Reflectie 10(4) 2013 winter.vp

Voorpublicatie - de Rollen van de Dode Zee Florentino García Martínez, M. Popovic, Adam van der Woude Algemene Inleiding 1. Het nieuwe onderzoek naar de Dode Zeerollen De Dode Zeerollen worden als één van de grootste archeologische ontdekkingen van de twintigste eeuw beschouwd. Deze teksten uit elf grotten in de omgeving van de oude nederzet- ting van Qumran spreken enorm tot de verbeelding, en niet zonder reden. Het verhaal van hun moderne ontdekking leest als een spannende thriller (zie re- centelijk Fields, 2009). Het feit dat ze uit ‘de tijd van Jezus’ stammen heeft daar niet minder aan bijgedragen. Maar het verhaal van de Dode Zeerollen is veel meer dan dat. Kort gezegd heeft de vondst van deze teksten onze kennis en ons beeld van het vroege Jodendom en ook het vroegste christendom, dat als Joodse stroming is begonnen, ingrij- pend veranderd. In deze inleiding gaan we nader in op enkele belangrijke ontwikke- lingen in het recente onderzoek die onder twee voor de hand liggende noemers kunnen worden gebracht: de teksten en de mensen achter de teksten. Wat voor teksten zijn er nu precies gevonden en van wie wa- ren ze? Sinds alle teksten recentelijk volledig zijn uitgegeven, is het onderzoek een nieuwe fase ingegaan. Veel van de grote hypotheses waren gebaseerd op een klein deel van de teksten, voornamelijk uit Grot 1, dat tot eind jaren tachtig en begin jaren negentig was gepubli- ceerd. Vanuit dat beperkte materiaal extrapoleerde men naar het ge- heel, zonder dat iedereen dat volledig en goed kende. Op grond hier- van heeft men het tekstmateriaal geordend en gekarakteriseerd en ontwikkelde men ook ideeën over de mensen achter deze manuscrip- ten. Sinds de stormachtige ontwikkelingen in de jaren negentig is veel nieuw materiaal beschikbaar gekomen. Pas nu alles is uitgegeven en het stof is neergedaald, kan iedereen kijken naar de totaliteit van de teksten en hun dwarsverbanden en verschillen. In de nieuwe fase van het onderzoek worden oude hypotheses te- gen het licht gehouden en aangepast of afgewezen. Zo is de visie van verschillende toonaangevende geleerden op de collectie van teksten als geheel en de onderverdelingen daarbinnen aan het veranderen. Volgens de meer traditionele visie kunnen de teksten worden onder- verdeeld naar Bijbels en niet-Bijbels, en ook sektarisch en niet-sekta- risch. Maar recent onderzoek trekt deze karakteriseringen in twijfel als anachronistisch en onjuist. Door archeologisch en tekstueel onderzoek is ook het idee dat alle teksten het bezit waren van één gemeenschap te Qumran, vaak geïdentificeerd als de Essenen, aan het verschuiven. In het oudere onderzoek was het de heersende visie dat niet alle maar toch de meeste manuscripten in Qumran zouden zijn gekopieerd en in ieder geval het bezit waren van de mensen die daar woonden. In som- mige recente onderzoeken worden de teksten benaderd als het eigen- dom van verschillende, met elkaar verbonden groepen die uiteindelijk hun weg naar Qumran hebben gevonden. Deze twee aspecten, de tek- sten en de mensen erachter, illustreren hoe dankzij de vondst van de Dode Zeerollen is ontdekt hoe heterogeen het vroege Jodendom was. 2. De Dode Zeerollen en de veelvormigheid van het vroege Jodendom De Dode Zeerollen geven ons inzicht in de veelvormigheid van het vroege Jodendom, een veelvormigheid die we voor de moderne ont- dekkingen zo niet kenden of zelfs voor mogelijk hielden. Ze bieden ons een unieke ingang tot de leef- en gedachtewereld van een Joodse denkstroming en, via haar verzameling teksten, ook tot gedachtegoed dat bredere verspreiding had in de Joodse samenleving in Judea tij- dens de Grieks-Romeinse periode. De bijna duizend manuscripten da- teren van de derde eeuw v. Chr. tot en met de eerste eeuw n. Chr. toen Qumran door de Romeinen werd verwoest tijdens de Joodse op- stand tegen Rome. Onder de Dode Zeerollen zijn de oudste