reflectie zomer 2013.vp
is ook normaal voor het nestoriaanse christendom dat ooit tus- sen 300 en ca.1300 een wereldkerk is geweest langs de zijde- route – tot in China toe dus. Verschillende vrouwen van de mongoolse vorsten op de steppen van China, Turkmenistan en Afghanistan zijn nestoriaanse christenen. In Europa heeft eeu- wenlang de legende van de legendarische ‘priester Jan’ be- staan. Deze ‘priester Jan’ zou ergens in het Verre Oosten een christelijk koninkrijk hebben gesticht. Men wist in Europa dus van christenen in het verre Oosten. Dat kunnen nestoriaanse christenen zijn geweest of misschien ging de legende over het manichees christelijke koninkrijk van de Oeigoeren. In 762 bekeert de Oeigoerse vorst Bügü Khan zich tot het christen- dom – en zijn hele koninkrijk met hem. In 840 wordt het boeddhisme staatsgodsdienst. Ook de manicheese wereldkerk leert reïncarnatie. Met andere woorden: voor de ‘Kerk van het Oosten’ (nestorianen, manicheeërs, Thomaschristenen) is re- ïncarnatie en christendom geen enkel probleem. De Jezussutra’s In China zijn een aantal zogenaamde ‘Jezussutra’s gevonden. Teksten van de nestoriaanse christenen. Meestal in het Chi- nees, soms in het Sogdisch en Syrisch. We lezen over Jezus: Daarom zond God zijn Koele Bries om over een uitverkoren jonge vrouw te komen, met de naam Mo Yan, die geen echtge- noot had, en zij werd zwanger. Heel de wereld was hier getuige van en begreep wat God had gewrocht. De macht van God is zo groot dat Hij een belichaamde geest kan scheppen en deze de weg kan wijzen naar het heldere, zuivere pad van het mededo- gen. Mo Yan schonk het leven aan een zoon en noemde hem Ye Su, die de Messias is en Koele Bries tot vader heeft. ‘Koele Bries’ is natuurlijk de Heilige Geest. Elders in de Sutra’s wordt de Heilige Geest gelijk gesteld aan de Tao. In de manicheese literatuur wordt de geest van God gelijk gesteld aan de God van de steppe Tangrin. Het ‘zuivere pad der mededo- gen’ verwijst natuurlijk naar het Mahayana-boeddhisme. In deze vierde Jezussutra wordt verteld dat Jezus stierf op Chi-Chu. Dat is Golgotha. Waarom? De Messias leverde zijn lichaam uit aan de verdorvenen, voor het heil van alle levende wezens. Hierdoor weet heel de wereld dat elk leven even teer is als een kaarsvlam. In zijn me- dedogen offerde Hij zijn leven.. Christus is de Heer van het mededogen. Hij is de verlosser van het karma. In een liturgische hymne met de titel Christelij- ke liturgie ter ere van de Drie Heilige Machten lezen we: Vandaag overpeins ik Uw genadig mededogen, Verheug mij in Uw dauw, die heel ons land bedekt: Messias, Heilige Zoon van de hoogst Geëerde, In Wie talloze lijdenden worden gered. Hoogste Koning, Wil van alle tijden, Meedogend Vreugdelam, Dat alle lijdenden liefheeft, En onbevreesd strijdt voor ons allemaal: Verlos ons van het karma van onze levens, Breng ons terug tot onze oernatuur, Gered uit alle gevaren om ons heen. De boeddhistische connotaties zijn evident: het lijden aan het samsara, het mededogen, karma en oernatuur (Boeddhana- tuur). En de zin ‘verlos ons van het karma van onze levens’ lijkt op een variatie van ‘verlos ons van het kwade’ uit het Onze Vader. De boodschap van Jezus wordt geplaatst in de context van het onthechten van de begeerten van deze wereld. En dat niet alleen. Het Taoïstische wu-wei (niet-handelen) komen we ook tegen: Daarom leer Ik: onthoud u van begeerte, en handel zonder handelen; voorkomt dat u denkt aan dingen die u verontrusten, opdat u de Bron van het zuivere, lege zijn kunt binnengaan. Onthecht u van alles wat u verontrust en af- leidt en wees zo zuiver als een die in zuivere leegte ademt. Deze [bewustzijns]toestand is de Poort naar Verlichting – het is de Weg naar vrede en gelukzaligheid. We vinden in het nestoriaanse christendom in China zowel taoïstsische als boeddhistische elementen terug. En Christus. En reïncarnatie en karma. ‘De ziel heeft een stoffelijk gewaad nodig’ om zich te ontwikkelen. Want handelen kun je alleen in een stoffelijk lichaam. En door te handelen kun je ‘slecht’ kar- ma omzetten in ‘goed’ karma. ‘Dit is de enige wereld waarin u positief karma kunt ontwikkelen’. In zijn lijden aan het kruis heeft Christus ons verlost van het karma: Al wat leeft, ondervindt de karmische gevolgen van vroege levens. God leed onduldbare pijnen opdat allen van hun karma zouden worden bevrijd.. Degenen die niet het Pad van Christus volgen ‘komen ui- teindelijk in handen van koning Yama, de god van oordeel en wedergeboorte’. Het Soetra over Jezus Christus, hoofdstuk IV, vat samen waar het Pad van Jezus Christus uit bestaat. Dat is onder meer: Als een arme u om geld smeekt, geef dan met gulle hand. Als u geen geld hebt, wees dan zo hoffelijk uit te leggen waar- om u hem maar een beetje kunt helpen. Als iemand ernstig ziek of gehandicapt is, drijf dan niet de spot met hem, want dit is het gevolg van (negatief) karma en er behoort niet de spot mee te worden gedreven. Lach niet om arme mensen die in lompen gekleed gaan. Dit is pas mededogen met de schepselen! En Jezus is het voorbeeld. Want Jezus is de Wet. Jezus is het Tao. De vier es- sentiële Wetten zijn: niet-begeren, niet-handelen, niet-vroom- doen, niet-oordelen, legt Jezus aan Petrus uit. Het resultaat is dat de wedergeboorte getranscendeerd wordt en men verlicht is. En dus is men bevrijd van het rad der wedergeboorte. Besluit Dat het christendom en karma/reïncarnatie onverenigbaar zijn is een opvatting die typisch is voor het westerse christendom. Voor de ‘Kerk van het Oosten’ gaan christendom en karma/ reïncarnatie heel goed samen. In het klassieke Therevada- boeddhisme is het pad naar verlichting een eenzame weg die de enkeling door vele incarnaties heen leidt naar de verlich- ting. Het Mahayana-boeddhisme is daar een reactie op. Het Mahayana-boeddhisme heeft het mededogen hoog in het vaan- del staan. En het ‘christelijk-boeddhisme’ van de Kerk van het Oosten gaat nog een stapje verder. Christus is de ‘Heer van het karma’, door zijn leer en sterven zijn we in principe bevrijd van het samsara. Tenminste, wanneer wij zijn Pad volgen. Maar of we dat doen – ja, ook dat is een karmische zaak schrijft de Sutra Terugkeer naar de Oernatuur. Noot van de redactie Al ervaren wij dit hoofdstuk als prettig leesbaar, klein van om- vang is het niet. Vanwege deze reden is het gehele notenappa- raat niet overgenomen. Dit vind u natuurlijk wel terug in het boek zelf. * * * 20 Reflectie 10(2), zomer 2013
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=