14(1)17
Reflectie jaargang 14nummer 1, voorjaar 2017 18 Over de auteur Priester Ronald Engelse (1943) komt al sinds zijn vroege jeugd in de Vrij-Katholieke Kerk. Hij werkte als biologieleraar, afdelingscoördina- tor en counsellor in het voortgezet onderwijs, volgde een yogaopleiding in India en was jaren- lang yogadocent. Hij verdiepte zich in theosofie, yogageschriften en de vedanta en geeft vanaf zijn studietijd veel lezingen. Sinds 1997 is hij in Rotterdam actief in de VKK, vanaf 2003 als eerstaanwezend priester. Sinds 2011 is ook zijn vrouw Ietske priester in de VKK. DeMens, God en het Universum Boekbespreking van de klassieker van dr. I.K. Taimni In 2015 heeft UTVN (de Uitgeverij van de Theosofische Vereniging in Nederland) een Nederlandse vertaling van het klassieke meesterwerk Man, God and the Universe uit 1969 van de Indiase filosoof en hoogleraar dr. Iqbal Kishen Taimni uitgebracht. Dit artikel is de analytische bespreking van deze 500 pagina’s dikke, gebonden uitgave. Ronald Engelse Het boek Dr. I.K. Taimni (1898–1978), geschoold in de Indiase filoso- fie en hoogleraar in de scheikunde, heeft een twintigtal boeken geschreven. Enkele daarvan zijn in het Nederlands vertaald en worden intensief gebruikt als studiemateriaal. Zijn vertalingmet commentaar van De Yoga-Sutra’s van Patañjali werd en wordt ook in veel yogagroepen bestu- deerd. Het boek De Mens, God en het Universum 1 bestaat sinds 2015 in het Nederlands. Wie begint omdit boek van kaft tot kaft te lezen, moet zich realiseren dat het geen boek voor beginners is, en dat het een geweldige reikwijdte heeft – een geslaagde poging om De Geheime Leer vanMadame Blavatsky op vele, vooral natuurwetenschappelijke, punten te actualiseren. De vele verduidelijkende schema’s en lijntekeningen zijn een grote visuele hulp. Naar mijnmening is het voor gevorderde studenten een must omdit boek te lezen en te herlezen. Dan kan de vernieuwende, integrerende kracht ervan ten volle doordringen. Het boek heeft een waardevolle index, waar termen vaak in hun context worden verklaard. Hierdoor is het boek als naslagwerk zeer bruikbaar voor iedereen die studeert in de natuurwetenschap, en wetenschappelijke studies maakt. De bedoeling van het boek Achter het universum en achter ons eigen leven gaat een groot mysterie schuil. Totdat dit mysterie is opgelost kan ons leven geen betekenis hebben, en zal de zoekende mens geen vrede kennen. De materialistische religie, filosofie en wetenschap, met haar methode die op het waarnemen en verklaren van de fysieke werelden is gericht, schieten hierin tekort, want de fysieke wereld is slechts de buitenste schil van ons universum. Wie daarnaast de methode van de spirituele benadering gebruikt kan doeltreffende technie- ken en verklaringen leren kennen, omde volheid van het occulte wereldbeeld te ervaren en het grote mysterie ook op de ijlere gebieden te ontsluieren. De heldere en overstel- pende getuigenissen van talloze occultisten, zieners en mystici met hun eerstehands ervaringen vormen de basis van deze spirituele benadering. De waarde van het boek Wie dit boek heeft bestudeerd heeft ontdekt dat het aanzet tot de ontwikkeling van een transcendente visie waarin natuurwetenschap, religie en filosofie met elkaar geïnte- greerd raken. In dat integrale wereldbeeld is plaats voor werkelijkheid ( sat ), bewustzijn ( chit ) en denkvermogen ( chitta ); ja, ook voor moderne natuurwetenschap. Dr. Taimni was immers hoogleraar in de scheikunde én een geboren leraar in oosterse filosofie. Het is voor ons westerse denken heel moeilijk voor te stel- len dat materie in zijn wereldbeeld uiteindelijk een golf beweging in de vorm van straling is, en dat straling een modificatie van het denkvermogen is (‘ ideatie ’). Atomen en moleculen bestaan voornamelijk uit ruimte en alle ‘deel- tjes’, zoals elektronen en protonen, zijn uiteindelijk ‘stra- ling’: de ogenschijnlijk fysieke wereld is louter een ver- schijning in de mentale wereld. Binnen dit wereldbeeld ontwikkelt Taimni in dit boek een niet-materialistisch kosmologisch wereldbeeld, waarin ook begrippen uit de moderne natuurkunde en sterrenkunde een plaats krij- gen. Hij maakt daarbij gebruik van de filosofische stelsels en begrippen van de hindoewijsbegeerte (in het bijzonder Samkya en Vedanta 2 en theosofische literatuur, in het bijzonder De Geheime Leer van H.P. Blavatsky). Hij schrijft hierover: ‘ Het doel van de filosofie, en tot op zekere hoogte van het occultisme, is omde realiteiten van het bestaan te vertalen naar het menselijk intellect ’ (bladzijde 445). Hiermee maakt hij De Geheime Leer op allerlei gebieden up- to-date en verfrist hij haar onder andere door het begrip ‘ fohat ’ inmoderne bewoordingen nader uit te leggen (van- af bladzijde 435). Enkele gedachten die me getroffen hebben: 1. Fohat Fohat is de scheppende kracht vande eerste Logos (Brahma, de Schepper). Fohat wordt in de Indiase filosofie agni (vuur) genoemd. De energie van de tweede Logos (Vishnu, de onderhouder) is prana , en de energie van de derde Logos (Mahesha, Shiva, de voleindiger) is kundalini . Fohat ( agni ) leidt tot de creatie van het ruwe materiaal, pra- na leidt tot de evolutie van voertuigen (fysieke en ijle licha- men) en kundalini leidt tot de ontvouwing van bewustzijn.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=