Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp

De Verrijzenis zelf ervaren Het spirituele inzicht van de ongelovige Thomas Ojas Th. de Ronde Is het verwonderlijk dat je in een christelijke brontekst zoals het Thomasevangelie niets vindt over de verzoeningsdood van Jezus aan het kruis of over zijn fysieke opstanding? Niet echt. De eerste volgelingen van Jezus – zoals de ‘Thomaschristenen’ – hadden nog geen weet van de theologische trits zonde, boete en verlossing door Jezus’ kruisdood. Zij waren ook niet geïnteresseerd in de vraag of Jezus na zijn dood fysiek aan zijn leerlingen verschenen was. Hun inspiratie vonden ze in de krachtige uitspraken van de Wijsheidsleraar Jezus en in enkele helende rituelen die deze Mystagoog hen had nagelaten en waarvan zij de verborgen betekenis kenden. Zo kwamen zij in contact met hun diepste wezen en leefden zij, zoals Jezus de Christus, in eenheid met hun Christusna- tuur. Voor hen was het niet een kwestie van geloven, maar van ervaren, zien, vol vreugde en verwondering over wat het leven hen te zeggen had. Dit was hun ‘verrijzenis’. In het Midden-Oosten, India en China stonden de christenen die deze traditie volgen, de Thomaschristenen, lange tijd in hoog aanzien. In het Westen werden deze christenen echter al snel als volgelingen van de ‘ongelovige Thomas’ beschouwd en als ‘ketters’ afgeschreven. Nu we onze aarde echter steeds meer als een ‘global village’ beleven, is het goed deze fatale splitsing in de grote christelijke familie opnieuw tegen het licht te houden. We gaan dat in dit artikel doen. Met verras- sende resultaten. De zienswijze van Thomas Onder de eerste discipelen van Jezus nam Thomas een aparte plaats in. De canonieke evangeliën vertellen dat hij een van de apostelen was, en de bijnaam ‘didymos’ (tweeling) had. Dit omdat hij de pijn van het afgescheiden ‘persoonlijke ik’ tegen- over ‘God’ had ervaren en van Jezus geleerd had dat dit afge- scheiden ik een illusie was. Jezus had hem geleerd deze ge- spletenheid op te heffen door ‘van twee één te maken’. Sindsdien predikte Thomas dat wij mensen van dezelfde natuur zijn als God. Wij mensen zijn allen kinderen van God, bewaren in ons hart de ‘godsvonk’ als stralen van de Ene Zon. Om het in de gnostische termen van het Thomasevangelie uit te drukken: wij worden door emanatie (1) elk moment uit het Goddelijk Licht geboren. Helaas vergeten we dit voortdurend door de conditione- ringen van de opvoeding en de druk en stress van het dagelijk- se leven. Daardoor zijn wij het zicht op wie we werkelijk zijn kwijtgeraakt. Het gepieker, verdriet en de frustratie om wat ons dagelijks overkomt werkt als een grijs wolkendek dat het zicht op het heldere Licht belemmert. Maar door de woorden van Jezus in te nemen en op te gaan in de helende rituelen die Jezus heeft nagelaten, kan de innerlijke ‘godsvonk’ weer erva- ren en de eenheid met God hersteld worden. Dat is de verrijze- nis waarvan het script in ieder leven aanwezig is en waarvan Thomas in zijn evangelie de unieke getuige is. De ‘held’ in ons Thomas sluit hiermee aan op de belevingswereld van de spiri- tuele zoekers uit het begin van onze jaartelling. Hun spirituele zoektocht in mysteriegodsdiensten werd door symbolen en heilige riten begeleid. De bekende psychiater Carl Gustav Jung heeft hier veel onderzoek naar gedaan. In zijn boek ‘De mens en zijn symbolen’ (2) legt hij de diepe betekenis van sym- bolen voor het onderbewuste van de mens bloot. En ook be- schrijft hij hoe deze soms tot ‘universele archetypen’, tot ‘geïdealiseerde oermodellen’, konden uitgroeien. Een van de bekendste archetypen is ‘de held’. In onze tijd ken- nen we die in veel vormen, maar ook in de tijd van Thomas was het archetype van de held alom bekend en werden helden- daden in verschillende riten en mythen gevierd. De held had verschillende namen, maar de bekendste zijn de riten en my- then van Osiris of Dionysos. De van oorsprong Egyptische Osiris of Griekse Dionysos is de held en de verlosser van de mensheid en de mythen die erover verteld worden klinken ons nog bekend in de oren. Deze mythe kent immers veel parallellen met het leven van Je- zus, zoals we dat uit de canonieke evangeliën en de christelij- ke traditie kennen. Deze held wordt immers ook op de donker- ste dag van het jaar geboren uit een maagd in een grot, waar hij gevonden wordt door herders en wordt bezocht door wij- zen uit het Oosten. Hij verandert op een bruiloft water in wijn, geneest zieken, drijft demonen uit en doet wonderen. Hij wordt voor de ogen van zijn leerlingen verheerlijkt (transfigu- ratie), berijdt een ezel om zijn intocht te doen in een bijzonde- re stad en celebreert daar een bijzondere maaltijd. Hij wordt verraden en ter dood gebracht. Hij sterft een gruwelijke dood, daalt af in de hel en staat op de derde dag op uit de dood. Hij vaart ten hemel en zit voortaan aan Gods rechterhand als god- delijke rechter. Geen biografische interesse Hebben we hier te maken met parallellen in de biografie van Jezus? Wel met parallellen, maar niet met een biografie. Want in de tijd van Jezus en Thomas leefde men in het besef dat het hier niet ging om non-fictie biografie van een grote held, maar om symbolische verwijzingen naar de eigen ‘godsvonk’. In de riten van deze mysteriegodsdiensten beleefden de deelnemers, in de spiegel van een mythe, op symbolische wijze een diepte in zichzelf die op rationele wijze niet gekend kon worden. Alleen een mythe, ritueel beleefd, kan deze diepte openba- ren. Hoe? Joseph Campbell beschrijft dit op unieke en vak- kundige wijze in zijn beroemde boek ‘The Hero with a Thou- sand Faces’ . Over het symbolisch beleven schrijft hij daarin: ‘Een symbool, een mythisch symbool, verwijst niet naar iets dat op een rationele manier wordt gekend of gekend kan wor- den. Het verwijst naar de spirituele kracht die in het leven werkzaam is en alleen wordt gekend via zijn gevolgen.’ (3) Het is niet verwonderlijk dat de leerlingen die in Jezus hun inspirerende held zagen en ‘christen’ werden ook op deze ma- nier Jezus tot een mythisch symbool maakten. En dat zij na- tuurlijk het mythisch en legendarische karakter van dit sym- bool ook heel goed begrepen. 14 Reflectie 11(1), voorjaar 2014

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=