13(2)16
Reflectie jaargang 13nummer 2, zomer 2016 6 De titel lijkt een aanmoediging. Maar hoe doen we dat? En wat is het licht van de toekomst? Als historicus ben ik gewendmet het zoeken naar antwoor- den op dit soort vragen allereerst naar het verleden te kijken. Als je uitgaat van een evolutie zijn daar veel aanwijzingen te vinden, is er zelfs een bepaald patroon te ontdekken. Het geeft (voor mij althans) vaak inzicht in de human being van nu. Trekken we die lijn door, dan kunnen we al iets ontwaren van de toekomst. Vanmiddag wil ikmet u die dingenmet elkaar verbinden. Op de uitgereikte hand-out ziet u een aantal zogenoemde Jezus-woorden, uit verschillende tradities. Ze zijn alle min of meer gelinkt aan het thema: doe vandaag je werk in het hier en nu. •Jezus zei: Er was een rijk manmet veel geld. Hij zei: Ik zal mijn geld gebruiken om te zaaien, te oogsten, te planten en mijn schuren te vullenmet vruchten, zodat ik aan niets gebrek heb. Dit was wat hij dacht in zijn hart. En die nacht stierf hij. Wie oren heeft, die hore. •(Jezus zei:) Zeg je niet: Nog vier maanden en dan komt de oogst?Welnu, ik zeg je: sla je ogen op en kijk naar de velden; ze staan wit, rijp voor de oogst. •(Jezus zei:) Het gaat met het Rijk van God als met eenman die zijn land bezaait; hij slaapt en staat op, ’s nachts en over- dag, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hoe weet hij niet. Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort, eerst de groene halm, dan de aar, dan het volgroeide graan in de aar. Zodra de vrucht het toelaat, slaat hij er de sikkel in, want het is tijd voor de oogst. •Jezus zei: Het komt niet door het te verwachten; zij zullen niet zeggen: Zie hier, of: Zie daar. Maar het Koninkrijk van de Vader is uitgespreid over de Aarde en de mensen zien het niet. •Jezus zei: Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk van God. •De Heer zei: Als je de werken, die niet in staat zijn je te volgen, achterlaat, dan zul je rusten. Het begint met bewustwording: wie je werkelijk bent, waar je vandaan komt, wat je talenten, je handgrepen in dit leven, zijn. Wat de zin is van je leven, wat de zin is van het bestaan, van de mensheid, van de schepping. Vrede leren hebbenmet je Zijn op dit moment. Niet terugkijken naar vroeger. Als je zó in het leven gaat staan, ben je klaar voor een sprong in het licht. •Jezus zei: Als iemand niet in de duisternis staat, zal hij niet in staat zijn omhet licht te zien. •(Jezus zei:) Vertrouw op het licht zo lang het er is, dan worden jullie kinderen van het licht. •De Verlosser zei: De lamp van het lichaam is het bewustzijn. •(Jezus zei:) Waar je bewustzijn is, daar is je schat. Onnoembare en onbeschrijfelijke Eenheid Bewustzijn vloeit voort uit Geest, de totale eenheid van alles, het Al. Hoe moeilijk dat te definiëren is blijkt wel uit een gnostische tekst, Het Geheime Boek van Johannes: De Eenheid is soeverein, daarboven is niets. Hij/Zij is de ware God enMoeder/Vader van het Al, de Onzichtbare, de Geest, die over het Al is, die in onvergankelijkheid verkeert en woont in het zuivere licht, dat geen ogen aanschouwen kunnen. Hij/Zij is de onzichtbare Geest. Menmag Hem/Haar zich niet als goden of iets dergelijks voorstellen want Hij/Zij is grootser dan goden, omdat er niemand bestaat die daar boven is. Hij/Zij is grootheid, onmetelijke grootheid, eeuwigheid, schenker van eeuwigheden, leven dat leven schenkt, gelukzaligheid die gelukzaligheid schenkt, kennis die kennis verschaft, goedheid die goedheid schenkt, ontferming die ontferming en redding biedt, genade die genadig is; niet omdat Hij/Zij (dit alles voor zichzelf) heeft, maar omdat Hij/Zij het in onmetelijk, oneindig erbarmen uitdeelt. Tot aan de opkomst van de Verlichting had de mens het schier verloren gegane inzicht dat alles wat er op Aarde gebeurde gestuurd werd door kosmische krachten, in oude tijden vaak symbolisch verbeeld door goden en godinnen, krachten die uit de eenheid voortvloeiden. De materie werd gezien als een stolling van goddelijke of geestelijke ideeën; wij zouden in deze tijd zeggen: energieën. Hermetici en gnostici in Oost enWest hadden een diep besef van die onnoembare en onbeschrijfelijke Eenheid. Een bron die zelf onkenbaar is, maar toch gekend kan worden aan haar uitstraling. Zoals de zon onkenbaar is in zijn eigenlijke wezen, maar we wel het licht en de warmte en de energie ervan kunnen ervaren, zo zagmen sinds mensenheugenis Geest als wat is, wat was en zal zijn, eeuwig, onveranderlijk en onkenbaar, rust en stilte. Dat is het onkenbare aspect van Geest, of Brahman zoals de oude Indiërs dat noemden. Het tweede aspect is dat van de tijdelijkheid, de beweging. De ademdie van Geest uitgaat. De Grieken kenden trouwens voor Geest en adem Deze lezing is gehouden in Naarden op 3 februari 2016, de dag van het officiële 100-jarig bestaan van de Vrij-Katholieke Kerk Spring inhet licht vande toekomst! Jacob Slavenbrug
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=