reflectie zomer 2013.vp

Vaste verandering Marjolein Jansen Onze aarde is vast. Ik kan haar aanraken, voelen, op haar stampen. Ze lijkt onveranderlijk, een grote bol die er al miljar- den jaren is en waarvan we niet beter weten dan dat ze voorlo- pig nog wel door zal gaan met bestaan. De planeten om ons heen zijn er ook al zolang als we ons kunnen heugen, al kun- nen we de meesten pas sinds relatief korte tijd waarnemen. Vaste gegevens, net zoals het voor mij een vast gegeven is dat ik dit lichaam heb wat waargenomen kan worden door an- deren en waardoor ik bewijs heb voor mijn bestaan. Als meisje van een jaar of zestien ging ik op een zwoele zo- meravond met twee vrienden naar het strand. We liepen daar in het betoverende landschap, het maanlicht gleed over de duinen en het witte zand, wat een maagdelijke indruk achterliet. Op onze rug lagen wij naast elkaar en ik zag zoveel ster- ren, dat ik er duizelig van werd. Het besef van de nietigheid van mijn bestaan is me tot op vandaag bijgebleven, ik ben als een korrel in het zand waarop ik lag te staren en te dromen van verre reizen in dat onmetelijke universum, de ruimte. Dat besef groeide verder en onlangs had ik zo’n zelfde erva- ring toen ik een documentaire zag waarin werd uitgelegd dat het zonnestelsel rond het centrum van de melkweg draait met een snelheid van 782 460 kilometer per uur (dat is gemiddeld 217,35 km/s). De omwenteling is voltooid na 226 miljoen jaar. Uitzoomen. De ruimte in. Dat onmetelijke onbekende univer- sum. Het laat me letterlijk de ruimte zien die er is. Ik ben vast, van stof, maar mijn gedachten zijn dat niet. Gedachten komen en gaan, de hele dag door. Soms herken ik oude gedachtepa- tronen, ook vast, zo lijkt het. Ik ben zus en zo, ik reageer zus of zo op bepaalde situaties, vaststaande feiten. Maar wat ben ik nou eigenlijk, als ik uitzoom? Ben ik dit lichaam? Ben ik mijn gedachten? Ben ik echt die vaststaande oude gedachten en emotiepatronen die gebaseerd zijn op wat ik meemaak in dit leven? Of komen mijn gedachten ook elders vandaan? Waar komen mijn creatieve ingevingen vandaan, mijn grappen en grollen, de liefde voor mijn medemens en dier, die ik intens kan voelen en zo overweldigend kan zijn. Komt dit uit mij, of komt het via mij? Ik laat me graag inspireren door wat ik meemaak, wat ik zie, wat ik waarneem. Mijn gedachten dwalen soms af naar verre oorden, soms zelfs oorden waar ik nog nooit geweest ben. Herinneringen, geluiden, geuren, beelden, woorden van het verleden, heden, toekomst? Ik ervaar het als de magie van het leven. Ik heb gemerkt dat het bruikbaar is, overvloedig stro- men wil, ik hoef er alleen maar aan toe te geven dat het er is, open voor te staan. Dit proces… ervaar het als het proces van creatie, inspiratie. In verbinding met mijzelf als onderdeel van het universum ben ik deel van de creatie, ervaar ik verbinding met anderen, de perfectie van alles, zelfs de ogenschijnlijke im- perfectie. De synchroniciteit, hoe alles in verhouding staat tot alles, van de kleinste protonen tot de sa- menhang tussen de grootste hemellichamen, mijn voorouders, onze levensgeschiedenis, een rijke schat van ervaringen van alles wat voor mij heeft geleefd en wellicht ook wat komen gaat. Waar haalt de mens zijn behoefte aan creatie vandaan? Hoe weten we waar we naartoe willen, wat goed voor ons is, wat we nodig hebben? De ruimte tussen alles in is gevuld met ener- gie en bewustzijn, tussen moleculen, tussen pla- neten, tussen mensen. Ik ervaar het als niets en tegelijkertijd alles. Alles wat ons verbindt is al- tijd in beweging. Met onze creaties creëren we verandering, terwijl dingen ogenschijnlijk gelijk blijven en vast zoals de aarde, ons zonne- stelsel en onze lichamen. Door mijn eigen wezen waar te nemen, let- terlijk te ‘wezen’ waar ik ben, ben ik. Ervaar ik mijn ‘zijn’ door de energieën waar te nemen tus- sen mijzelf en andere mensen, dieren, natuur, ruimte. Mijn neutrale waarnemer is die ruimte, mijn onbekende universum. * * * * 17 Reflectie 10(2), zomer 2013

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=