13(1)16

Reflectie jaargang 13nummer 1, voorjaar 2016 8 Kunnen de traditionele christelijke kerken een uitzicht bieden? Volgens Weber gaat dat niet meer lukken omdat zij mede schuldig zijn aan deze ‘onttovering’. Dat begon al in de vijfde eeuwmet de invloedrijke kerkvader Augustinus, die met zijn klassiek geworden boek De Stad van God 2 een duidelijk verschil maakte tussen ‘de stad op aarde’ ( civitas terrena ) waar wij nu in leven en de ‘stad van God’ ( civitas Dei ) die als een belofte in de verre toekomst ligt. Maar dan alleen voor diegenen die hier op aarde de zonde hebben weten te overmeesteren. De splitsing die door deze duale theologie gemaakt werd tussen het pijnlijke en gewelddadige tranendal ‘hier op aarde’ enmogelijk eeuwige geneugten ‘later in de hemel’, heeft de westerse wereld vanaf het begin diep geraakt en heeft zich later ook scherp doorgezet in het ascetische en puriteinse protestantisme. Enkele uitzonderingen daar­ gelaten dragen alle christelijke kerken deze erfenis met zichmee. 3 Kan de moderne wetenschap alsnog uitzicht bieden op een bestaan in vreugde, heelheid en eenheidmet was is? Volgens Weber kan zij dat niet omdat de moderne weten- schap behalve de wereld ook zichzelf heeft onttoverd. In haar obsessie om aan het lijden in deze wereld te ontko- men en een alternatief te bieden voor de traditionele godsdiensten heeft zij zich losgebroken van haar eigen natuurlijke wortels en is zij zich in een objectieve houding tegenover de natuur gaan opstellen. De wetenschapmoet daarom volgens MaxWeber erkennen dat zij geen weg kan zijn naar ‘de ware God’, ‘de ware natuur’ of ‘het ware geluk’. Trouw aan de Aarde Geen wonder dat er in het Westen ook vanuit de filosofie al eeuwen lang protest werd aangetekend tegen deze ver- vlakking van het leven en dit losbreken van ons thuis, de aarde waarop wij geboren worden en waar wij leven, wo- nen en werken. Een van de bekendste enmeest roemruch- te filosofen was Friedrich Nietzsche (1844–1900). Als zoon van een predikant kwamhij al vroeg in aanrakingmet religie in de vorm van een ascetisch protestantisme waar een strenge God de scepter zwaaide. Nietzsche voelde hiertegen verzet, maar desondanks ontwikkelde hij een ‘eros’, een groot religieus verlangen. Omdat hij deze honger naar het religieuze niet kon stillen binnen het christendomging hij op zoek naar andere spirituele leermeesters en vond die met name in de filosoof Schopenhauer, die hem in contact bracht met het boed- dhisme. Deze levensbeschouwing bleek een openbaring voor Nietzsche, met name omdat hij nu ruimte kreeg om te leven ‘in het hier en nu’ en ook zonder het geloof in een angstaanjagende en straffende God. Nietzsche’s hele leven zou een poging zijn hiermee in het reine te komen. Geen zonde, geen hel, geen verdoemenis meer. Het lijden aan- vaarden zoals het is. Helemaal ‘ja’ zeggen tegen het leven zoals het hier en nu beleefd wordt. Voor Nietzsche betekende deze ‘Bejähung’ van het leven niet dat het leven stil stond. De ideeën van evolutie hingen in de lucht en ook hij probeerde zich een beeld te vormen van de verdere ontwikkeling van de mens. In zijn beroem- de boek Zo sprak Zarathoestra 4 laat hij deze oude profeet spreken over een nieuwe mens, een Übermensch , iemand die de huidige conditie van het menszijn heeft overwon- nen en – zo zouden wij het tegenwoordig zeggen – de mystieke dimensie heeft ontdekt en transpersoonlijk is geworden. Maar dit ‘transpersoonlijke’ betekent niet dat deze nieuwe mens de aarde heeft losgelaten. Integendeel. Zarathoestra houdt hierover een toespraak voor het volk dat rond hem is samengestroomd op de markt in een klein stadje, terwijl boven hen een koorddanser zijn kunsten laat zien. De profeet gebruikt het beeld van de koorddanser omduide- lijk te maken dat de mens in de evolutie als dier is begon- nen, numens is, maar dit menselijke moet overwinnen: ‘Ik leer u de Übermensch . De mens is iets wat overwonnen moet worden.’ Als het volk applaudiseert legt Zarathoestra in beeldende taal kort de evolutie van de mens uit en roept dan: ‘De Übermensch is de zin van de Aarde…. Ik bezweer u, broe- ders, blijf de Aarde trouw en schenk geen geloof aanmen- sen die bij u aankomenmet praatjes over bovenaardse verwachtingen... Nu is het het ergste om te zondigen tegen de Aarde!’ De aardse Jezus Aan deze tekst van Nietzsche moest ik denken toen ikme onlangs weer verdiepte in de mystieke woorden van het evangelie van Thomas. Ze zijn geschreven in een tijd dat het empirische rationalisme de mens nog niet in haar greep had en ook eeuwen voordat de boodschap van Jezus over Gods Koninkrijk op aarde verschoven was naar een verre toekomst. We horen Jezus nog vol verwondering over de aarde, zoals wij Hemook kennen uit de synoptische evangeliën, rondtrekkend op de zanderige wegen in de toen nog groene en bloemrijke heuvels van Galilea. Het leven in die tijd werd wel beheerst door de wrede Romeinen en ook in Galilea heerste terreur. Maar het lijkt alsof Jezus zich daardoor niet uit het veld laat slaan. Hij kan zich nog ontspannen en genieten van de natuur. Ook in de teksten van de synoptische evangeliën kun je nog Jezus’ verwondering en liefde voor de Aarde beluiste- ren als hij in zijn woorden tot zijn leerlingen verwijst naar de rijkdom ervan en daarbij doorverwijst naar zijn Vader, die de zon licht en warmte laat geven aan de goeden en de kwaden op aarde. Deze Jezus heeft ook een bijzonder oog voor de schoonheid van wat er op Aarde groeit en trekt daar consequenties uit. ‘ Wat maken jullie je zorgen over kleding? Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als één van hen. ’ (Mt. 6:28-29). Dit klinkt vertrouwd, deze tekst hebben we misschien ook al vaak gehoord. Maar kijken naar onkruid en daar de schoonheid van zien is toch iets unieks. Het is stil blijven staan bij bloemen en planten die even opkomen dan snel worden weggemaaid. Zien wij die in onze tijd nog staan? Illustratie uit de Personal Robot -serie van 3D-artiest Franz Steiner

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=