Reflectie 10(4) 2013 winter.vp
De Ceder en de Tijd Wies Kuiper Onlang las ik een stukje in een dagblad dat ging over bomen, in dit geval over de ceder. Omdat de ceder van de Libanon een belangrijke boom was in de het Oude Testament, onder meer voor het bouwen van tempels, zoals die van Salomo, en voor het bouwen van paleizen, trok het stukje mijn aandacht. Ik las dat ceders zo’n 65 meter hoog kunnen worden en zo dik dat je 12 man nodig hebt om hem te omspannen. Nu is 65 m best hoog voor een boom, ongeveer zo hoog als een flat van 18 verdiepingen, maar waar ik vooral versteld van stond was, dat die bomen 2200 jaar oud kunnen worden. Achteraf bleken andere soorten nog hoger en nog ouder te kunnen worden, maar daar gaat het me nu niet zozeer om. Toen ik dat getal las, 2200 jaar, mijmerde ik dat een boom die nu dus bijna aan het einde van zijn leven is, een heel klein boompje was in het jaar Nul. Die boom heeft daar tijdens zijn leven van het jaar Nul tot 2013 alle rumoer gezien van elkaar bestrijdende volkeren en groepen. In de tijd na de afslui- ting van het Oude Testament waren er alleen al onder de Jo- den vele groepen en sektes, die allen ijverden om de wetten van Mozes gematigd of zo streng mogelijk te prediken, en dat ging er soms heftig aan toe. En dan had je ook nog andere gelovigen, heidenen genoemd. Het lijkt wel of dat ongewijzigd is doorgegaan. Die denkbeeldige ceder heeft misschien Jozef en Maria van Nazareth naar Bethlehem zien rijden op een ezel en mis- schien wel in die gedenkwaardige nacht die ster gezien die toen als een soort hedendaagse tom-tom functioneerde voor de drie koningen of wijzen. Hij heeft Jezus zien opgroeien en op een gegeven moment met zijn leerlingen zien rondtrekken door Palestina, hij heeft Johannes zien dopen in de Jordaan, hij heeft de kruisiging gezien en de opstanding. Hij heeft Sau- lus gezien, die op weg naar Damascus als door de bliksem ge- troffen werd en in plaats van vijand de vriend van de Christe- nen werd en de naam Paulus kreeg. Of zag die ceder een ander verhaal? Over de periode rondom het jaar Nul is heel veel te lezen in de Dode Zee-rollen (niet te verwarren met de Nag Hammadi ge- schriften) die tussen 1947 – 1952 gevonden werden. Zo lang- zaamaan leveren wat vertaalde teksten een goed beeld op van die tijd tot het jaar 60/70. (zie onderstaande afbeelding) De Tempel in Jeruzalem, gebouwd in 538-516 voor het jaar Nul, was het centrum van het Joodse leven gedurende al die jaren. In 19 voor het jaar Nul restaureerde koning Herodes de Tempel en liet hem uitbreiden door het grondgebied van de Tempelberg te vergroten en bouwde in de NW-hoek de Anto- niaburcht en in de NO-hoek een waterbekken. De Sadduceeën leverden de hogepriester en hadden een soort afhankelijke ver- binding met de regerende vorst, in dit geval Herodes. Bijzonder in deze tijd was het zoeken naar een geschikte kalender. Daarover staat ook heel veel in die Dode Zee-rollen. Uiteindelijk waren er twee in omloop, de zonnekalender en de maankalender. De Sadduceeën en hun aanhang gebruikte de maankalender, terwijl de zonnekalender gebruikt werd door de Makkabeeërs, de ‘Rechtschapenen’, die streng in de leer wa- ren. Israël had in de ogen van velen in die tijd niet alleen een onwettige regering, Herodes, een Romein, maar ook een on- wettige hogepriester, want de hogepriester moest uit de stam van Levi, de Levieten, komen. Echter, ook de ‘Rechtschapenen’ hadden een hogepriester, een gezalfde, een messias, in de Tempel. Deze Rechtschape- nen werden ook wel ‘Zonen van Zadok’ of Nazareners of Ze- loten of Sicarii genoemd (het woord Nazareners slaat niet op inwoners van Nazareth, want dat dorp bestond nog niet in het begin van onze jaartelling). (zie plaatje op volgende pagina) Toen Herodes stierf in het jaar 4 voor het jaar Nul eisten de ‘Rechtschapenen’ hun plaats als hogepriester weer op. Als ge- volg van al deze ontwikkelingen ontstond de eerste Joodse op- stand. Meer een guerrilla-opstand die uitmondde in de oorlog van 66-73, met als gevolg dat in het jaar 70 de Tempel volle- dig vernietigd werd, evenals Qumran en Masada trouwens. (zie afbeelding van de rots van Masada op volgende pagina) Het moet in die tijd zijn geweest dat de Dode Zee-rollen in de grotten bij Qumran werden verstopt. De vernietigingen waren een heel grote slag voor de Joden. Er zijn bij Qumran meer dan 1000 graven gevonden, die noord-zuid gericht waren, wat zeer uitzonderlijk is. 6 Reflectie 10(4), winter 2013 Psalmrol uit Dode Zee-rollen
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=