13(1)16

Reflectie jaargang 13nummer 1, voorjaar 2016 21 Paula-Willemijn van Rooijen Paula-Willemijn van Rooijen (1963) is zingevingstherapeut, auteur van ‘ Vragen omde dood ’ (2010), diaken in de Vrij-Katholieke Kerk, elektronicus, spreker van hondentaal, culinair thuischef, kunstenares, en onophou- delijkmateloos gefascineerd door de grondslagen van dit universum. Wij worden verzinnebeeld inhet brood endewijn. Ons offer reikt naar het Goddelijk offer, als antwoord. En tijdens de consecratie worden brood en wijn de vormwaar doorheen Christus’ leven tegenwoordig is. Deze bezielde vormen dragen wij vervolgens weer op als werktuig in het werk van de Eeuwige Hogepriester. Bij de communie nemen we de Goddelijke kracht ook op een fysieke wijze tot ons. Alle werelden en alle lichamen zijn ermee doortrokken, wij hebben deel aan het eeuwige proces. Het is voor onszelf. Het is voor ons werk in de wereld. Hoe meer wij transfor- meren, des te meer wij de wereld kunnen transformeren. Daardoor worden wij betere en efficiëntere werkers in Gods plan. Dan werken wij significant mee aan de terug- keer naar de Vader. Onvoltooide taken en kosmisch burger Het is onze wil die er voor zorgt dat wij ons vrijwillig kun- nen aanbieden. Als onze onvoltooide levenstaken een geknakte wil tot gevolg hebben wordt die vrijwilligheid lastiger. Dan is het moeilijker werkelijk een kosmisch burger te zijn. Het verlangen vanuit onze Godsvonk naar eenwordingmet God zal er heus wel zijn. Maar vertrouwen we het wel dat het ook voor ons geldt, de mogelijkheid van die eenwording? Hebben we het lef dit te durven willen? Deze twee vragen vloeien voort uit levenstaak 1 en 2. Met name de tweede taak, zelfstandigheid of onzekerheid, draait omde wil. Dan kan er dus al op heel jonge leeftijd een belemmering ontstaan op het willen. En eventueel geweld en trauma’s in een leven zetten natuurlijk hele- maal veel druk op ‘lef’ en ‘willen’ en ‘eigenwaarde’. Dan ontstaat heel sterk de gedachte dat we onze waarde zouden moeten verdienen. Dan is de zekerheid ‘jij bent goed genoeg omdat je er bent’ ver weg. Het is de waan van de veronder- stelde voorwaardelijkheid. Een waan, omdat het al lang goed is. Tegelijkertijd zijn we als mensen een wordend wezen, dat, door het lijden dat we ervaren, aangespoord wordt tot actie richting harmonie en vervulling. Waarbij Christus ons draagt, omdat Christus alles ondersteunt en onderhoudt en draagt. Als we dat willen zien, kunnen we bewust mee insteken in het proces. Anders blijven we onbewust een soort blinde kosmische burger. Zien en inzien in welke mate wij deel hebben aan Gods plan, welke plek wij daar in innemen en welke rol wij daar- bij spelen valt of staat bij willen zien en inzien. We worden hierin belemmerd door een niet volgroeide wil. Die achter- stand ontstaat bij specifieke onvoltooide levenstaken en belemmert ons bewust een kosmisch burger te kunnen zijn. Maar dan wacht ons geen hel of verdoemenis, want uiteindelijk brengt Christus ons thuis. Die wil ontwaakt dan op de eigen tijd in onze kosmische ontwikkelings- gang, in deze levensloop of in een volgende. Wij zullen naar Zijn beeld en gelijkenis worden veranderd, hoe ver wij voor- dien ook zijn afgedwaald. Dat is een belofte waarop we kunnen vertrouwen. Het doorbreken van Gods Werkelijkheid Als Gods Werkelijkheid doorbreekt dan verruimt jouwwerke- lijkheid. God is Liefde Kracht Waarheid Licht. Wij zullen naar Zijn beeld en gelijkenis worden veranderd. Dat is een essentiële esoterische stelling en esoterische praxis. Maar niet zomaar een gelopen race. Gods Werkelijkheid die jouwwerkelijkheid oprekt en ver- ruimt, verandert jouwwereld. In de liturgie wordt dat in ruime mate begeleid en in goede banen geleid. Door woorden en taalbeelden, door muziek en wierook, door het actieve meedoen. De Tempel wordt gegrondvest en vanuit dit geaarde uitgangspunt is het veel lastiger om psychotisch los te slaan uit je geankerde gewaarzijn en ruimte-tijd besef. Het is echter geen garantie dat het niet gebeurt. Gods Werkelijkheid betekent een breukmet de wereld tot dan toe. Een breuk is geen zacht donsveertje, een breuk is een streep door de tijd: voor en na . Een voorbeeld: een kind is na een lang ziekbed van overal zweren op het lichaam eindelijk weer eens buiten in de natuur. Komt een bocht om en ziet meer dan levensgroot de gekruisigde boven het pad hangen. Wordt door niemand begrepen, heeft zelf ook geen woor- den en een adolescentie en jonge volwassenheidmet ver- slavingen ontwikkelt zich. Gelukkig houdt diegene vast aan een innerlijk kompas en gaat zelf op zoek naar herken- ning, met name door studie. Komt uit de negatieve spiraal en werkt nu in de verslavingszorg. Maar een extase en vreugde is dit leven tot nu toe nog niet geworden. Door de toegenomen spirituele belangstelling en beschik- baarheid van informatie ontstaat ookmeer onkunde. Het is niet voor niets dat mysteriescholen in de oudheid ‘scholen’ waren. Een leergang, die begeleid werd door werkelijk ingewijden. Toegang kreeg je niet zomaar. En er was gedegen kennis om ervaringen te duiden en verkla- ren. Tegenwoordig is de kans aanwezig dat die kennis niet voorhanden is. Een voorbeeld is de spirituele ‘happy clap’, bepaalde groe- peringen of denkstijlen die alles met een roze bril op geluk- zalig positief definiëren. ‘Roze bril’ wordt hier opzettelijk als stereotypering gebruikt omde psychologische wending aan te duiden dat wordt weggekeken van negatief ervaren

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=