Reflectie 10(4) 2013 winter.vp
Ook het onderscheid tussen ‘sektarische’ en ‘niet-sektarische’ teksten is niet langer bruikbaar. Uiteraard zijn er vermoedelijk teksten die zijn geschreven door de groep of groepen die de collectie bijeen hebben gebracht, zoals het Damascus Document, de Regel van de Gemeen- schap, de Lofprijzingen, of de Pesharim (Bijbelcommentaren). Zij wer- den tot nu toe beschouwd als ‘sektarische’ teksten. De schrijvers van deze teksten gebruikten echter soortgelijke strategieën om hun eigen teksten hetzelfde gezag te verlenen als andere teksten waaraan zij groot gezag toekenden. Blijkbaar dachten de ‘sektarische’ schrijvers dat zijzelf deelhadden aan hetzelfde openbaringsproces als zij aan de heilige boeken van Mozes en de Profeten hadden toegeschreven, evenals aan vele andere geopenbaard geachte teksten die zij lazen, interpreteerden, herschreven, transformeerden en aanpasten aan hun eigen behoeften en inzichten, zoals bijvoorbeeld 1 Henoch of het boek Jubileeën. De vraag is nu of de ‘sektarische’ teksten, als direct product van de eigenaren van de collectie, de verzameling als geheel goed weerspie- gelen of karakteriseren. In het oudere onderzoek werd de gehele col- lectie namelijk ‘sektarisch’ genoemd. Echter, het grootste gedeelte van de teksten van de Dode Zeerollen biedt geen enkele aanwijzing van een dergelijke sektarische oorsprong. De ‘niet-sektarische’ manuscrip- ten maken maar liefst 65-70 procent uit van het totaal aan Dode Zee- rollen. We kunnen onderscheid maken tussen verschillende teksten met het oog op hun vermoedelijke schrijvers. Maar we kunnen niet meer een klein deel van de teksten de gehele collectie laten typeren. Hiermee is ook de hele vraag naar het ‘sektarische’ karakter van de groep of groepen die de collectie Dode Zeerollen hebben sameng- ebracht dermate problematisch geworden dat het onderscheid niet bruikbaar meer lijkt (García Martínez 2008). We moeten daarom niet alleen voorbij de ‘canonieke kloof’ (Bij- bels/niet-Bijbels), maar ook voorbij de ‘sektarische kloof’ (sekta- risch/niet-sektarisch). Elke tekst binnen de collectie moet allereerst op zichzelf worden bestudeerd. Van geval tot geval zal bepaald moeten worden welk gezag een tekst gehad kan hebben voor de groep of groepen die de collectie bijeen hebben gebracht. Hierbij moeten we re- kening houden met het gegeven dat de manuscripten die gevonden zijn in de grotten nabij Qumran zeer waarschijnlijk niet het geheel ver- tegenwoordigen van wat er ooit was, maar dat we hier tot op zekere hoogte met toevallig bewijsmateriaal te maken hebben. Verhalen over vroegere ontdekkingen van tekstvondsten in de regio (ten tijde van Ori- genes, ca. 185-254; Patriarch Timoteüs I, ca. 800, en mogelijk over de Karaïeten, 9de-11de eeuw) en ook de enorme hoeveelheid van zoge- naamde boekrolkruiken, nog gaaf dan wel gebroken maar in ieder ge- val leeg, herinneren ons eraan dat al onze ideeën omtrent de collectie als geheel een tentatief karakter hebben (García Martínez, 2012). 4. De Dode Zeerollen van Qumran en andere tekstvondsten in de Woestijn van Juda De Dode Zeerollen in strikte zin verwijzen naar de elf grotten rond- om Qumran, maar na de ontdekking in 1947 van de eerste grot van Qumran zijn er ook andere belangrijke manuscriptcollecties gevonden in het onherbergzame woestijngebied ten westen van de Dode Zee. In dit gebied zijn vele honderden grotten ontdekt en doorzocht; dat gebeurde tijdens intensieve zoektochten in de twee decennia na de eerste ontdek- king en meer recent ook in de jaren 1990 en 2000. De meeste van de doorzochte grotten bevatten geen oude teksten, maar een groot aantal vertoonde wel sporen van menselijke aanwezigheid in de Oudheid, zo- als keramiek en metalen voorwerpen, munten, textiel en houten voor- werpen. Daarnaast zijn in een aantal grotten ook oude manuscripten ontdekt, net als bij opgravingen op de vesting van Masada, waar de Ro- meinen in het voorjaar van 73 of 74 het laatste restant van de opstand de kop indrukten. In brede zin worden deze teksten tot de Dode Zeerol- len gerekend, maar om verwarring te voorkomen is het ook gebruikelijk om ze aan te duiden als manuscripten van de Judese woestijn. De mo- derne ontdekkingen hebben achttien vindplaatsen van oude handschrif- ten en tekstmateriaal opgeleverd, inclusief Qumran, en ook een aantal waarvan de herkomst onbekend is (Reed, 2007; Tov, 2010): Plaats - aantal manuscripten Qumran - bijna 1000 manuscripten (+ 4 ostraca, 62 inscripties op aar- dewerk en een inscriptie