14(1)17

Reflectie jaargang 14nummer 1, voorjaar 2017 19 Eco Spirit, een oefening Tijdens het Eeuwfeest van onze kerk, verleden jaar, werd een meditatieve wandeling gehouden op het terrein van het Internationaal Theosofisch Centrum . Daarin opgenomen was een oefening waarin een afstemming op en een verbinding met de energie op het terrein van het ITC werd gemaakt. Deelnemers vroegen achteraf om een beschrijving; vandaar dit artikel. Het woord ‘oefening’ is hier niet helemaal op zijn plaats. Enerzijds is dit inderdaad een oefening in afstemming en verbinding die door het oefenen steeds beter gaat. Ander- zijds is het een dienst aan de wereld. Er zijn veel oefeningen voor afstemming en verbinding, vanuit allerlei tradities. Tijdens de Opleiding voor de Geeste- lijkheid oefenen wij ook een aantal daarvan, het liefst oefeningen die de religieuze ervaring ondersteunen. De oefening die wij nu bespreken is misschien ten dele afkomstig vanuit andere tradities; ik weet dat niet meer. Zij is bij mij in de loop der tijd gegroeid en is al jaren gele- den uitgekristalliseerd tot de vormdie ik nu zal beschrij- ven. Wanneer ik alleen in de natuur ben dan vindt een bijna onweerstaanbare drang plaats omhaar uit te voeren. Misschien gaat dat bij jou ook gebeuren. De oefening past in de traditie van de VKKwaarin priester Geoffrey Hodson over zijn contactenmet engelen en deva’s publiceerde, onder andere in zijn boeken ‘ Kingdom of the Gods ’ en ‘ Samenwerking tussen engelen enmensen ’. De oefe- ning past, denk ik, ook in de huidige belangstelling voor Ecospiritualiteit (wat ik afkort tot ‘ Eco Spirit ’) en tegenwoor- dig ook aangeduid wordt als ‘ Deep Ecology ’. Tenslotte zou je de oefening ook kunnen zien als deHeiligeMis inhet klein. Het doel vande oefening is het verheffen vanmedemensen, dieren, planten en elementen en het overbrengen van belevendigende energie. Daarmee wordt het geestelijk peil van de omgeving verhoogd. Daarnaast is er een persoonlijk afstemmen op ons hoogste religieuze ideaalbeeld, een verbindenmet het leven in al haar uitingsvormen en het ervaren vanmee te werken in het Goddelijk Plan. Last but not least verbetert hierdoor het eigen welbevinden. De oefening kan het beste buiten gedaan worden, in de natuur.Maar binnengaat ook goed, zeker na enige oefening. Het is een oefening die naar eigen beleving kan worden aangepast. De oefening bestaat uit een serie bewegingen van de armen en de handpalmen. Daarbij worden intenties in het bewustzijn gebracht en gehouden. De serie wordt zevenmaal uitgevoerd, respectievelijk voor mensen, dieren, planten ende vier elementen: aarde, water, lucht en vuur. Je staat rechtop; als dat lastig is dan kun je ook zitten. Het enige dat beweegt zijn de armen en de handpalmen. De armen bewegen zijwaarts. Bij het begin gaan de armen zijwaarts helemaal omhoog, verticaal, met de handpalmen omhoog. Dan zevenmaal, met bijhorende intenties: – armen zijwaarts naar beneden tot horizontaal, met handpalmen naar beneden; – daarna handpalmen naar voren; in die positie blijven tijdens uitvoeren intentie; – armen zijwaarts omhoog, handpalmen omhoog, naar verticaal; – handpalmen omhoog; in die positie blijven tijdens uitvoeren intentie. De laatste maal helemaal omlaag, handpalmen omlaag. Bij elke beweging en positie hoort een intentie (daar gaat het vooral om). Die intenties staan in de tabel onderaan de volgende bladzijde, gecombineerdmet de bewegingen. Intenties en visualisaties Hierna volgt een aantal opmerkingen welke van belang kunnen zijn bij de uitvoering van de oefening: – het visualiseren van bekende mensen dient om effectief contact temakenmet demensenwereld in het algemeen; het dient onpersoonlijk te gebeuren; zij zijn representan- ten van demensheid; laat je niet afleiden door associaties Gert Jan van der Steen Noten 1 I.K. Taimni: Man, God and the Universe . The Theosophical Pub- lishing House, Adyar, 1969. 2 Samhkya vertegenwoordigt het voorlaatste stadiumvan de evo- lutie van filosofische concepten en Vedanta probeert de Ultieme Waarheid van het bestaan te representeren, waarin zelfs de twee basale elementen van het bestaan, Geest enMaterie, gezien worden als twee aspecten van de UltiemeWerkelijkheid (zie bladzijde 252). 2. Trilling als grondslag Trilling als de niet-materiële grondslag voor de gehele manifestatie. Dr. Taimni beschouwt nada (Sanskriet voor geluid , trilling ) als een supergeïntegreerde trilling in akasha (Sanskriet voor ruimte ), die in de kernmentaal van aard is. In de drie hoofdstukken over tijd en ruimte gaat hij uit van de gedachte dat nada de supergeïntegreerde trilling is die in zichzelf alle geïntegreerde trillingen van de fysieke en ijlere soorten bevat. Elk gemanifesteerd systeem, zoals onze ‘schepping’, ontstaat uit een ‘ Ei van Brahma ’, dat zich aldus openbaart door nada waaruit vervolgens alle fysieke en bovenfysieke vormen ontstaan. Inderdaad: De Mens, God en het Universum is een boek om te lezen, te bestuderen en te herlezen. Naschrift Dr. Taimni haalt eenpassage aanuit het boek Hetmysterieu- ze universum (1930) van de sterrenkundige sir James Jeans: ‘ Samengevat tendeert de moderne natuurkunde naar een oplossing van het algehele materiële universum in golven en niets dan golven. Deze golven zijn tweeërlei van aard, gebot- telde golven, die we materie noemen en ongebottelde golven die we straling of licht noemen.... Deze concepten reduceren het gehele universum tot een wereld van straling .’ Ronald Engelse geeft aan dat latere ontwikkelingen in de natuurkunde deze gedachten bevestigen. ▪

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=