reflectie78(1-2).vp
Reïncarnatie? Paul van Oyen Het is genoegzaam bekend dat wijlen H. M. koningin Juliana een brede spirituele belang- stelling had en dat zij, ook in haar Kersttoespra- ken, regelmatig een aanwijzing gaf in de richting van reïncarnatie. Zij bleef haar leven lang een ‘zoekende’ in bijbelse zin. Over re- ïncarnatie heersen de grootste misverstanden. Niet zelden wordt alleen al de gedachte aan re- ïncarnatie in orthodoxe kringen verketterd als ‘duivels’. Eén zo’n misverstand is, dat de me- ning heeft postgevat dat reïncarnatie uitsluitend betekent ‘dat je weer terugkeert op aarde, in een volgend leven’. Zo bezien lijkt het alsof reïn- carnatie ons veroordeelt tot oneindige gevan- genschap in deze materiële wereld. Wellicht wordt het tijd om het principe van reïncarnatie nog eens aan een nader onderzoek te onderwerpen. In haar Kersttoespraak 1974 sprak koningin Juliana nadrukkelijk over het feit dat de mens op weg is. De vraag is: waarheen ? Vervolgens verwijst zij naar de onbegrensdheid van het eeuwige dat voorbij tijd is. Reïncarnatie is gebaseerd op het idee dat de mens een reis door de schepping heen maakt en dat de mens, vroeg of laat, (als de bijbelse ‘verloren zoon’) terugkeert ‘naar het huis van de Vader’. Die terugkeer naar huis is het centrale gegeven van iedere reïncarnatieleer. Ieder menselijk wezen staat voor de uitdaging om door de doolhof van het tijdelijke zijn goddelijke en onsterfelijke oorsprong terug te vinden en te verwerkelij- ken. Die verwerkelijking is ‘verlossing’ of ‘bevrijding’. Helaas is door 1950 jaar dogmatiek het principe van reïncar- natie binnen de christelijke geloofstraditie op de achtergrond geraakt. Dikwijls hebben politieke motieven een rol gespeeld om de bijbelteksten op dit punt te ‘kuisen’. Toch is dit niet he- lemaal gelukt en is het wachten op een bijbelse theoloog die aangeeft hoezeer reïncarnatie in feite centraal staat in de bood- schap van Jezus Christus. De meest in het oog springende tekst is uit Mattheus 11:12-14 : “En van de dagen van Johannes de Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der Hemelen geweld aangedaan, en de gewel- digers nemen hetzelve met geweld. Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd. En zo gij het wilt aannemen, hij is Elias, die komen zou. Wie oren heeft om te horen, die hore.” En ook Mattheus 17:12-13 : “Maar Ik zeg u, dat Elias nu gekomen is, en zij hebben hem niet gekend; doch zij hebben aan hem gedaan, al wat zij hebben gewild; alzo zal ook de Zoon des mensen van hen lijden. Toen verstonden de discipelen dat Hij hun van Johan- nes de Doper gesproken had.” Reïncarnatie betekent letterlijk opnieuw vlees worden. Dit doet ons natuurlijk onmiddellijk denken aan het begin van het Johannes Evangelie (I:14) : “En het Woord is vlees geworden en het heeft on- der ons gewoond, vol van genade en waarheid.” Het enige verschil tussen een goddelijke Incarnatie (in het Sanskriet avatâra genoemd) en een menselijke is dat God zich van tijd tot tijd laat incarneren om in de schepping in te grijpen, als de duistere krachten van onwetendheid dominant dreigen te worden en de loop van de schepping dreigen te verstoren. In de Vedische traditie wordt gezegd dat de Incarnaties meestal van Vishnu zijn (zoals Krishna en Râma). Dit is niet verwonderlijk, omdat juist Vishnu de on- derhoudende en levenbrengende kracht van God zelf symboliseert. Vanuit het standpunt van de Vedische traditie is Jezus Christus een Incarna- tie van Vishnu. Overigens wordt in de meer vrijdenkende krin- gen binnen de christelijke traditie het God-zijn van Jezus Christus wel eens in twijfel getrokken en wordt verwezen naar een oud gebruik rond het Middellandse Zeegebied om geeste- lijke en spirituele leiders als Godheid aan te spreken en een goddelijke dimensie toe te kennen. Dit was al zo bij de Egyp- tenaren en de Perzen en werd door keizer Augustus van Rome in de tijd van Jezus Christus overgenomen. De keizer liet zich dan ook aanspreken als Divus Augustus (de goddelijke Augus- tus) en overal in het Romeinse Rijk verrezen tempels in zijn naam. Ook binnen de Joodse traditie werd de opperpriester beschouwd als rechtstreekse ‘uitdrukking’ van God zelf. Ons denken wordt zeer begrensd en ingeperkt door 2000 jaar van manipulatieve dogmatiek. Wakker worden Reïncarnatie is gebaseerd op het besef dat de menselijke ziel een heel proces van rijpwording en van volwassenwording doorloopt over een (soms heel lange) reeks van belichamingen of ‘vleeswordingen’. Zo’n belichaming hoeft zeker niet alleen de menselijke belichaming te zijn. In feite wordt het verwer- ven van een menselijke belichaming gezien als een bekroning. Dan begint het ‘echte’ werk pas. Als we om ons heen kijken, is heel goed te zien dat ook het mensdom bestaat uit vele ni- veaus van ontwikkeling of evolutie. Niet zelden kunnen we onszelf betrappen op de heimelijke uitspraak dat abject on- menselijk gedrag ‘beestachtig’ is. En zo is het ook. Komend uit een dierlijke belichaming zal een ziel eerst de dierlijke nei- gingen in haar menselijke belichaming moeten zien te over- winnen om zich vandaar door zeven stadia of stappen heen te ontwikkelen naar het hoogste niveau van de verloste of bevrij- de ziel. Dat Jezus Christus, Krishna en Boeddha ons hierin zijn voorgegaan door ons het voorbeeld ‘van bovenaf’ te geven, onderschrijft alleen maar de stelling van de noodzaak om ‘wakker te worden’. Zowel Jezus Christus als Krishna roepen bijna in koor: “Word wakker, sta op! En ga aan de slag”. Voor Arjuna betekende dit letterlijk om aan de veldslag van Kuruk- 24 Reflectie 1 (1-2) september 2004 Leven en Dood
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=