reflectie zomer 2013.vp
schiedenis van belang was en nu niet meer. Ook nu hebben spirituele zoekers behoefte aan de helende kracht hiervan. De samenvatting bij bol.com van ‘De vergeten Waarheid’ spreekt hierover boekdelen: ‘Hoewel de kerken leeggelopen zijn en hun greep op de massa verloren hebben, is religie zelf nog springlevend. Bij veel mensen vindt er juist een verdieping plaats van hun reli- gieuze gevoelens, waarbij de nadruk vooral ligt op het opdoen van innerlijke ervaringen en meditatie. We moeten terug naar de bron in onszelf en een weg van inwijding doormaken om bij ons ware Zelf te komen, waarmee we in verbinding met het goddelijke kunnen komen.’ (5) Jezus’ inwijding Er is veel geschreven over de ‘weg van inwijding’ die Jezus gegaan zou zijn. Duidelijk is dat hierin zijn doop door Johan- nes een sleutelrol vervult. Alle canonieke evangeliën spreken hierover en ook in Q wordt hierover gesproken als het defini- tieve moment van Jezus’ inwijding. In logion Q5 wordt ge- zegd: “Toen Jezus gedoopt was, bad hij en de hemel opende zich. De heilige geest kwam op hem als een duif, en een stem uit de hemel zei: ‘Jij bent mijn zoon. Heden heb ik je ver- wekt.” (6) Tijdens deze doop werd Jezus zich bewust van zijn godde- lijke oorsprong en hij refereert hier ook aan in het Thomas- evangelie in logion 46. Maar dan zegt hij er ook iets heel be- langrijks bij. Eerst geeft hij alle eer van deze inwijding aan Jo- hannes als hij zegt: “Van Adam tot Johannes de Doper is er onder hen die uit een vrouw geboren zijn niemand geweest die hoger stond dan Johannes.” Maar dan vervolgt hij: ”Maar ik heb jullie gezegd, wie van jullie wordt als een kind, zal het koninkrijk kennen en hij zal hoger staan dan Johannes.” (6) Het kind als symbool van het innerlijk Zelf, dat zich spontaan opent voor de Vader. Dit is een verrassende wending, een ‘eye-opener’ voor ieder die dit hoort of leest. Jezus zegt dat wat hem overkomen is, voor ie- der open ligt. Ieder die de weg gaat die hij wijst, komt in con- tact met het innerlijk Zelf en vindt zo de weg naar God, als een kind. Het kind als symbool In het Thomas-evangelie speelt het kind een belangrijke rol. Als symbool van het ongedeelde zelf dat geen weet heeft van het verschil tussen de binnen- en buitenwereld, tussen ik en jij, tussen boven en onder. Zo’n kind, dat nog geen egobewustzijn heeft ontwikkeld, is in de gnosis het symbool van iemand die het ware besef van het leven heeft gevonden. In logion 4 zegt Jezus ook dat je zo’n klein kind – nog geen zeven dagen oud – de werkelijke levensvragen kunt voorleggen. “Vraag een klein kind van zeven dagen oud naar wat het leven is en je zult leven.” Waarom zo’n kleine baby, nog geen week oud? Die is in de joodse gemeenschap nog niet besneden, heeft nog geen eigen identiteit ontwikkeld en is nog geen afzonderlijk lid van de gemeenschap. Aan zo’n kind-zijn heeft ieder van ons nog herinneringen, zij het vaag en onbewust omdat het later ontsta- ne persoonsbewustzijn dit verduisterd heeft en vervangen door een gespleten en splitsende analytisch denkende persoon. Maar zo’n pasgeboren baby, in wie dit nog niet is gebeurd, is in de ogen van Jezus degene die we onbewust eens waren en die we – nu bewust – weer kunnen worden. Kind van God, kind als God. Jezus heeft dat in zichzelf onderkend en hij vraagt ons te worden zoals hij. Door zijn doop heeft Jezus zijn ware natuur onderkend en die valt samen met die van God. Ook aan ons vraagt hij dat onderscheid met God te laten vallen, opdat we weer echt kunnen leven. Zoals een kind dezelfde natuur heeft als zijn vader, zo mogen wij ook onze goddelijke natuur her- kennen en daarnaar leven. Dat is de wederopstanding waar Jezus ons heen wil leiden. Het Al-Kind is geboren (door Willeke Hendrikx) Thomas de Tweeling Als we dit tot ons laten doordringen worden veel van de ge- heimen van het Thomas-evangelie duidelijk. Want tot wie spreekt Jezus in het Thomas-evangelie? Logion 1: “Dit zijn de geheime woorden die de levende Jezus sprak en die zijn opge- schreven door Judas Thomas Didymus.” Als we hier even bij stilstaan ontdekken we iets wonderlijks. Judas kan de schrijver zijn. Maar wat betekent dan ‘Thomas’ en ‘Didymus’? Thomas betekent ‘Tweeling’ en ‘Didymus’ ook. Tweemaal tweeling, dat valt op. Daar moet iets mee bedoeld zijn. Tweeling is hier een ‘geheim’ woord dat gedecodeerd moet worden, wil je de volle betekenis ervan kunnen begrijpen. Waar duidt dit dan op? ‘Tweeling’ gaat over de twee natu- ren van de mens. Die vormen samen een tweeling en die moe- ten tot eenheid komen. De ene natuur is de persoonlijke na- tuur, waarbij je jezelf ervaart in tijd en ruimte, met een ge- boorte en dood. Dat is de mens die ruimte inneemt, die een ge- schiedenis heeft en een persoonlijke identiteit. Daarbij hoort ook een persoonlijk bewustzijn. De tweede natuur van de mens is een tijdloze, goddelijke kern. Deze kern heet in de gnostiek ‘de Christus’ of de ‘Christusnatuur’, vergelijkbaar met ‘Atman’ in het Hindoe- ïsme of met de ‘Boeddhanatuur’ in het Boeddhisme. De mens wordt op deze manier, in overeenstemming met talloze wijsheidstradities, opgevat als een tweeling, met een persoonlijke natuur en een tijdloze goddelijke kern. Maar de meeste mensen kennen alleen hun persoonlijke natuur. Die zijn de Christusnatuur in zichzelf vergeten. Het Tho- mas-evangelie roept nu de mens op zich deze Christusnatuur te herinneren. 7 Reflectie 10(2), zomer 2013
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=