hand- schriften van boeken van de Hebreeuwse Bijbel of het Oude Testa- ment aangetroffen. Deze manuscripten zijn van onschatbare waarde voor onze kennis van de overleveringsgeschiedenis van wat de Bijbel is gaan heten. Naast deze ‘Bijbelse’ manuscripten, die iets meer dan twintig procent van het geheel uitmaken, zijn vooral ook van groot be- lang de restanten van talrijke teksten die ons voorheen volledig onbe- kend waren en die na de eerste eeuw in de vergetelheid zijn geraakt. Het merendeel van de bijna duizend manuscripten is in het Hebreeuws geschreven, ongeveer honderd manuscripten in het Aramees en slechts ongeveer tien in het Grieks. Ook voor onze kennis van de ge- schreven en gesproken taal in die tijd zijn de Dode Zeerollen van groot belang. Ze laten zien dat het Aramees het Hebreeuws niet volledig had verdrongen; althans, er waren groepen in de Joodse samenleving waar dat zeker niet het geval was. De teksten en hun archeologische context bewijzen dat het Joden- dom van die tijd heterogeen was. De diversiteit blijkt uit de tekst van de Hebreeuwse Bijbel of het Oude Testament, maar vooral uit de vele voor- heen onbekende composities, die variëren van Bijbelse exegese (zoge- naamde pesharim en andere teksten), uitleg van Joodse leefregels (ha- lacha), orderegels, poëtische teksten, wijsheidsliteratuur en magische teksten tot liturgische teksten, eschatologische literatuur, zogenaamde para-Bijbelse literatuur of Herschreven Bijbel, kalenderwetenschap en astrologische teksten. Dankzij de moderne ontdekkingen zijn we oude, al bekende teksten in een nieuw licht gaan bezien, en voorheen onbe- kende teksten maken duidelijk hoe ongekend creatief en dynamisch mensen in die periode omgingen met voorvaderlijke tradities. 3. Voorbij de canonieke en sektarische kloof Toen in de beginjaren van het onderzoek de manuscripten uit Grot 1 werden gepubliceerd, werden deze onderverdeeld volgens drie cate- gorieën: (1) Bijbels of canoniek, (2) apocrief en/of pseudepigraaf en (3) sektarisch of Esseens. Nu echter alle manuscripten zijn gepubliceerd, is duidelijk geworden dat deze onderverdeling niet langer bruikbaar is. De scheidslijnen tussen wat we ‘Bijbels’ en ‘niet-Bijbels’ noemen zijn niet van toepassing op teksten die stammen uit een periode dat de Bijbel nog steeds in wording was (García Martínez 2010). Het zijn ei- genlijk anachronistische categorieën, die we niet zomaar vanuit latere tijd kunnen terugprojecteren op deze teksten. Wanneer we kijken naar de collectie teksten in haar geheel dan is het evident dat de groep of stroming die deze teksten bijeen heeft gebracht sommige ‘Bijbelse’ teksten (boeken die later onderdeel werden van de Bijbel) als gezag- hebbend accepteerde. We vinden verwijzingen als ‘Mozes en de Profeten’ die dit gezag uitdrukken. Tegelijkertijd is het in het recente onderzoek ook duidelijk geworden dat deze groep andere teksten die later geen onderdeel werden van de Bijbel als even gezaghebbend be- schouwde. Het gaat dan om teksten als de Tempelrol, 1 Henoch, het Apocryphon van Jozua of het Aramese Levi Document, en het geldt ook voor boeken die we alleen kennen van verwijzingen maar waarvan de inhoud verder onbekend is, zoals het Boek van Hagy (of Boek der Overpeinzing) of het Boek van Noach. Mogelijk gold een dergelijke ge- zaghebbende status ook voor andere, fragmentarisch bewaard geble- ven teksten die profetische verhalen herschrijven zoals Pseudo-Daniël (4Q243-246), Pseudo Jeremia en/of Pseudo Ezechiël (4Q383-391). Aanwijzingen voor het gezag dat werd toegeschreven aan zowel ‘Bijbelse’ als ‘niet-Bijbelse’ teksten zijn de manieren waarop deze tek- sten werden gebruikt, hoe ze geciteerd werden, geïnterpreteerd of her- schreven in andere teksten die we in de collectie Dode Zeerollen als geheel aantreffen. (foto hieronder: Qumran - grot 4) 20 Reflectie 10(4), winter 2013

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=