13(4)16

Reflectie jaargang 13nummer 4, winter 2016 26 Koning van Utopia Nieuw licht op het utopisch denken Auteur: Hans Achterhuis Uitgever: Lemniscaat, 2016 Er zijn weinig geschriften in de geschie- denis die zo veel invloed hadden als Thomas More’s Utopia . Het fictieve eiland waar iedereen gelukkig zou zijn, zonder tegenstellingen tussen rijk en arm, stond aan de wieg van de meest verderfelijke totalitaire systemen. Filosoof Hans Achterhuis, die voor wat hij noemt ‘ mini-utopieën ’ inspiratie vond bij Thomas More, verdiepte zich grondig in de geschiedenis en kwam tot de conclusie dat we Utopia anders moeten lezen. Hij ziet het niet als de blauwdruk van een ideale samenleving – de gebrui- kelijke interpretatie – maar als een maat- schappelijke satire, net als de Lof der zotheid van Erasmus. Utopia is ‘het land waar niemand heen wil gaan’ en de verteller heet niet voor niets Babellario, een naam die duidt op een ijdele praat- jesmaker. Dit brengt Achterhuis tot het verrassen- de inzicht: Utopia was geen utopie! Althans niet in de alomvattende beteke- nis die men daar later aan is gaan hech- ten, met alle dystopische gevolgen van dien. Een inzicht dat hem verder brengt dan in zijn vroegere werk, waarin hij zich voornamelijk beperkte tot het be- kritiseren van de grote utopieën uit het verleden. Hij laat zien dat er wel degelijk onder meer kleine utopieën zijn waarmee we op een vruchtbare manier het hoofd kunnen bieden aan de huidige maat- schappelijke crisis. Zulke utopieën zijn de desem van verandering. Tot op de dag van vandaag zorgt het idea- lisme van vaak kleine groepen voor experimenten die vooruitgang brengen. Zo lang er ruimte is voor humor en re- lativering en mensen vrijelijk in en uit kunnen lopen, krijgt niemand de kans om koning te worden. Achterhuis noemt als voorbeeld het Franciscaans Milieuproject Stoutenburg , waar ik ooit een radioreportage over maakte. De geschiedenis van dit project vertoont de nodige overeenkomsten met die van veel utopische gemeen- schappen en communes. Bij de eigen- tijdse vertaling van de oude Francis- caanse waarden naar het heden ging men daar op zoek naar grote vernieu- wingen waarvoor de vormen tastender- wijs gevonden moesten worden. In tegenstelling tot een traditioneel klooster was Stoutenburg een gemeng- de gemeenschap van mannen, vrouwen en kinderen, zowel leken als religieuzen. De kernwaarden van de Amish en ook die van dit Franciscaans Milieuproject Stoutenburg staan haaks op veel uto- pisch getinte plannen en activiteiten. Achterhuis noemt ze kort: contemplatie in actie, dankbaarheid en openheid en gastvrijheid, eenvoud, eigenzinnigheid, vreugde en geaardheid. Ook wordt benadrukt dat Franciscus een ‘man van concrete actie’ was. ‘Grote woorden, klein leven’, noemen ze dat op Stouten- burg. De meeste bewoners doen liever gewoon wat er te doen is dan dat ze erover praten of schrijven. Volgens Achterhuis blijft het milieupro- ject in het proces van vernieuwing toch ook steeds aansluiting zoeken bij de lange traditie van Franciscaanse spiritu- aliteit. Het staat niet alleen open voor nieuwe, vooral boeddhistische, invloe- den, maar ook voor de traditie die het project door alle spanningen en proble- men heen draagt. Het boek gaat natuurlijk over veel meer dan Stoutenburg alleen en is in deze tijd van cynisme over de huidige samenle- ving een verademing, een herademing. Over Hans Achterhuis: filosoof en theo- loog Hans Achterhuis (1942) was van 2011 tot 2013 de eerste Denker des Vaderlands . Voor Van Oyen, die in 1999 begon met het vertalen en schrijven van een commen- taar op de Bhagavad Gita , was het steeds duidelijker dat er nauwe banden beston- den – ook in de Romeinse tijd – tussen Oost en West. Pas in 2010 zouden zijn vermoedens bevestiging vinden in de informatie dat Jezus ongeveer 18 jaar (tussen zijn twaalfde en dertigste) in India en Tibet heeft gestudeerd. In die tijd was ook het lezen en bestuderen van de Bhagavad Gita verplichte lesstof voor wie zich wilde bekwamen in religie en filosofie, zoals dat tot op de dag van vandaag nog steeds het geval is. ‘ Er gaat, ’ zo zegt hij, ‘ een sterk transfor- merende werking uit van het lezen, reciteren en bestuderen van deze zeer oude tekst. Een transformatie die in- houdt dat een intellectuele analyse of een gevoelsmatige ervaring ongemerkt overgaat in een uiting van inzicht of intuïtie. ’ En: ‘ Ons begrip komt in een heel andere dimensie terecht, in een wereld waarin we plotseling ontdekken dat Arjuna en Sri Krishna als het ware tot leven komen, waarbij wijzelf toeschouwer en toehoorder zijn van hun samenspraak om tenslotte zelf aan het gesprek in onze eigen geest deel te nemen. Onze eigen goddelijke dimensie en oorsprong wor- den erdoor geactiveerd en worden een feitelijke ervaring. ’ Een spirituele hoorn van overvloed Paul van Oyen noemt de Bhagavad Gita een spirituele hoorn van overvloed die geplaatst is in de setting van een slag- veld, dat ons eigen slagveld verbeeldt waar de krachten van persoonlijkheid en afgescheidenheid de strijd aangaan met dharma , een Sanskriet-begrip dat onder andere staat voor gewetenvol- heid en plichtsbetrachting. De Bhagavad Gita maakt deel uit van het grote Indiase epos, de Mahābhārata, een samenvatting van de spirituele boodschap die voor de mens is bestemd. ‘ Die boodschap houdt in, ’ zegt Soeroedj Baladien in een woord vooraf, ‘ dat de mens een reis maakt die als einddoel éénwording met het goddelijke heeft. ’ Volgens de Indiase traditie is de Bhaga- vad Gita ongeveer 5100 jaar oud, aange- zien het gesprek tussen Sri Krishna en Arjuna plaatsvond vlak voor de burger- oorlog die een einde maakte aan het Bronzen Tijdperk. Ieder vers van dit omvangrijke boekwerk is door Van Oyen van commentaar voor- zien in de hoop de tekst daarmee toe- gankelijker te maken voor de moderne (Nederlandse) lezer. Bij ieder vers wordt ook geheel of gedeeltelijk geciteerd uit het commentaar van de Indiase wijsgeer en hervormer Shankara (tussen 788 en 820), dat bij de studie van de Bhagavad Gita niet mag ontbreken. Deze boeiende vertolking, waarin ook de persoonlijke opvattingen van Van Bhagavad Gita: Een vertolking met commentaar Auteur: Paul van Oyen Uitgever: Villa Sophia uitgeverij, 2016 In de jaren ’90 maakte ik samen met een vriendin deel uit van een studiegroepje dat zich, onder leiding van Paul van Oyen, in Deventer verdiepte in de Bhagavad Gita . Deze complete uitgave van haast 1000 pagina’s is een doorwrochte studie, vertolking en becommentariëring van Bhagavad-Gita -kenner Van Oyen.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=