14(2)17
11 Reflectie jaargang 14 nummer 2, zomer 2017 Alice Bailey Deze laatste was tussen beide wereldoorlogen de media- mieke bron voor het theosofische gedachtengoed en werd aanvankelijk gezien als de opvolgster van Helena Blavatsky. Ook zij manifesteerde zich als een kanaal voor de Hiërarchie van Meesters. Wikipedia bericht over haar: ‘ Tussen 1919 en haar dood in 1949 schreef ze 24 boeken, die vooral te maken hebben met de ontwikkeling van de ziel en de dienst aan de mensheid. Zij stel- de zelf, dat de tekst van de meerderheid van deze boeken haar telepathisch gedicteerd was .’ Haar werk leeft voort in een niet-gouvernementele orga- nisatie, de Lucis Trust , die in alle landen actief is en door de Verenigde Naties wordt erkend, hetgeen we wel bij- zonder kunnen noemen voor deze zeer geavanceerde esoterische leringen. De behoefte tot bezinning en de hectiek van deze tijd Wie thans, waarin alles op mystiek, spiritueel en esote- risch gebied alom verkrijgbaar is, terugblikt naar de pe- riode tussen beide wereldoorlogen en de spiritualiteit van die dagen in ogenschouw neemt, heeft redenen om zich te verwonderen. Er bestonden in de toenmalige westerse wereld tal van esoterische groeperingen, die geleid werden door echt bezielde mensen. Rudolf Steiner, Gurdjiev, Inayat Khan en Alice Bailey zijn enkele namen van grote geïnspireerden uit die dagen. Na de oorlog verflauwde de belangstelling voor de eso- terisch-gnostieke wijsheid in het Westen en groeide langzamerhand de interesse voor yoga en was er een toevloed van allerhande goeroe’s en velerlei psycho- spirituele therapieën. Voordien, in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, was het alleen een bemiddelde, elitaire groep in de samenleving die zich bezighield met de theorie van de esoterische werkelijkheid. Die werd overvloedig uit- gebracht, maar kon weinig wortel schieten omdat men nog nauwelijks de beschikking had over de technieken waarmee men die theorie in de praktijk kon brengen. De theoretische kennis was echter beschikbaar en is dat nog, ware het niet dat zij in deze turbulente tijd wordt ondergesneeuwd door een veelheid aan spirituele en therapeutische groeperingen, oefeningen en leraren, die zich los bewegen van iedere spirituele of esoterische traditie, geen esoterische onderbouw hebben en dikwijls louter gericht zijn op de persoonlijkheid. Aat-Lambèrt de Kwant had het in het decembernummer van dit blad al over de huidige ‘ overkilll aan neurotische activiteiten’ die ook doorwerken bij degenen die zich met spiritualiteit bezighouden. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog evenwel ontstond er een behoefte tot bezinning bij de meest intelligente mensen, want zij begrepen wel dat de verzieking die aanleiding was voor zoveel geweld en vernietiging, iets te maken moest hebben met de wijze waarop we als mensheid in het leven stonden. De humanistische psychotherapieën kwamen tot bloei. Staande op de schouders van Freud en Jung konden we onze inner- lijke scheefgroei ontdekken en daar iets aan doen. We konden onszelf met behulp van de psychotherapeu- tische coryfeeën tot in de verste uithoeken van onze persoonlijkheid leren begrijpen, maar we stegen er niet boven uit. Zo werd de komst voorbereid van de naar het Westen oprukkende Indiase en Tibetaanse goeroes met hun kleurrijke leringen en (yoga) methodieken, want we snapten wel dat het ons westerlingen aan een medita- tieve gesteldheid ontbrak. Het ik-tijdperk ging aldus op in de oosterse Renaissance en daaruit ontstond de New Age , die reusachtige ver- gaarbak vol psychomystiek. De behoefte onszelf te leren kennen slipte aldus op de glijbaan van de persoonlijk- heidscultus. ‘ Zoek jezelf broeder ,’ riep en roept iedereen, maar ondertussen brak in de Balkan, de onderbuik van Europa, dezelfde soort pest uit als die waarvoor men na de Tweede Wereldoorlog inzicht en remedie zocht. Op wereldschaal lijkt de behoefte om ons te bezinnen Over de auteur Karel Wellinghoff (1939) is een schrijver van literaire romans met een spirituele strekking. Het zijn queeste -romans, waarin de hoofdfigu- ren door allerlei omstandigheden losgeslagen raken van de reguliere samenleving en op zoek gaan naar ‘de weg naar huis’. De boeken worden omschreven als spannende en ontroerende esoterische romans. Ook legt Karel zich toe op non-fictie, waarin dezelfde thematiek aan bod komt. Het leidt geen twijfel dat de Vrij-Katholieke Kerk raakvlakken heeft met de esoterische wijsbegeerte van de theosofie, waaruit zij is voortgekomen. De VKK benadrukt echter meer de westers-christelijke weg, terwijl de theosofische leer meer op het oosten is georiënteerd. Blavatsky, Leadbeater en Annie Besant zijn enkele grote namen uit de tijd vóór de verschrikkingen van beide wereldoorlogen. De VKK maakte zich min of meer los van de Theosofische Vereniging, net zoals Alice Bailey in later jaren. Karel Wellinghoff Alice Bailey en de ‘NewAge’ Een vergelijking van de theosofische toekomstvisie uit de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw met onze actuele spirituele werkelijkheid
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=