op een gewicht); Wadi Daliyeh - 39 manuscripten; Ketef Jericho (Wadi al-Mafjar) - ca. 30 manuscripten; Nahal Michmas - 4 inscripties; Khirbet Mird - ca. 160 manuscripten (ca. 50 manuscripten nog niet ge- publiceerd); Ain Feshkha - 4 inscripties; Wadi Nar - 5 manuscripten (nog niet gepubliceerd); Wadi Ghweir - 2 manuscripten (nog niet gepubliceerd); Wadi Murabba'at - 152/153 manuscripten (+ 20 ostraca); Wadi Sdeir - 4 manuscripten; Nahal Arugot - 1 manuscript; Ein Gedi (Har Yishai Cave) - 2 manuscripten; Nahal Hever - 68 manuscripten (+ 2 ostraca en ostraca-fragmenten); Nahal Hever/Seiyal - 95 manuscripten; Nahal Mishmar - 8 manuscripten; Nahal Se'elim - 5 manuscripten; Masada - 46 manuscripten (+ 897 ostraca en 17 graffiti’s); Khirbet Qazone - 2 manuscripten (nog niet gepubliceerd); Onbekende herkomst - ca. 30 manuscripten (meer dan de helft nog niet gepubliceerd) Hoewel we, zoals eerder gesteld, rekening moeten houden met het gegeven dat de oorspronkelijke collectie teksten groter kan zijn ge- weest, is het evident dat deze manuscriptcollecties verschillen in groot- te en karakter. Anders dan weleens wordt aangenomen, zijn het ook geen eenduidige collecties. Ze kunnen manuscripten omvatten uit heel verschillende periodes, en ook wanneer manuscripten uit dezelfde pe- riode stammen, is het soms duidelijk dat de collecties aan verschillen- de eigenaren toebehoorden. Het is nu niet mogelijk daar gedetailleerd op in te gaan (zie Popoviæ, 2012 en Popoviæ, 2014). In het algemeen kan worden gesteld dat het merendeel van de ma- nuscripten van de Judese woestijn anders dan die van Qumran van niet-literaire aard zijn, zoals oorkonden over slavenverkopen of landbe- zit, trouw- of scheidingspapieren, contracten, rekeningen en persoonlij- ke brieven. Slechts een klein deel betreft literair-religieuze teksten, zo- als enkele fragmenten of schriftrollen van Leviticus, Deuteronomium, Psalmen, Ezechiël, Wijsheid van Jezus Sirach en de Twaalf Kleine Profeten. De Dode Zeerollen van Qumran, maar ook die van Masada, onderscheiden zich van de andere manuscriptcollecties van de Judese woestijn doordat de teksten vooral van literair-religieuze aard zijn; slechts een paar fragmenten van rekeningen, namenlijsten en schrijf- oefeningen zijn gevonden. De teksten in dit boek beperken zich tot de manuscripten uit de grotten rondom Qumran (alleen de zogenaamde Bijbelse manuscripten zijn niet opgenomen), maar voor de vraag naar de eigenaren van deze teksten is het van groot belang alle tekstvondsten in ogenschouw te nemen. 5. De gemeenschap van Qumran of de stroming achter de Dode Zeerollen? Van wie waren de Dode Zeerollen? Een belangrijke aanwijzing om te begrijpen wie de eigenaren waren, is gelegen in het contrast met an- dere tekstvondsten in de Judese woestijn. Het materiële of fysieke karakter van manuscripten kan veel zeg- gen over de eigenaren ervan. Papyrologisch bewijsmateriaal uit de Grieks-Romeinse wereld laat een verschil zien tussen manuscripten uit het privébezit van rijke individuen enerzijds en manuscripten die toebe- hoorden aan geleerden en scholen anderzijds. De eerste categorie teksten bestond uit mooie, luxe kopieën, voor op de koffietafel als het ware, terwijl geleerden en scholen vaak met goedkoop papier werkten of papier hergebruikten (de tweede categorie). Het onderscheid in de Grieks-Romeinse wereld tussen soorten pa- pier en uitvoering in relatie tot de gebruikers van de manuscripten lijkt ook van toepassing op de handschriften van de Judese woestijn, waar- toe die van Qumran in algemene zin ook behoren. De manuscripten van Qumran vertonen een aantal kenmerken waardoor ze anders zijn dan manuscripten van de overige vindplaatsen in de Woestijn van Juda. De manuscripten uit Qumran bestaan, zoals we al schreven, vrij- wel alleen uit literaire teksten. Die teksten treffen we in verschillende uitvoeringen aan: in mooie, luxe edities, maar daarnaast ook in ‘gewone’ uitvoeringen. De aanwezigheid in Qumran van deze ‘gewone’ uitvoeringen van literaire teksten, naast luxe edities, vormt een opval- lend contrast met wat we elders aantreffen: op de overige vindplaatsen in de Judese woestijn zijn zulke literaire teksten bijna zonder uitzonde- ring mooi en luxe uitgevoerd en treffen we geen ‘gewone’ edities aan. Daarnaast vinden we in Qumran ook resten van (kleine) notitiepapier- tjes en aanwijzingen voor hergebruik van materiaal (4Q175, 4Q201/4Q338, 4Q339 en 4Q340). 21 Reflectie 10(4), winter 2013
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=