14(1)17

Reflectie jaargang 14nummer 1, voorjaar 2017 25 die diepe Goddelijke achtergrond, die al 2000 jaar na- klinkt in het grote feest van Kerstmis. Ondanks dat de geboorte omgeven was met bovennatuurlijke symbolen wordt er de nadruk op gelegd dat Jezus gewoonmens was. Weliswaar was hij zuiver naar lichaam, ziel en geest, maar daarvan was hij zich de eerste dertig jaar van zijn Aardse leven niet bewust. Hij moest eerst bewijzen, dat hij vol- maakt was. Dat blijkt uit de latere ‘verzoekingen in de woestijn’, kort na zijn doop in de Jordaan. Eigenlijk bete- kent zijn zuiverheid, dat hij zonder karma werd geboren. Karmisch gesproken was er geen enkele noodzaak voor zijn incarnatie. De noodzaak ontleende de ziel van Jezus aan een roeping, een oproep of een opdracht. Hij offerde zijn Grote Rust in de hemelwereld op omhet Karma van de Mensheid op zich te nemen. Hij werd geborenmet de karmische belasting van alle mensen, die in de wrede en gewelddadige wereld geleefd hadden, nog leefden en zouden leven. Dit is een daad van Liefde enWijsheid, die geïdentificeerd wordt met de Tweede Persoon van de Drie-eenheid, later vermenselijkt als de Zoon. Zijn korte Aardse leven en zijn wrede dood hebben volgens de evangelisten ten doel gehad de mensen te verlossen en te redden. Op de betekenis daarvan wordt verderop inge- gaan. Voor dit ogenblik is het voldoende op te merken dat de missie van Jezus de Christus volledig is geslaagd, on- danks geweld en bedrog die nog altijd onder de mensen heersen. Zijn taak was omde liefde in het menselijk be- wustzijn te versterken tegenover de groei van het verstand. Als de Christus niet als mens geboren zou zijn, was de mensheid waarschijnlijk volkomen verward en reddeloos verloren geweest. Zijn komst was onze redding: door Hem zullen wij overleven. Deze verwachting wordt versterkt door het beeld van zijn leven. Het menselijke aan zijn komst, dat hij inderdaad als een fysiekmenselijk wezen opgroeide, zich waarschijnlijk niet of nauwelijks bewust van zijn bijzonderheid. Met zijn ouders was hij onderwor- pen aan dezelfde beperkingen die voor iedereen golden. Hij was geen uitzondering. Hij heeft net als iedereen moeten leren lopen, eten en drinken, spelen en praten. Wel schijnt hij een stil en ernstig kind te zijn geweest... Misschien wat wij later een wonderkind zouden noemen. Op zijn twaalfde jaar liet hij iedereen in de tempel van Jeru- zalem verbaasd staan door de wijsheid van zijn woorden. Zelfs zijn ouders hadden dit niet voor mogelijk gehouden. Toen al besefte hij iets van zijn opdracht. Daarbij verwijst het getal van zijn leeftijd (12) al naar de volmaaktheid. Dan verdwijnt hij van het zichtbare toneel. Geen regel tekst is overgeleverd over wat hij in de volgende achttien jaar heeft gedaan. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat hij gestudeerd heeft, gewerkt heeft aan zijn volledige innerlijke ontwaken. Waar dat gebeurde weten wij niet. Dat deze periode in de evangeliën ontbreekt zal niet zonder bedoeling zijn. In die tijd was men de intelligente knaap, die in de Tempel had gediscussieerdmet de schriftgeleer- den, al vergeten. Men hechtte geen belang aan zijn bestaan. Verzoekingen Hij was een anonieme vreemdeling, zoals er zovelenwaren. Men herkende in hemniet de toekomstige Messias . Jezus breidde zich in het verborgene voor op zijn taak. Hij be- treedt pas weer de geschiedenis als de Doper bezig is mensen onder te dompelen in het heilige Jordaanwater. De Doop van de nu om en nabij dertig jaar zijnde Jezus luidde zijn openbare optreden in. Dit was het tijdstip van de waarheid: numoest worden uitgemaakt of zijn jaren- lange krachtsinspanningen voldoende waren geweest om hem te maken tot het voertuig van God op Aarde. Bij de Doop streek de Heilige Geest op hemneer. De drager van Wijsheid, Kennis en Kracht. Ik stel mij voor dat zijn Bewustzijn tot dat moment altijd nog beperkingen gekend heeft. Maar toen de Heilige Geest bezit van hemnam, ‘ in hem voer ’, werd zijn bewustzijn ver- licht op soortgelijke wijze als vijfhonderd jaar eerder de Boeddha had beleefd in het zoveel oostelijker gelegen India. Nu waren er geen geheimenmeer: hij doorgrondde alles en besefte op hetzelfde moment dat hij het karma van het hele mensenras op zich genomen had. Hij moest zich laten doden om een deel van dit collectieve karma ongedaan te maken, zijn kracht te ontnemen. Pas dan zou de mensheid gered zijn van de innerlijke verharding die haar ten onder- gang voerde. Standvastig zou hij zichmoeten overgeven, blijmoedig en zonder klagen, moedig en zonder wrok. Zou hij ookmaar enige wrok koesteren jegens zijn toekomstige rechters en beulen, dan zou hijzelf als Jezus de Mens drager worden van persoonlijk karma en daarmee zou zijn Goddelijke Missie mislukt zijn. Daarommoest hij nog enkele moeilijke proeven doorstaan. In de evangeliën zijn deze doorgedrongen als de verzoekin- gen in de woestijn. Natuurlijk bivakkeerde Jezus geen veertig dagen in de woestijn, blootgesteld aan verleidende praatjes van de duivel. De woestijn was de wereld van de mensenmet hun haat, hun wrok, hun angst, hun begeerte, hun zelfzucht. En in die wereld van de mensenmoeten zich zeer verleidelijke situaties hebben voorgedaan, waar- voor eenminder standvastige geest dan de zijne door de knieën zou zijn gegaan. Jezus doorstond de proeven van de dagelijkse praktijk van het leven. Hij had getoond dat de Wil van de Vader, de Liefde van de Zoon en deWijsheid van de Heilige Geest in volmaakte harmonie zodanig functio- neerden, dat alle resten van beperkte denkaard, lagere hartstochten en bekrompen eigenbelang daarin waren op- gegaan. De mens Jezus was nu definitief getransformeerd in de Christus, de gezondene, de geroepene, die met recht kon zeggen ‘ ikbendeAlfa endeOmega ’. Hij wasGodopAarde. In die hoedanigheid predikte Hij universeleWaarheid, oefende hij beheersing uit over de stof en toonde hij een bovenmenselijke moed. Hij stond nu boven demensen inwiermiddenhij verkeerde. Dat wil zeggen: hij voelde zich niet boven hen verheven, maar hij predikte een wijsheid die niet van de mensen is.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=