13(2)16
Reflectie jaargang 13nummer 2, zomer 2016 7 hetzelfde woord: pneuma . Stel je nu voor dat die adem zich verdicht en verdicht en verdicht tot in de uiterste stolling, dat wat wij materie noemen. Dan houdt dat in dat wij allen doordrenkt zijn van die levensadem, van het prana , of de AtemGottes zoals Paracelsus het benoemde. Paracelsus was een groot bewonderaar van Hermes Trismegistus en de hermetische geschriften. En deze Hermes zou ooit gezegd hebben tegen zijn begaafde leerling Asclepius ‘De mens is een groot wonder’, want hij is drager en belicha- ming van Gods geestelijke adem. Deze hermetische uitspraak, ‘demens is een groot wonder’, werd herhaald aan de vooravond van de Verlichting door het Renaissance-wonderkind graaf Pico della Mirandola. Het was diens leermeester in Florence, Marsilio Ficino, die in al zijn werken de diepe verbondenheid tussen Aarde en kosmos, tussenmens en God benadrukte. Ficino vertaalde zoekgeraakte teksten van de grote wijze Hermes, maar ook geschriften van de neoplatonist Plotinus. Deze klasgenoot van de christelijke mysticus Origenes leerde over de trans- cendente Ene, de onkenbare Geest. Uit Geest vloeit Nous voort, het Al-bewustzijn. Geest en Bewustzijn zijn de dragers van de Al-ziel. Door de stimule- rende bewegende lichtkracht van de Logos vloeien uit de Al-ziel de individuele zielen voort. Wij dus. Nous oftewel Bewustzijn Plotinus sprak over Nous , evenals de gnostici en hermetici. Het Griekse woord Nous wordt ook wel vertaaldmet ken- nis of verstand, maar dan wordt daarmee niet de rationele kennis en het rationele denken bedoeld. De ouden hadden verschillende woorden voor het rationele denken en het hogere denken, dat wat inmij denkt. Analoog aan oude Indische termen daarvoor gebruikte Blavatsky het Hin- doeïstische woord Manas . Vaak ook wordt Nous met ‘Geest’ vertaald, maar Bewustzijn lijkt mij een veel betere verta- ling, dieWillemGlaudemans en ik bij de vertaling van de Nag Hammadi-geschriften in het Nederlands ookmeestal hebben aangehouden. Nous , Bewustzijn, is de sleutel tot alles. In een hermetisch geschrift lezen we dat God een vat vol bewustzijn naar de Aarde heeft gestuurdmet de mogelijkheid dat we daar ons in onderdompelen: Hij (God) heeft een groot mengvat met Bewustzijn gevuld en naar beneden gezonden, een heraut aangesteld en deze opge- dragenhet volgende aande hartendermensenbekend temaken: ‘Gij (hart), dat daartoe bij machte zijt, dompel uzelf in dit mengvat onder, gij (hart) dat gelooft dat gij zult opstijgen tot hem die het mengvat naar beneden gezonden heeft, gij (hart) dat weet waartoe gij geboren zijt!’ Allen nu die de verkondiging vernemen en zich laten onder- dompelen in het vat van bewustzijn, krijgen deel aan de Gnosis en worden volmaakten en ingewijden, daar zij bewustzijn ontvangen. Maar wie op de verkondiging geen acht slaan, dat zijn de ‘verstandigen’, daar zij geen bewustzijn erbij gekregen hebben en daaromniet weten waartoe zij geboren zijn en door wie zij zijn voortgebracht. Hermes had het niet over de huidige klinische opvatting van bewustzijn, een bewustzijn dat gekoppeld wordt aan onze lichamelijke organen. Pim van Lommel heeft aange- toond dat het bewustzijn niet gebonden is aan lichaams- functies maar dat bewustzijn non-lokaal is, alomtegen- woordig. En dat wij uitgerust zijnmet onze ‘antennes’ om dat als het ware op te vangen. De ouden wisten dat reeds. Zij noemden dat het Al. Dat Al-bewustzijn werd onnoemelijke tijden lang door de mens eerst collectief beleefd. De mens was in de eerste plaats