Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp
tijd van 38 jaar abdis. Op de tegenovergelegen Rijnoever sticht ze een tweede klooster, omdat de aanwas van nieuwe kloosterlingen zeer groot is. Hildegard heeft met veel tegen- werking te maken, vooral vanuit het naburige mannenklooster. We moeten Hildegard maar eens te paard voorstellen, of hoe ze alles wat op haar afkomt tot een oplossing brengt, deze vrouw die regelmatig door verlammingen wordt getroffen en die soms maandenlang niet van haar bed kan opstaan. Ze zegt dan: “Dat mijn aderen met bloed en mijn hersenen met het merg verdorren en mijn ingewanden verscheurd wer- den, mijn hele lichaam zo verslapte zoals het gras in de winter zijn kleur verliest. Ik nam waar hoe de boze geesten daarover lachten en zeiden: Ha, deze zal sterven en haar vrienden zul- len wenen. Ik echter zag dat het vertrek van mijn ziel nog niet ophanden was.” Liederen door Hildegard Graag wil ik hier ook een lied van Hildegard onder de aan- dacht brengen: het zestigste van haar 77 liederen: “Hoe won- derbaarlijk is het weten in het goddelijke hart, dat elk schepsel al sinds onheuglijke tijden heeft aanschouwd! Want God zag het aangezicht van de mens die Hij gevormd heeft. Hij zag zijn gehele werk in deze mensengestalte. Hoe wonderbaarlijk is de ademtocht die zo de mens verwekte.” Haar visioenen, haar muziek en haar gedichten roepen diepe verwondering op. Zij is als een grondtoon doordrongen van ver- wondering en wordt erdoor gedragen, alsof voor het eerst een mens de ogen opsloeg. Wonderbaarlijk is de gestalte van het Al, de formatie van de aarde, de schittering van de edelstenen, de wonderlijke vormen van de planten, de groene en helende kracht. Zij interesseert zich voor de libelle en de hommel en niet minder voor de vogel en de vis. In alles wat leeft, ziet zij een centrale kracht die ze aanspreekt als een levende persoon. In dit lied wordt Hildegards verwondering gewekt door de mensengestalte en meer nog door de inspiratie of ademtocht die hem opwekt. Het is een scheppende ademtocht vanuit de kosmos die de mens uit de gemeenschap van alle schepselen heeft gewekt. In onze adem herkennen wij onze verwantschap met de ademende kosmos. Van het blauwe wier dat de eerste zuurstof vormde, via alle planten en bomen tot aan de ozonlaag om onze planeet heen: alles is met ons verbonden en wij zijn met alles verbonden, alles is noodzakelijk voor al het andere, alles is op elkaar aangewezen. Ze beschrijft : “In een bepaalde meditatieve oefening kan ik diep binnen in mij, mijn adem voelen komen en gaan, de adem die mijn leven draagt, mijn adem die de lucht om mij heen, uitgeademd door de planten, naar binnen haalt, inademt zodat ik leven kan: op dat moment ervaar ik hoezeer alle le- vende wezens op elkaar zijn aangewezen, hoe al het levende bij elkaar hoort. De planten leven op hun beurt van de lucht die wij uitademen, o hoe wonderbaarlijk! Ik leef zolang ik deze kosmische ademtocht inadem; wanneer ik niet meer kan ademen, sterf ik; dan staat mijn hart stil, het hart waardoor ik mijn leven schijnbaar autonoom in mij draag. Mijn hart klopt uit zichzelf, maar is afhankelijk van de zuurstoftoevoer via mijn adem en mijn bloed.” Hildegard ziet in de adem de inblazing van de goddelijke geest, de inspiratie van de wijsheid. Zij ziet de mens als een inspiratiebron, komende uit het hart van de godheid. Ook wij kunnen veel van haar leren, vooral leren weer verwonderd te zijn over onszelf. Hildegard meent oprecht en ziet ook in een mystiek visioen bevestigd, dat wij ons zijn en onze wording niet aan een toe- vallige sprong in de evolutie te danken hebben, maar aan een inspiratie van het onkenbare centrum van het universum. Volgens Hildegard betekent wijsheid, het weer in contact komen met de harmonie van de kosmos, met het krachtenveld van het heilige groen, ook wanneer dit verloren lijkt te zijn ge- gaan. In Hildegard’s kosmische visioen is de mens niet in staat de schepping en het leven volledig te verwoesten, omdat alles door een krachtenveld wordt omgeven en gedragen. Speel muziek van Hildegard van Bingen of luister ernaar en haar woorden klinken er als het ware door heen: “Luister en ervaar dat de mens een wezen is van Hemel en Aarde in een innerlijk heiligingsproces, een op weg gaan, vanuit dat in- nerlijk rustpunt in jezelf, dat ondanks onvolkomenheid, on- danks onvolmaaktheid, waarin het zich nu eenmaal moet uit- drukken, zich met een groter iets, dat zo op het eerste gezicht, onbenoembaar, onzegbaar is, toch in diepste wezen wezenlijk verbonden weet. Ga en ervaar, in dat op weggaan in jezelf, tot de ervaring te komen, dat een mystieke ervaring, een in ons oplichtende ervaring, de alledaagse werkelijkheid doordringt. Er gaat iets in onszelf doorwerken. De grenzen van ons waak- bewustzijn verruimen zich. Het kan op elk moment van de dag plaats vinden. Het zien, hoe het grote, Dat Wat is, benoemd wordt, kunnen wij zien in een ontluikende bloem, in een traag voorbij stromende rivier, ja in een medemens, die zich tot ons richt.” (…) “De woorden die ik spreek zijn niet van mijzelf, noch van een andere mens afkomstig. Ik zeg ze vanuit een ver- mogen tot zien, dat ik ontving. De visies die ik waarneem, aan- schouw ik niet in de slaap, noch in een droom, noch met de ogen van het fysieke lichaam, noch met de fysieke oren, noch op verborgen plaatsen, maar waakzaam oplettend, met de ogen van de geest en innerlijk gehoor. Ik werd ze gewaar met een open blik en volgens de wil van God. Hier en nu in de situ- atie, in de omstandigheden, waarin je je nu bevindt, je moet bevinden, voltrekt zich de werking Gods in je. Geen ver weg mysterie, vluchtend voor de tijdelijke werkelijkheid, maar in het hier en nu.” Wat rest mij nu ……de stilte om mij een te voelen met deze woorden. Deze bijzondere vrouw blijkt geen vrouw uit het verre ver- leden te zijn, maar een bijzondere vrouw die ook in onze tijd, onze taal en gedachten uitspreekt, dat vind ik wonderbaarlijk en helend. Literatuur Dr. Ingrid Riedel, Hildegard van Bingen, profetes van kosmische wijsheid. Ten Have, Baarn, 1996. Mianne Bakker — Na een studie theologie met veel verdieping in de psychologische achtergronden van de mens, specialiseerde ik me om via counselen werkzaam te zijn, waarbij de spirituele aanpak de helende weg bleek te volgen. Mijn weg is een weg van verdie- ping en daar geef ik gehoor aan. Lid van de kerkgemeente Naar- den. * * * 20 Reflectie 11(1), voorjaar 2014
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=