminslag geëlektrocuteerd te zijn. Een afschuwelijke ervaring die hij nauwelijks overleefde. Brinkley kreeg zijn BDE na door de bliksem getroffen te zijn, of zou je kunnen zeggen, door het Licht. Hij leerde de dood serieus te nemen door mensen bij het sterven te begeleiden en te functio- neren als hun spirituele metgezel. In zijn gesprek met een sjamaan in Peru zegt deze tegen hem: “In mijn cultuur ben je een bliksemsjamaan. Mijn volk gelooft dat God mensen uitkiest door hen te laten raken door de bliksem. Het is heel bijzonder wat er met jou is gebeurd. In mijn cultuur geloven we dat de bliksem je de kracht van een poema geeft, de wijsheid van een slang en het evenwicht van een condor. Maar je krijgt ook een enorme verantwoordelijk- heid die je moet waarmaken, anders vervaagt die fantastische lichtbundel waar God je heeft ingezet en… verdwijnt snel.” De fysieke oorzaken van een BDE verschillen en niet ie- dereen werd, zoals Brinkley, door de bliksem getroffen, maar het is een schitterende metafoor: de BDE’er als bliksemsja- maan die de wereld wil vertellen dat de dood niet het einde is en het belangrijk vindt dat mensen hun angst voor de dood kwijtraken. In haar boek Kinderen van het nieuwe millennium onder- zoekt P.H.M. Atwater hoe kinderen, met een verhoogde ge- voeligheid en een bijzonder inlevingsvermogen, de mensheid zouden kunnen helpen de spirituele waarheden te herontdek- ken, die we nodig hebben om in onze radicaal veranderende wereld te overleven. 1 Moody, R.A.: Leven na dit leven – Ervaringen van mensen tijdens hun klinische dood” . Srengholt, 1987. 2 De Stichting Merkawah wil mensen met een bijnadoodervaring voorlichten en begeleiden; zij geeft lotgenoten de gelegenheid elkaar te ontmoeten. Zij verricht tevens wetenschappelijk onderzoek. De stichting geeft het kwartaalblad Terugkeer uit. Info: 035-6295751. 3 Stanislav Grof: Reizen door de geest . Servire, 1994. 4 Kenneth Ring / Sharon Cooper: bijnadoodervaringen van blinden. Ankh-Hermes, 2001. 5 Het Tibetaanse Dodenboek . Ankh-Hermes, 1988. 6 Dannion Brinkley: Gered door het Licht . Pocketuitgave Muntinga, 2002. * * * 23 Reflectie 1 (1-2) september 2004
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=