reflectie zomer 2013.vp

Mens en God ineen – de verbindende kracht van het Thomas-evangelie Ojas Th. de Ronde Een klein boekje met radicale uitspraken van Jezus, een oerchristelijk handboek voor spirituele groei, een innerlijke weg naar ver- lichting en verlossing. Zo wordt het Evangelie van Thomas genoemd, sinds het in 1945 ontdekt was in het zand van de Egyptische woestijn. Eeuwenlang was het uit het zicht verdwenen, verborgen voor de orthodoxe, dogmatische christenen, die rond 300 AD in het Westen de macht overnamen. Maar sinds het is ontdekt, is het niet meer weg te branden uit het christelijke bewustzijn van de moderne tijd. En geeft nu ook de VKK gelegenheid hier tijdens de kerkelijke diensten inspiratie uit te putten. Wat is het geheim? Mijn eerste ontmoeting met het Evangelie van Thomas was in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Ik studeerde theologie aan de universiteit van Nijmegen en kreeg steeds meer problemen met de kerkelijke, orthodoxe dogmatiek, omdat die volgens historisch onderzoek onvoldoende geworteld bleek in de oor- spronkelijke boodschap van Jezus en zijn eerste volgelingen. Ik was dan ook erg benieuwd naar de gastcolleges van Prof. Dr. Gilles Quispel, die ons met een nieuwe ontdekking een nieuw zicht zou geven op Jezus en het oorspronkelijke chris- tendom, met name dat van de joodse christenen. De ontdekking van de eeuw Zijn gastcolleges waren een openbaring! Hij vertelde over de sfeer waarin eerste christenen leefden: een sfeer van gnosis, een niet-verstandelijke, intuïtieve kennis omtrent de mens, de kosmos en het goddelijke. Deze ‘kennis van het hart’ bleek een unieke, innerlijke weg naar verlossing en die deelden zij met elkaar. In 1945 was hierover een unieke bibliotheek ontdekt in de buurt van het plaatsje Nag Hammadi, in Egypte (1) . Een boer vond een kruik met een vijftigtal oude teksten, goed bewaard in het hete woestijnzand waarin ze vlak na 376 AD begraven werden (2). Het bleken teksten die een totaal nieuw zicht ga- ven op het jonge, ontluikende christendom. En één van de meest tot de verbeelding sprekende teksten was een Koptische versie van het Evangelie van Thomas. Toen Gilles Quispel in 1959 met een fotokopie hiervan uit Egypte vluchtte was het voor hem duidelijk dat hij hiermee, zoals hij zei, ‘één van de belangrijkste ontdekkingen van de eeuw’ bij zich droeg. Het waren 114 spreuken die aan Jezus werden toegeschreven en die nog steeds de kracht hadden van levendige ‘one-liners’ die het hart konden raken. Uniek in dit Thomas-evangelie was ook dat het geen levensge- schiedenis van Jezus bevatte. Diens geboorte uit een maagde- lijke moeder en zijn kruisiging en opstanding uit de dood kwa- men er niet in voor. Ook over de wonderen die hij gedaan zou hebben, werd niet gerept. Jezus was een Wijsheidsleraar die in de mensen een nieuw perspectief en een bevrijdend inzicht wakker kon maken. Dicht bij de bron Volgens Quispel was dat één van de argumenten voor de vroe- ge datering van dit geschrift. Hij maakte een vergelijking met een andere vroeg geschreven tekst, de zogenaamde Quelle, of Q. Dat is eveneens een tekst met alleen spreuken van Jezus die door de evangelisten Mattheus en Lucas als bron voor hun evangeliën zou zijn gebruikt (3) . De eerste leerlingen van Jezus bleken vooral behoefte te heb- ben om zijn woorden te bewaren en zo de kracht van zijn aanwe- zigheid te blijven voelen. De later vertelde wonderverhalen over zijn leven en vooral zijn wonderbaarlijke geboorte waren voor de gelovigen bedoeld om hem een groter aanzien en gezag te geven. En zijn kruisdood als ‘verzoening voor onze zonden’ was een in- zicht dat pas veel later in de theologie ontstond. Met het Evangelie van Thomas hadden wij, aldus Quispel, een verslag in handen van hoe de eerste joodse christenen zich Jezus herinnerden. En, heel belangrijk, hiermee waren we op het spoor gekomen van een onafhankelijke traditie in het vroege christendom. “Waarom zouden nazaten van de ge- meente in Jeruzalem het evangelie van Marcus gebruiken, dat waarschijnlijk in Rome is geschreven? Of dat van Mattheus dat in Antiochië is geschreven? Of dat van Lucas dat mogelijk in Caesarea is geschreven? Joodse christenen hoefden toch geen heiden-christelijke evangeliën te gebruiken? Als Judeeërs zaten zij immers het dichtst bij de bron.” De vergeten Waarheid Op dit moment moet ik denken aan de onlangs overleden ge- waardeerde schrijver en priester van de VKK, Johan Pameijer. In zijn boek ’De vergeten Waarheid’ (4) maakt hij duidelijk wat het belang is van de gnostische Nag Hammadi vondsten voor de religieuze zoeker van de 21e eeuw. Johan Pameijer verheldert in zijn boek op een deskundige en toegankelijke manier hoe het gnostische perspectief, dat in de Nag-Hammadi teksten en met name ook in het Tho- mas-evangelie naar voren komt, de huidige zoeker weer in eenheid met zichzelf en het goddelijke kan brengen. Gnosis, het intuïtieve weten van het hart waar Jezus en zijn eerste dis- cipelen naar verwezen, is niet alleen iets wat ooit in de ge- 6 Reflectie 10(2), zomer 2013 De Nag Hammadi bibliotheek

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=