Reflectie 10(4) 2013 winter.vp

De aanwezigheid van ‘gewone’ uitvoeringen van literaire teksten en notitiepapiertjes wijst, net als bij het papyrologisch materiaal, in de richting van geleerden als de gebruikers en bezitters van de manu- scripten van Qumran. De mooie, luxe uitvoeringen afkomstig van de overige vindplaatsen in de Judese woestijn, waar ‘gewone’ uitvoering- en vrijwel volledig afwezig zijn en geen notitiepapiertjes zijn gevonden, waren niet van geleerden maar van ‘gewone’ mensen. Het archeologische bewijsmateriaal van de verschillende vind- plaatsen in de Judese woestijn laat zien dat rijke individuen of individu- ele families uit dorpen of kleinere steden, zoals die van Babatha of Sa- lomé Komaïse, een of meerdere mooie boekrollen bezaten. De ouder- dom van de manuscripten suggereert mogelijk dat ze als erfstuk in de familie zijn doorgegeven. Het grote belang dat eraan werd gehecht, wordt duidelijk door de omstandigheden waarin ze zijn gevonden. De individuen of families die ze meebrachten naar de grotten waren daar- heen gevlucht vanwege de Romeinen. Ze namen hun belangrijkste be- zittingen mee. Naast aktepapieren (met betrekking tot bijvoorbeeld hu- welijk of landbezit) hoorden literaire boekrollen daar blijkbaar ook toe. Deze vluchtelingen namen ook de sleutels van hun huizen mee, in de hoop terug te keren. Maar daar is het voor velen van hen nooit van ge- komen. Ze zijn omgekomen, mogelijk van honger en dorst, in de grot- ten waarheen ze met hun boekrollen waren gevlucht. Niet alleen is het opvallend dat in Qumran het grootste gedeelte van de teksten van literaire aard is, maar ook het enorme aantal manu- scripten in de verschillende grotten overtreft verre dat van alle andere vindplaatsen tezamen. Het grote aantal manuscripten van Qumran suggereert dat we hier niet van doen hebben met een persoonlijke of privécollectie maar met een gemeenschappelijke collectie van een groep of een school geleerden of intellectuelen. De manuscripten van de andere vindplaatsen in de Judese woes- tijn illustreren twee aspecten die van belang zijn voor een beter begrip van de eigenaren van de Dode Zeerollen van Qumran. Ten eerste la- ten ze de verspreiding van literaire teksten door verschillende lagen van de Joodse maatschappij zien, buiten stadscentra als Jeruzalem. Ten tweede wijzen de verschillen in context, aantal en kwaliteit op een gedifferentieerde omgang met deze literaire teksten door verschillende groepen mensen in de Joodse maatschappij in die tijd. Leden van de lokale elite, zoals de vrouwen Babatha en Salomé Komaïse, die waarschijnlijk lager op de sociale ladder stonden dan ge- zagsdragers in een stad als Jeruzalem, zoals Flavius Josephus, had- den wel degelijk toegang tot sommige literaire teksten van hun samen- leving. Maar zij gingen heel anders met die teksten om dan iemand als Josephus of de mensen achter de Dode Zeerollen. Misschien bezat de familie van Babatha of Salomé Komaïse een literaire boekrol vooral als pronkstuk. Of misschien werd er door diegenen die konden lezen wel hardop uit voorgelezen voor anderen die dat niet konden, en gebeurde dat in de sociale context van familie of vrienden, of van het dorp. In welk milieu functioneerden de manuscripten van Qumran? Hun materiële karakter en literaire inhoud suggereren een milieu van Jood- se geleerden die op verschillende intellectuele niveaus en op professi- onele wijze hun voorvaderlijke tradities wilden begrijpen, uitleggen en doorgeven. De enorme rijkdom aan teksten, in getal en naar inhoud, laat zien dat de mensen achter de Dode Zeerollen van Qumran zich bezighielden met de interpretatie en uitleg van hun gezaghebbende teksten, Joodse leefregels (halacha) en de regels die hun gemeen- schappelijke leven reguleerden, maar ook met wetenschap, magie en zelfs met geschiedschrijving. Iemand als Flavius Josephus laat een- zelfde professionele omgang met de gezaghebbende tradities van de Joodse cultuur zien, bijvoorbeeld in zijn Joodse