Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp

Elke aanleiding of invalshoek kan door Hillesum aangegrepen worden om te vorsen naar inzicht en kennis, zuivere kennis: “(Vrijdagochtend, 5 september 1941) ‘Maar Heer, geef me liever wijsheid inplaats van kennis. Of liever gezegd, alleen de kennis die tot wijsheid voert maakt de mens, mij tenminste, ge- lukkig en niet de kennis die tot macht voert.’” (18 ) Aangrijpend eerlijk blijft tegelijkertijd haar streven naar eerlijkheid en waarachtigheid. Hierbij gaat Hillesum geen zelfkritiek nog cynisme ten opzichte van zichzelf uit de weg. “(Zaterdagmiddag 4 oktober 1941, ’s avonds) ‘Dat is je ziekte: je wilt het leven vatten in je eigen formules. Je wilt alle verschijnselen van dit leven omvatten met je geest inplaats van je zelf te laten omvatten door het leven. Hoe was het ook maar nog: Je hoofd in de hemel steken, dat gaat. Maar de hemel in je hoofd steken, dat gaat niet. Je wilt iedere keer zelf de wereld opnieuw scheppen, inplaats van de wereld te genieten, zoals ze is. Daar zit iets dwingelandijachtigs in.’” (19) “(Zondagmorgen 5 oktober 1941, 9 uur.) ‘En nou is het uit, verdomme. Je verveelt me met je diepzinnige gedachtes en gevoelens. En nou zal je weer gedisciplineerd worden. Ik ga weer met de zweep achter je aan. Vandaag wordt er vertaald, woord voor woord uit het hollands in het russisch (…). En of je Dostojewski nu psycho-analytisch of historisch-materialis- tisch of van de meer ‘goddelijke’ kant moet benaderen, daar ben je nu nog niet aan toe. Je hebt Dostojewski zelf nog niet eens fatsoenlijk gelezen. En het vrouwenprobleem is ook niet in één Zondag op te lossen en of het door jou opgelost zal moeten worden is nog heel erg de vraag. Trouwens: het vrou- wenprobleem. Het getuigt al van een zeldzame opgeschroefd- heid om het zo te willen stellen.’” (20) Vrijwilligheid en vrijheid “(Zaterdagochtend, 9 augustus 1941, ’s middags 3 uur.) ‘(…) De ene mens moet de ander geen doel zijn, maar middel. Middel om tot een hogere trap van leven te komen. Middel om zich los te wringen van deze veel te zware aarde en zijn creaturen. Mèt el- kaar en dóór elkaar moet men zich toch weer vrij maken van el- kaar en samen weer verder leven in een hogere vrijheid.’” (21) Inmiddels had zij al verschillende malen joodse studenten geholpen en in juli 1942 kreeg ze een baan als administratief medewerkster bij de Joodsche Raad, de joodse organisatie die in opdracht van de Duitsers de joodse gemeenschap in Neder- land moest besturen. Ook daar neemt ze waar, ook daar schrijft ze verder in haar dagboek. “(25 Juli 1942. Zaterdagochtend 9 uur.) ‘God, behoed me voor één ding: laat me nooit in één kamp komen met de men- sen, met wie ik nu dagelijks werk. Honderd satires zal ik daar later over schrijven.’” (22 ) Later kwam ze terecht op de afdeling ‘Sociale Verzorging Doortrekkenden’ in Westerbork. Hierdoor genoot ze een uitzonderingspositie en mocht vrij het doorgangskamp in en uit. In het kamp, dat ze in haar dag- boek als ‘de hel’ omschrijft, probeerde ze haar joodse geloofs- genoten die wachtten op transport naar Polen te helpen. “(2 Juli 1942. Donderdagmorgen half 8.) ‘Lijden is niet beneden de menselijke waardigheid. Ik bedoel: men kan mens- waardig lijden en onmenswaardig. Ik bedoel: de meeste Wester- lingen verstaan de kunst van het lijden niet en ze krijgen er dui- zend angsten voor in de plaats. Dit is geen leven meer, wat de meeste doen: angst, resignatie, verbittering, haat, wanhoop. Mijn God, het is zo goed te begrijpen allemaal. Maar wanneer hun dit leven genomen wordt, dan wordt hun toch niet veel ge- nomen? En ik vraag me af of het zo een groot verschil is, hier door duizend angsten opgevreten te worden of in Polen door duizend luizen en de honger? Men moet de dood accepteren als bij het leven horende, ook de vreselijkste dood.’” (23) “(7 Juli 1942, Dinsdagavond 8 uur.) ‘Ziezo, nu klapt er een deksel over alle rumoer van deze dag, en deze avond, met alle rust en concentratie, die er in me is, is van mij. (…) Er vallen van minuut tot minuut meer wensen en verlangens en gebondenheden aan anderen van me af, ik ben bereid tot alles, tot iedere plek op deze aarde, waar God me zenden zal en ik ben bereid tot iedere situatie en tot in de dood te getuigen, dat dit leven schoon en zinrijk is en dat het niet aan God ligt, dat het zo is als het nu is, maar aan ons. Wij hebben alle mogelijk- heden tot alle paradijzen met ons meegekregen, we zullen nog moeten leren met onze mogelijkheden om te gaan.’” (24) “(Woensdagavond 15 Juli 1942.) ‘En dit is het grootste lij- den voor de velen: de volkomen innerlijke onvoorbereidheid, waardoor ze hier nu al jammerlijk omkomen, voordat ze nog een arbeidskamp gezien hebben. Na deze houding is onze ca- tastrophe volledig. Werkelijk, werkelijk, Dante’s hel is er een lichtzinnige operette bij vergeleken.’” (25) In augustus 1942 moest ze zelf verplicht verhuizen naar deportatiekamp Westerbork en kon nog geruime tijd zonder problemen een aantal malen naar Amsterdam reizen. Ze be- schreef ze haar verdere ervaringen in tientallen brieven. Ze be- sloot niet onder te duiken en ging op 6 juni 1943 opnieuw naar Westerbork. Mogelijk schemert in de twee volgende notities uit de dagboeken door ‘waartoe’. “(19 Februari 1942. Donderdagmiddag, 2 uur.) ‘En ik zie geen andere oplossing, ik zie werkelijk geen andere oplossing dan in je eigen centrum in te keren en daar uit te roeien al die rotheid. Ik geloof er niet meer aan, dat we in de buitenwereld iets verbeteren kunnen, wat we niet eerst in ons zelf moeten verbeteren. En dat lijkt me de enige les van deze oorlog, dat we geleerd hebben, dat we het alléén in onszelf moeten zoeken en nergens anders.’” (26) “(Maandagmorgen 29 Juni 1942, 10 uur.) ‘Het laatste be- richt is, dat alle Joden uit Holland weggetransporteerd zullen worden, via Drenthe naar Polen. En de Engelse zender zei, dat er sinds verleden jaar April 700.000 Joden zijn omgeko- men, in Duitsland en de bezette gebieden. En àls we blijven le- ven, dan zijn dat even zo vele wonden, die wij ons hele leven met ons zullen moeten dragen.’” (27) 27 Reflectie 11(1), voorjaar 2014

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=