14(1)17

Reflectie jaargang 14nummer 1, voorjaar 2017 8 Over de auteur OjasTh. de Ronde behaalde in 1970 zijn doctoraal theologie aan de universiteit van Nijmegen. Daarna verbleef hij enige jaren als spiritueel zoeker in India. Na zijn terugkeer in Nederland begon hij (samenmet zijn vrouw) het coaching- en counselingbureau Fenix enwerd hij docent aan de Humaniversity , een interationaal centrum voor therapie enmeditatie. Vandaag de dag geeft hij workshops, schrijft hij artikelen en verzorgt hij wekelijkse webradio-uitzendingen getiteld ‘De Nieuwe Mens’. URL: www.denieuwemens.eu . maar liet ook in zijn daden zien wat zijn echte waarden waren. Een joodse vriendin vanme formuleerde het on- langs als volgt: ‘ Socrates leerde de mens zelf na te denken. Boeddha hielp de mens als individu om te gaanmet zijn lijden. En Abraham is de zoeker naar waarheid die de geheimen van de kosmos probeerde te doorvorsen, voortdurend reflecteerde over wat hem overkwam, vertrouwen in het Leven kreeg en ernaar handelde. Op die manier heeft hij de drie ‘Abrahamiti­ sche godsdiensten’ [joden, christenen en islamieten] altijd geïnspireerd. ’ Wat weten we volgens de huidige wetenschap over hem? Geleerden vermoeden dat hij één van de rondtrekkende stamhoofden geweest is die hun volk rond de negentiende eeuw voor Chr. vanuit het toenmalige Mesopotamië naar hetMiddellandse-Zeegebied leidden. Ze leefden als herders- volkerenmet kleine veestapels en stonden in cultureel opzicht vaak op een hoger niveau dan de bedoeïenen en andere woestijnnomaden, waardoor ze overal hun dien- sten ook als handwerker, ambtenaar of koopman konden aanbieden. Ze waren trots op hun leefwijze en hielden overal graag vast aan hun eigen gebruiken en rituelen. Gastvrijheid voor wie hen kwambezoeken was voor hen daarbij één van de hoogste waarden. Eén van deze rondtrekkende stamhoofdenmoet de Ara- meeër Abrahamgeweest zijn. We lezen voor het eerst over hem in de joodse verhalencyclus van Genesis 11 – 25. Hij verschijnt hierin vooral als een zoeker naar waarheid. Als hij nog jong is (of misschien juist daarom), stelt hij zich niet meer tevredenmet wat iedereen omhemheen gelooft en breekt met zijn familie, vaderland en cultuur om zijn innerlijke roepstem te volgen – zonder te weten waarheen. Abrahampresenteert daarmee iets anders dan bijvoorbeeld de Griekse held Odysseus die in eeuwig heimwee terug- keert naar zijn vertrekpunt, zijn vertrouwde paleis op het eiland Ithaka waar zijn vrouw op hemwacht. Abraham blijft zijn hele leven in het onzekere uitkijken naar de horizon; bij hemdient de nieuwe, onbekende toekomst zich voortdurend als belofte aan. Van Abrahamwordt verteld dat hij van God te horen krijgt: ‘ Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten en ga naar het land dat ik je zal wijzen. Ik zal een groot volk van je maken. ’ (Gen 12:1-2). Abraham volgt deze roepstem en we lezen in Genesis hoe hij zijn leven lang als ‘een zwervende Arameër’ rondtrekt, in het landbouw­ gebied van Kanaän aankomt, maar ook daar vanwege aanhoudende hongersnodenmoet vertrekken ommet zijn familie verblijf te zoeken in Egypte. Op het einde van zijn leven keert hij dan tenslotte terug om een stukje grond te kopen in het toenmalige Kanaänitische Hebron. Eén uitgangspunt, drie wegen De belofte van God dat uit hem een groot volk zal worden geboren wordt pas na zijn dood bewaarheid. In feite blijkt hij dan de stamvader te worden van twee volkeren (Joden en Arabieren) en drie geloofsgemeenschappen: joden, christenen enmoslims. Hoe? Via zijn zoon Isaak wordt hij de stamvader van de joden en van de joodse geloofsge- meenschap. Via Jezus, die volgens Matteus 1:1 ook een afstammeling van Abrahamwas, wordt hij de spirituele stamvader van de christenen. Tenslotte wordt hij via zijn zoon Ismaël, die naar het Arabisch schiereiland trok, de stamvader van de Arabieren en in spirituele zin ook van de Islamieten. Deze wegen kunnen we goed volgen in de bronteksten van de ‘Abrahamitische godsdiensten’. De joodse weg wordt beschreven in de Tora en later in de andere joodse ge- schriften. Daarbij wordt vastgehouden aan de afstamming van Abraham via diens zoon Isaak die weer een zoon Jacob/Israël kreeg. En de christelijke weg? Die begint met Jezus en zijn eerste joodse volgelingen. In het voetspoor van Jezus ‘die de joodseWet vervulde’ nemen de christe- nen de Tora en de andere joodse boeken over en gaan die later zo interpreteren dat het eigen christelijke brontek- sten worden. Abrahamblijft daarbij een lichtend voor- beeld uit de oertijd. Eenzelfde proces vindt – historisch gezien - ook plaats bij het ontstaan van de islamitische brontekst, de Koran ( Qur’an in het Arabisch). Want sinds haar ontstaan in het begin van de zevende eeuw van onze jaartelling vormen de oude verhalen over Abraham en zijn zoon Ismaël belangrijke bronnen van inspiratie voor de eigen islamitische geloofswereld. Joden, christenen en islamieten kunnen daarommet recht ‘abrahamitische godsdiensten’ genoemd worden, ook al bewandelen zij verschillende wegen. Momenteel zijn deze wegen nog gescheiden en lijkt het er op dat de joodse, christelijke of islamitische interpretaties van de oerverha- len die we samen delen alleenmaar meer conflicten oproe- pen. Maar er zijn ook tekenen die er op wijzen dat we, vanwege de crisis die ons momenteel allen treft, elkaar op de verschillende wegen gaan opzoeken omnaar elkaars verhalen te luisteren en van elkaar te leren. Abraham ( Ibrahim volgens de Koran) is daarbij als gastheer aanwezig aan het begin van alle drie de wegen. Hij blijft bovendien iemand die als ‘vader van alle gelovigen’ de claim van één enkele godsdienstige interpretatie overstijgt. Een lichtend voorbeeld van gastvrijheid Abraham staat bij uitstek bekend omde gastvrijheid die hij verleende aan drie vreemdelingen in zijn tent. We vinden dit verhaal in Genesis 18:1-15, maar ook in de Koran in Soera 11 en 51.2 Het is een bijzonder verhaal dat begint met een vertelling uit het gewone leven van die dagen. ‘ Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent. Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep en zei: Wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen, maak het u hier onder de boom ondertussen gemakke­ lijk. Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verder gaat. ’ (Gen. 18:2-5). Het is een normaal verhaal ‘uit het leven gegrepen’, omdat men dit in die tijd zo deed. Vreemdelingen verwelkom je. De wereld van het Midden-Oosten en ook de Arabische wereld kent al van oudsher een uitbundige vrijgevigheid en gastvrijheid. De hardheid van een leven in de woestijn en het serieuze gevaar vanmogelijke roofovervallen en

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=