een product van zijn omgeving, zijn stam, zijn ras, zijn kaste, zijn leefgemeenschap. Daaraan was hij dienst- baar. Je zou dus kunnen zeggen dat het Al-bewustzijn zich manifesteerde in de groep en niet direct in het individu. Van collectief naar individueel bewustzijn Zo rond 600 voor Christus zien we tekenen van een proces van collectief naar individueel bewustzijn. Boeddha, Lao Tse, Zarathustra, de grote Griekse denkers, de presocratici (zij die aan Socrates voorafgingen). De grote doorbraak vindt plaats in het tijdvak van Socrates in de 5e eeuw voor Christus. Socrates spreekt op de agora mensen aan die hij aanspreekt op hun persoonlijke meningen, gevoelens, gedachten. Zijn lijfspreuk ‘ Gnoothi Seauton ’ of ‘Ken Uzelve’ stond ook op de tempel van de lichtgod Apollo in Delphi. In dezelfde tijd zien we dat de Griekse arts, Hippokrates, de grondslag legt voor de individuele heelkunde. Hippokrates kwam van het eiland Kos waar een van de grootste Ascle- pius-centra uit de oudheid is te bewonderen. De cultus van Asclepius staat nog voor het collectieve bewustzijn. Mensen kwamen van heinde en ver om in het heiligdom van deze god der heelkunde genezing te vinden van hun kwalen. Niet in een individuele sessie, maar door de nacht gezamen- lijk door te brengen in het abaton , een dormatoriumwaar in de droomslaap de godheid verscheen die de dromers heelde. De volgende dag werd dat bekrachtigd door een gezamenlijke bijeenkomst in de tempel waarin de zieke lichaamsdelen aangeraakt werdenmet de staf van de priester en werden afgelikt door de begeleidende honden of slangen. Een collectief gebeuren. Hippokrates, die terecht wel de vader der geneeskunde wordt genoemd, introduceerde als het ware de één-op-één-therapie. Waar- bij hij en zijn opvolgers gebruikmaakte van de kosmische invloeden in het individuele leven van de patiënt. Tot in de Renaissance toe waren heelmeesters ook astrologen! Nu we het daar toch over hebben, een ander teken van overgang van het collectieve naar het individuele vinden we in de archeologische vondsten uit een ander deel van de antieke wereld, Babylonische kleitabletten uit dezelfde 5e eeuwmet persoonlijke horoscopen (de vroegste kan gedateerd worden op 29 april 409 v.Chr.). Voor die tijd werd astronomiebedrevenvoorhetvoorspellenvanoverstromin- gen of juist perioden van grote droogte, epidemieën, oorlogshandelingen, en wat dies meer zij. Een collectief gebeuren dus. De enige ‘persoonlijke’ horoscopen waren die van de heersers, zoals de Egyptische farao’s, maar dan minder in het belang van hun eigen welzijn, maar het welzijn voor het volk dat ze bestuurden. Bewustzijn als sleutel tot zelfbewustzijn Vanaf ongeveer de 5e eeuw voor Chr. is er een groeiend zelfbewustzijn bij de westerse mens. Hij wordt steeds meer verantwoordelijk voor zijn eigen denken, spreken en handelen. En de sleutel daartoe is Bewustzijn. Bo wijst erop dat dit onderwerp bijna niet met woorden te beschrijven is omdat de wereld geen ervaring heeft met de afwezigheid van tijd. Het leerproces van de zoekende mens is om zich bewust te worden, bewustwording. Dat kan alleen in concentratie en volledige aandacht. Hermes onderwijst zijn leerlingen, en dus ons allen, over de rol van het bewustzijn. Hij heeft het daarbij uiteraard niet over het klinische bewustzijn, zoals dat bijvoorbeeld indemedischewetenschapwordt gebruikt, maar hij gebruikt het gedevalueerde begrip bewustzijn nog inmetafysische zin. Hermes verenigde zichmet het totale bewustzijn, het
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=