Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp
Alsof voor het eerst een mens de ogen opsloeg Hildegard von Bingen – Een buitengewone vrouw, zieneres en mystica door Mianne Bakker Voordat een indruk wordt gegeven van het belang van Hilde- gard von Bingen, wil ik eerst beschrijven hoe het verschijnsel mystiek kan worden opgevat. Mystiek is een fenomeen dat in alle culturen blijkt voor te komen, in uitingsvorm verschillend, maar in de kern hetzelfde: “uit ervaring weten, dat alles op een of andere wijze samenhangt, dat alles in oorsprong één is.” Een mysticus is iemand waarvan het leven door die erva- ring bepaald wordt. Mystiek is niet iets uitzonderlijks.William James (1842- 1910) die veel onderzoeken deed en verhalen van mensen no- teerden uit zijn omgeving zegt over zichzelf: “Hoewel ik zo’n godsbewustzijn in de meer directe en sterke betekenis niet be- zit, toch is er iets in mij, wat reageert, wanneer ik anderen daarover hoor spreken. Ik herken een diepere stem. Er is iets wat me zegt: daar zit waarheid in. Ik ben zozeer uit het chris- tendom weg gegroeid dat een uiting van mystiek die daarin gevat zit, er eerst van losgemaakt moet worden. Ik moet door die verstrengeling heen geraken, voor ik kán luisteren. Noem dit, als je wilt, mijn mystieke kern. Het is een heel gewone, veel voorkomende kiem.” Ondanks het veel voorkomen kan een doorbraak van een andere werkelijkheid erg verwarrend zijn en sterke emoties oproepen. Hildegard Rond het jaar 1000 ontstaat na eeuwenlange plundertochten en invallen van vreemde volkeren een nieuwe cultuur in West Europa. De opbouw van de Middeleeuwse samenleving is vanaf het begin ook mystiek geïnspireerd. Een opmerkelijk feit is de grotere en meer zichtbare rol van vrouwen sinds de elfde eeuw, in het begin in de vrouwe- lijke abdijen. Deze vrouwen volgen daar de regel van Bene- dictus, ze zijn zelfstandig met een eigen abdis. Ze zijn meestal zeer onderlegd. De abdis van Bingen, Hildegard, laat ons deze leefwijze dui- delijk zien. • Zij schrijft meer dan driehonderd brieven naar paus, keizer en andere groten van de aarde. • Zij preekt in de dom van Keulen en van Mainz. • Ze schrijft gedichten, vijftien boeken en ongeveer tachtig muziekwerken. • Ze ontwerpt een geheimtaal met eigen lettertekens voor intern gebruik. • Ze maakt zelfs bouwtekeningen voor haar klooster. • Ze leidt een centrum van handschrift-productie en bemoeit zich persoonlijk met de miniaturen die daar gemaakt worden. • Ze is nieuwsgierig naar alles en beschrijft dat exact, zo ook haar kennis over kruiden en planten. Hildegard werd op tienjarige leeftijd door haar adellijke ou- ders als tiende kind, aan het klooster afgestaan. De eerste jaren woont ze dan met een paar andere vrouwen in een kluis tegen het mannenklooster aan. Religieus onderricht ontvangt ze van een oudere ‘magistra’ Jutta. Haar lange leven van 1098 tot 1179 is bewogen en vol visioenen. De visioenen van Hildegard De gave van het ‘zien’ bezit ze al sinds haar peuterjaren. Op een gegeven moment hoort ze een goddelijke roepstem, die haar opdraagt om datgene wat ze ziet, openbaar te maken: “Zie, hoor en schrijf op wat het Licht je toont”. Heel haar verdere leven en haar hele oeuvre moeten in het licht van deze opdracht worden begrepen. Vanuit drie verschillende fases in haar leven, beschrijft zij in hoofdwerken haar visionaire ervaringen. Hildegard, een vrouw zonder opleiding, moet eerst de goed- keuring van het kerkelijk gezag ontvangen om het theologisch werk te schrijven, waarin zij een beroep doet op God, die dit al- les aan haar openbaart. Als de bisschoppensynode van 1147 in Trier is, richt zij zich per brief tot Bernardus van Clairveaux, in de hoop op bevestiging. Zij ontvangt van paus Eugenius de goedkeuring met de woorden: “dit stralend licht mag niet verduisterd worden”. Hildegard ervaart Gods werking als een stroom. Ze getuigt hoe het Levende Licht verscheidene malen bij haar binnen- stroomt en haar een spontaan begrip schenkt van de betekenis van de Schrift. Meegeven, meebrengen en meewerken is de boodschap. Jezelf uitgieten in al wat je doet. Ze drukt zich uit in gedichten, liederen, miniaturen, preken. In de hele schep- ping herkent zij een stroom van goddelijke energie. De Liefde van God, die alles leven geeft en vruchtbaarheid schenkt is een ‘groenende’ kracht. Maria noemt zij dan ook de allergroenste maagd. Haar visie op de natuur wordt vooral gekenmerkt, doordat zij de hele macrokosmos en daarmee ook de micro- kosmos van het menselijk lichaam doordrongen ziet van een uniforme kracht, het heilige groen. Zij beschrijft dit ook: “O, aller-edelst groen, dat wortelt in de zon en straalt in heldere lichtheid binnen de kring van het draaiende rad, dat de heerlijkheid van het aardse niet raakt: 18 Reflectie 11(1), voorjaar 2014
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=