Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp
omarmd door de hartskracht van hemelse geheimen. Kleur je als het morgenlicht en vlam je als de gloeiende zon. Jij, groen, bent omsloten door liefde.” Hildegard kent de kracht van imaginatie. Ze stelt zelfs voor om in de groene wei te gaan liggen en je voor te stellen dat alle sappen en krachten uit de wortels van het gras en de plan- ten, je eigen lichaam doorstromen. In haar visie op de kosmos ziet Hildegard de ziel van de mens: “De ziel is als een wind die over de planten waait, als de dauw die druppels op het gras legt, als de regen die alles doet groeien. Evenzo zou van de mens zijn welwillendheid moeten uitstromen naar iedereen die daarnaar verlangt. Wind is hij, indien hij de miserabelen helpt, dauw, indien hij de ver- latene troost, regen, indien hij de vermoeiende overeind helpt en hen met de leer vervult als hongerenden, indien hij hen zijn ziel geeft.” Voor Hildegard is vriendschap hetzelfde als harmonie, symfonie en verbondenheid. Heel de schepping is voor haar één grote symfonie, heel de heilsgeschiedenis is één groot lief- desgebeuren. Uiteindelijk is de mens uitverkoren om mee te klinken in deze kosmische symfonie, deze lofzang, samen met de engelen. Door haar teksten, zelfs in het hier en nu, uit te spreken, kan zij voor ons tot leven komen en kunnen we ontdekken hoe betekenisvol zij voor ons kan blijkt te zijn in deze tijd. Zo leren we Hildegard kennen als een vrouw die de hele kosmos, wind, dauw en regen, kruiden en grassen als vervuld ziet van de goddelijke adem. Alles is op elkaar aangewezen, alles staat in verband met elkaar, alles roept de mensen op tot betrokkenheid. Hildegard is een opmerkelijke vrouw, een vrouw die haar tijd ver vooruit is. Ze is abdis geworden van een groot klooster en later zelfs van meerdere kloosters die zij naar eigen inzicht heeft laten bouwen. Ze is zielzorgster voor zowat heel Europa en onderneemt predikingsreizen per schip en te paard. Ze schokt de bisschoppen van haar tijd omdat ze het opneemt te- gen het materialisme, de geldzucht en baantjesjagerij in de kerk. Ook bestrijdt ze de dualistische scheiding van God en de wereld, van lichaam en ziel, zoals die toentertijd werd verkon- digd door de katharen. Mystiek in de visioenen Als zieneres is Hildegard tegelijkertijd ook mystica. Haar mystiek is geheel anders dan die van Meester Eckhart en ook anders dan de vrouwenmystiek, de minnemystiek. Het bijzondere van Hildegards mystiek is dat zij in haar vi- sioenen de kosmische samenhang beleeft, haar mystiek stijgt uit boven het persoonlijke. Pas vierhonderd jaar na Hildegards dood treffen we in Jacob Böhme een geestverwant aan; ook bij hem ging het om de geheimen van God en het door God ver- vuld zijn van de kosmos. In latere eeuwen komt alleen Teil- hard de Chardin als denker en mysticus dicht in haar buurt. Dankzij voor de twaalfde eeuw relatief uitgebreide hoe- veelheid aan bronnenmateriaal weten we tamelijk veel over Hildegard. Ze groeit op tussen de uitgestrekte velden en de bossen langs de rivieren van het Rijn-Frankische gebied. De tijd waarin ze leeft is een tijd van veel spanning op politiek en geestelijk gebied. Er is een conflict tussen de keizer en de paus en een tegenpaus wordt aangesteld, hetgeen voor grote ver- warring zorgt in de christelijke wereld. Hildegard waarschuwt keizer Barbarossa op uitgesproken har- de toon. Haar mentor is Bernardus van Clairveaux en via de briefwisseling zien we haar kwetsbare kant. Hij moedigt haar aan haar visioenen op te blijven schrijven. Sinds deze bevesti- ging zien we dat Hildegard zich bewust wordt van haar identi- teit als vrouw, als autoriteit, als medium en tevens als profetes van de goddelijke wijsheid. Haar eerste boek noemt ze ‘Scivias’ (een verkorting van ‘Scito vias Domini’, d.i. Ken de wegen van de Heer). Ze zegt hierover: “In het visioen zag ik ook dat het eerste boek over mijn visioenen Scivias moest worden genoemd, om- dat het langs de wegen van het levende licht werd meegedeeld en niet uit de leer stamt” . Bij Hildegard komen we ‘Caritas’, met hoofdletter, tegen, die zij vaak overeen laat komen met de Heilige Geest. Die Ca- ritas is de Liefde waaruit heel de kosmos is geschapen. In haar eerste visioen ziet ze Ca- ritas als een gevleugeld figuur. Haar hoofd is rood als de liefde, maar daarboven is nog een hoofd zichtbaar, van God de Vader. In het Lam Gods, dat ze in haar handen draagt, is ook de Zoon zichtbaar. De gestalte heeft twee paar vleugels, die symbool staan voor de liefde van God en de naaste liefde. Het visioen laat een strijdbare kracht zien, onder de voeten sneuvelen boosaardige dieren. De liefde overwint im- mers alles…. Het tweede visioen toont de schepping als een wiel binnen de omhelzing van de trinitaire liefde. De roodgloeiende Caritas omvat en draagt de schepping, waarvan de mens het middel- punt vormt. Voor Hildegard zijn schepping, incarnatie en vo- leinding der tijden momenten in één groot liefdes gebeuren. Ze benadrukt de vrouwelijke kant van de godheid. De bevlogen religieuze Hildegard ziet zichzelf als niet meer dan Gods zeer onvolmaakte spreekbuis. Haar eigen per- soon en haar persoonlijke gevoelens geeft ze daarom nauwe- lijks bloot. Door haar profetische en visionaire begaafdheid kan Hilde- gard onmogelijk de gelijke van haar medezusters zijn. Ze heeft zich op zoveel terreinen bekwaamd, dat ze ook intellectueel ver boven haar omgeving uitsteekt. Toch heeft ze in haar persoon- lijke leven een diep-doorleefde vriendschap. Als haar medezus- ter Richardis van Stade de gemeenschap verlaat om abdis te worden, voelt Hildegard zich verweesd achterblijven. Ze schrijft een brief waarbij we zien dat liefde ook kwetsbaar maakt. Hildegard is haar tijd heel ver vooruit. Als vrouw heeft ze alleen predikingsreizen ondernomen en is opgetreden op grote markten en kathedraalpleinen bijvoorbeeld in Trier en Keulen. Dit waren absoluut ongewone activiteiten, ook voor een mid- deleeuwse abdis. Hildegards ouders hebben als het ware dit tiende kind als hun tiende, hun kerkelijke belasting, aan God opgedragen en al op achtjarige leeftijd haar aan een geestelijke leidsvrouw overgedragen. Tussen haar veertiende en zeventiende jaar kiest ze voor het benedictinessenklooster en wordt op de leef- 19 Reflectie 11(1), voorjaar 2014
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=