Oudheden. De eigena- ren van de Dode Zeerollen van Qumran vormden een ander slag men- sen dan die achter de meeste andere literaire teksten uit die tijd die in de Judese woestijn zijn gevonden. Al vanaf de eerste ontdekking van de manuscripten vond men overeenkomsten tussen vooral de Regel van de Gemeenschap uit Grot 1 aan de ene kant en aan de andere kant wat antieke auteurs als Philo van Alexandrië, Flavius Josephus en Plinius de Oudere hebben geschreven over de Essenen. Deze overeenkomsten hebben vanaf het begin een belangrijke rol gespeeld in de identificatie van de men- sen achter de Dode Zeerollen. Veel onderzoekers lijken nog steeds aan te nemen dat de Dode Zeerollen gekopieerd zijn door, dan wel het bezit waren van deze Essenen waarover oude schrijvers verhalen. Maar de antieke berichten over de Essenen leveren niet alleen overeenkomsten met Qumranteksten op, maar ook verschillen. Dit nu- anceert de identificatie met de Essenen. Volgens de vermaarde Gro- ningen-hypothese die Adam van der Woude en Florentino García Martínez eind jaren tachtig formuleerden, was de verzameling teksten van Qumran het eigendom van een afsplitsing binnen de Esseense stroming. De vraag is echter of we met één collectie teksten van één groep te maken hebben. Recent onderzoek naar de teksten gaat verschillen- de kanten uit. Zo is het mogelijk dat delen van de collectie decennia eerder zijn opgeborgen in de grotten dan andere. De meerdere kopie- ën van de Regel van de Gemeenschap, onder andere in Grot 4, en de verschillen ertussen zijn misschien te verklaren doordat ze ontwikkeld en gekopieerd zijn in verschillende, aan elkaar verwante, groepen. Veel van de teksten van Qumran zijn op verschillende wijze aan elkaar gerelateerd en lijken niet gezien te kunnen worden als een toevallige selectie van allerlei verschillende Joodse teksten die toen in omloop waren. De Dode Zeerollen van Qumran vertegenwoordigen een brede- re stroming van Joods denken in die tijd. Deze stroming bestond mo- gelijk uit meerdere maar verwante groepen. Deze groepen deelden hun interpretatie van gezaghebbende teksten. Ze hadden een specifie- ke kalender (de zogenaamde 364-dagen-kalender) gemeen. En ze hadden een gedeelde visie op de naleving van Joodse leefregels (ha- lacha) . De zoektocht naar specifieke historische identificaties, zoals de Essenen, levert niet noodzakelijkerwijs een beter begrip op van de tek- sten zelf en de eigenaren ervan. Het is mogelijk ons, zoals in het vroe- gere onderzoek, te beperken tot de paar groepen die bij name ge- noemd worden in verschillende antieke bronnen. Maar het kan verhel- derend zijn de collectievorming van manuscripten in Qumran te be- schouwen als de weerslag van voortschrijdend debat in bepaalde seg- menten van de toenmalige Joodse samenleving. Daarbij moeten we ervan uitgaan dat de eigenaren van de manuscripten een groep met meer variatie vormden dan we vroeger aannamen. Niet alleen kunnen mensen teksten verzamelen, maar teksten kunnen ook mensen om zich heen verzamelen en zo een intellectuele gemeenschap helpen vormen. Of deze gemeenschap alleen bestond in Qumran of ook el- ders in dorpen en steden van Judea kunnen we niet met zekerheid zeggen, maar het is niet onwaarschijnlijk. De archeologie van de ne- derzetting van Qumran en de grotten in de buurt suggereren verschil- lende verbanden met anderen in Judea. Zo wijzen de munten van Ro- meinse procurators die er gevonden zijn op bredere economische ver- banden, wat ook geldt voor de papyrus die voor sommige manuscrip- ten werd gebruikt en uit Egypte moet zijn gekomen. Qumran was alles- behalve geïsoleerd. Wat deze mensen verbond was de collectie van manuscripten en hun enorme toewijding aan de bestudering van de teksten. Uitgever: Ten Have, Gepubliceerd in 2013 ISBN - 978 902 590 2919 Qumran – grot 4, binnenin Beide afbeeldingen komen van: ‘www.BiblePlaces.com’ * * * * 22 Reflectie 10(4), winter 2013

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=