reflectie zomer 2013.vp

Hoe de Ziel verdwijnt in Nederland Aat-Lambèrt de Kwant Nooit was de geest geboren; Nooit zal zij ophouden te zijn. Nooit was er een tijd dat zij niet was. Begin en einde zijn een droom. Onsterfelijk, zonder begin, Onveranderlijk, bestaat de geest altijd. Dood kan haar niet raken. Dood raakt slechts haar huis. (Katha Upanishad) Na zijn boek Hoe God verdween uit Jorwerd zou Geert Mak nu ook een boek kunnen schrijven over hoe de ziel verdween uit Nederland. En wellicht ook uit het Westen, want daar lijkt de ziel ook op z’n retour. In zowel Nederland als in de VS wordt soms heftig gereageerd als je als wetenschapper het waagt over de ziel te schrijven. Ook NRC-columnist Steven de Jong heeft het niet zo op de ziel, laat staan een leven na de dood. “Na God, moet nu ook de ziel eraan geloven. Allemaal hersenspinsels. Je kunt erop trappen, ermee onder je arm lopen, haar aan de duivel verko- pen of er je mate van geluk mee uitdrukken. De ziel: cultureel verankerd en onlosmakelijk verbonden met existentie. Weten- schappelijk blijft het bewijs echter uit”, zo zegt hij in één van zijn columns. In een interview in Trouw stelt Rex Brico, die voor Else- vier een halve eeuw over geestelijk leven schreef, terecht vast dat sinds de jaren zestig de eeuwigheid in Nederland is ver- donkeremaand. “Als je mij, aan het einde van mijn laatste le- vensdagen, vraagt: wat is de grootste verandering die je hebt meegemaakt? Dan zeg ik: het wegwerken van de dood en toe- komst. Ik vind het alarmerend. Ik heb geen antwoord op de dood. Maar ik heb wel vragen rond de dood. En ik heb gezien hoe die vragen werden weggemoffeld.” Collega Rex Brico snijdt hier een heikel punt aan: over le- ven na de dood praat je niet. En wie het als wetenschapper waagt om daarover te publiceren krijgt een hele berg bagger over zich heen. En zelf word ik ook meewarig neergezet als ‘new ager’ omdat ik meewerk aan een tijdschrift over bij- na-doodervaringen. Maar ook in de VS krijg je heel wat over je heen als je als neurochirurg het waagt een boek te schrijven over je bij- na-doodervaring. Zoals de neurochirurg Aben Alexander dit ondervond na diens publicatie van zijn beststeller “Na dit le- ven. Een neurochirurg over zijn reis naar het hiernamaals.” Reductionistische wetenschappelijke fundi’s in de VS en vooral collegae van Alexander, lieten niet veel heel van hem en zijn boek. Een voorbeeld van zo’n reactie, zoals Rudolf Smit in zijn boekbespreking van ‘Na dit leven’ geeft (de uit- spraak is van neurowetenschapper Sam Harris): “Alles maar dan ook absoluut alles in het verslag van Eben Alexander be- rust op zijn herhaalde beweringen dat zijn visioenen van de hemel gebeurden terwijl zijn hersenschors ‘gestopt was’ (shut down), ‘buiten werking’, ‘volledig gestopt’, ‘totaal uitgeschakeld’ enz. Het bewijs dat hij hiervoor levert is niet slechts inadekwaat – het laat zien zien dat hij niets weet van de relevante hersenwetenschap.” Ook in niet-wetenschappelijke/medische kring is krijgt Eben Alexander er van langs. Zo komt religiejournalist Peter Stanford in ‘The Guardian’ met een verklaring aan de hand van diepe verlangens van een mens. ‘Ervaringen met gene zijde’ zijn volgens hem eigenlijk een projectie van wat ieder mens graag zou willen. Eben Alexander reageert hierop met een paar kritische noten: “Dit soort ervaringen zijn inderdaad zo oud als de menselijke ge- schiedenis. Maar voor zover ik weet heeft er nog nooit iemand gereisd naar deze dimensie terwijl zijn hersenschors compleet inactief was en terwijl zijn lichaam medisch nauwkeurig in de gaten werd gehouden.” Ik heb me altijd verwonderd over de felheid en de woede van wetenschappers als het over de ziel en leven na de dood gaat. Ooit was er een discussie in België tussen Pim van Lom- mel, cardioloog en schrijver van de bestseller Eindeloos be- wustzijn en enkele wetenschappers. Een van hen maakte zich steeds bozer en kreeg zo’n rood hoofd dat ik even bang was dat hij erin zou blijven. En zelf kreeg ik over mijzelf via via te horen: “die De Kwant, ach die raakt de weg een beetje kwijt; hij voelt het einde naderen en zoekt houvast.” Wel, ik mag dan 69 zijn maar ik voel evenmin als collega-schrijver Rudof Smit mijn einde naderen! De vaak felle reacties zeggen veel over de vaak negatieve sfeer in discussies over BDE’s . Waarom toch? De boze we- tenschappers hebben een materialistische opleiding gehad waarin het enkel gaat over toetsbare en verifieerbare feiten en dan komt zo’n cardioloog uit de provincie hun wereldbeeld even omver kukelen. Ook het boek van Eben Alexander zal in Nederland door hen wel naar de prullenbak worden verwezen. Bij stichting Skepsis heeft men zich al in heel negatieve bewoordingen over Eben Alexander uitgelaten. Rex Brico zegt dat sommige evo- lutiebiologen pretenderen dat ze filosofische standpunten mo- gen innemen of iets over de dood mogen zeggen, maar de we- tenschap beperkt zich tot wat ze kunnen waarnemen. “We heb- ben maar vijf zintuigen, wat weten wij over de werkelijkheid? Misschien is de werkelijkheid veel groter. De kwantummecha- nica en de nanotechnologie wijzen helemaal in die richting.” Ook Rex Brico is geboeid door het boek van Eben Alexan- der, dat bij bol.com het best verkochte buitenlandse boek blijkt te zijn. Brico: “Het zijn ervaringen waarbij het causaliteitsbe- grip niet werkt, de gevolgen komen vóór de oorzaken. Als in de quantummechanica die wetten niet meer gelden, hoe weten we dan zeker dat het in grotere geheel van het universum alle- maal precies zo is als wij waarnemen?” Eind jaren tachtig verdedigde Brico op de KRO-tv de stel- ling: ‘Als je het zicht op de eeuwigheid afschaft, heeft het christendom geen toekomst’. Zijn opponent was toen Wim Koole, toen nog IKON-baas. Koole vond het maar flauwekul en was van mening dat het christendom juist moest worden ontdaan van dat leven na de dood. 2 Reflectie 10(2), zomer 2013

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=