13(2)16
Reflectie jaargang 13nummer 2, zomer 2016 19 Kwetsbaarheid. En dat in een wereld van spierballentaal. Een wereld waar ex-minister Opstelten voor een heftig debat tegen zichzelf zei: power, power! Die power heeft hem niets gebracht. Exit Opstelten. Ook inmijn jeugd speelde die power een grote rol. Zo werd ik bij mijn verjaardag nooit gefeliciteerd, maar kreeg wel te horen dat ik numaar eens een echte kerel moest worden en geen watje. Ben ik nooit geworden. Kwetsbaar zijn in een power wereld, een wereld van granieten koppen die geen greintje emotie en compassie vertonen. Voor mij, en velenmet mij, zal het nooit wennen. ‘Maar,’ waarschuwt Jan Van den Oever, ‘als je denkt te kunnen ontsnappen aan die kwetsbaarheid, beduvel je jezelf, want je kunt niet ontsnappen aan kwetsbaarheid. Velen zijn bereid hun portemonnee leeg te schudden, om onkwetsbaar te worden. Velen zijn bezigmet van die o zo mooi klinkende cursussen en workshops omonkwetsbaar te worden en zijn bereid daar veel voor te betalen. De boodschap dat je niet kunt ontsnappen aan kwetsbaarheid is niet populair.’ In het boek Ik weet niet wie ik ben van Jan van den Oever, haalt samensteller Han van den Boogaard in zijn inleiding Lucebert aan: ‘Alles van waarde is weerloos.’ De rol die kwetsbaarheid aanneemt in Van den Oevers overdracht, raakt aan Luceberts beroemde woorden: ‘We zijn kwets- baar, maar moeten vooral blijven voelen dat we altijd Zijn.’ De kwetsbare klaproos Het gesprekmet Jan van den Oever gaat via Skype, dus we kunnen elkaar zien en later blijkt dat Jan een goede waar- nemer is. Ik vraag hemwat hij nu onder dit begrip kwets- baarheid verstaat. ‘Afdalen in de totale kwetsbaarheid die je in wezen bent,’ zegt hij. En hoewel dat soms heel pijnlijk kan zijn, herinnert hij eraan dat het wel de zoete pijn is die je helpt omThuis te komen. ‘Het is,’ vervolgt Jan, ‘alleenmaar te zien of niet te zien. Shakespeare zei het al: to be or not to be . Zien is Zijn en Zijn is Zien , dat is hetzelfde woord. Wakker of niet wakker , dat is het. De beleving van Dit, daar is niets aan toe te voegen. Je bent toch, je bent Aanwezig, ken je nog iets buiten deze aanwezigheid? Dit is het! Kun jij ook nog ergens een bele- ver van deze belevenis vinden? Op een gegevenmoment is het verzet gebroken. Niet door iemand, maar je verzet is gebroken, en je hebt ook geen verlangenmeer omhet verzet in stand te houden. Waarom moet ikme verzetten tegen dat wat ik nu onmiddellijk zie, namelijk dat ik niet weet wie ik ben? Als ik Het nu zie, waarom zie ik het dan ook niet over eenminuut? Je bent nu. Er is geen ontsnappen aan gewoon.’ Jan van den Oever blijkt bepaald geen studeerkamer- Advaita -leraar te zijn en toont zich eenman van in de wereld, die zich koste wat kost niet wil isoleren van de werkelijkheid en het leven van alledag. Hij gaat uitvoerig in op de kwetsbaarheid van het mense- lijk bestaan en aan de liefde en het lijden van ieder mens. Hij onderscheidt zich van nogal wat Advaita -leraren, door kritisch te spreken over het dogma non-dualiteit en de nadruk te leggen op het begrip liefde. Ook wat het denken betreft, onderscheidt hij zich door te benadrukken dat ons verstand geen vloek is, maar ons juist kan helpen onszelf te handhaven in het dagelijks leven. Het thema kwetsbaarheid in zijn visie, raakt aan Luceberts woorden. We zijn kwetsbaar, maar moeten vooral blijven voelen dat we altijd Zijn. Jan nodigt uit om te zien dat kwetsbaarheid je status quo is. Opvallend is dat hij grote woorden en abstractie vermijdt en dat is een verademing! ‘Mijn werk is slechts omnaar hartenlust te strooien en te zaaien en zo de overdracht te doen plaatsvinden. Verder hoeft er niets. Er is geen enkele sprake vanmoeten, alleen maar van ont-moeten.’ Als ik hembel omover de tekst te overleggen, vraagt hij eerst hoe het met me is en als ik zeg dat ik het gevoel heb steeds minder te weten, zegt hij: ‘Je bent op de goede weg, maar je moet nog wat meer van je hoofd naar je hartje afdalen, jongen.’ Het raakt me omdat een goede vriendin daar ook steeds op hamert en ook de sloophamer hanteert als ze bij mij thuis is. Kennelijk is dat nog steeds nodig en ik voel me dan ook kwetsbaar. ‘Maar,’ zegt Jan, ‘in kwetsbaarheid zit de kracht van zachtheid. Zachtheid kan er alleenmaar zijn als er kwetsbaarheid is. Eenmooie metafoor is de klaproos: Vuilnisbelten stonden vroeger vol met klaprozen, maar ook langs de snelweg of het talud van de spoorbaan. Op de meest onvoorstelbare plekken bloeit de klaproos. En die klaproos is heel kwetsbaar en één van de zwakste bloemen ‘In kwetsbaarheid zit de kracht van zachtheid’ Interview met Jan van den Oever Aat-Lambèrt de Kwant
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=