14(2)17

De 24 boeken van de hand van Alice Bailey, geschreven in 1919–1949 Reflectie jaargang 14 nummer 2, zomer 2017 12 dus niet zo geholpen te hebben en daarom is het wel- licht goed eens terug te blikken en te zien wat er op occult gebied allemaal aan de gang was in de jaren tussen beide wereldoorlogen in. Het Hoger Zelf van mevrouw Bailey Juist in die tijd, pal voor de grote nacht van de Tweede Wereldoorlog, leefden er vele mystici en esoterici in de westelijke wereld, die hun kosmologieën ontwikkelden en scholen stichtten met duizenden discipelen. Alleen al de Arcane -school van Alice Bailey telde in haar bloei- tijd meer dan dertigduizend aanhangers, studenten en discipelen. Alice Bailey verwierf bekendheid middels een flink aantal boeken die haar werden ingegeven door ‘ de Tibetaan ’, één van de Meesters van Wijsheid. (Zijn werkelijke naam wilde hij geheimhouden, maar Alice Bailey verschreef zich een keer, waardoor wij nu weten dat zij geïnspireerd werd door de Meester Djwhal Khul). Naast de adembenemende esoterische kennis die deze geschriften bevatten, munten zij ook uit door de vol- strekte afwezigheid van de ‘persoon’ Alice Bailey. Alleen de Lering werd gegeven; de mens die het allemaal opschreef bleef buiten beeld. Toch was zij uitdrukkelijk geen ‘medium’. De Tibetaan sprak niet tot ons door het fysieke voertuig van mevrouw Bailey over te nemen, maar trad met haar in contact nadat zij zich haarscherp had ingesteld op haar eigen Hogere Zelf, dat tijdens de dictaten bewust en helder aanwezig bleef. Aldus fun- geerde zij dertig jaar lang als de secretaresse van een verder geëvolueerde Ziel, die ons middels haar zijn Kennis kon doen toekomen. De boeken werden aan het Hoger Zelf van mevrouw Bailey toevertrouwd en vanuit dat Hoger Zelf schreef zij de leringen op. Derhalve kunnen ze alleen ten volle begrepen worden als de lezer in staat is op te klimmen tot zijn eigen Hoger Zelf, althans daarnaar te reiken. Daar dit nu juist één der doelstellingen is van het onder- richt dat in de boeken wordt gegeven, kan men zich de moeilijkheidsgraad ervan voorstellen. De leerstof was alleen toegankelijk voor mensen in wie het vermogen tot intuïtief begrijpen reeds ontkiemd was. De theorie van de esoterische werkelijkheid werd in die jaren blijkbaar ongetoomd uitgebracht. Dion Fortune, Paul Foster Case, de Golden Dawn -groep, de Agni Yoga - beweging en de eenlingen Bo Yin Ra en Paul Brunton zijn een paar namen uit die bloeitijd van de esoterische theorie. De inspiratie van de scholenstichters en leraren zorgde voor een aanhang, die zich voortdurend erg opwond. Begrijpelijk, want mentaal waren de leringen grensdoorbrekend, maar psychologisch was het nog een warboel, waardoor vele scholen vroegtijdig uiteen- vielen door allerlei persoonlijksheidsconflicten. Door een beter begrip van de esoterie van de jaren twin- tig en dertig leren we misschien ook iets te begrijpen van de tijd waarin we nu leven en waarin het omge- keerde aan de hand lijkt te zijn. Ondanks de openheid waarmee vandaag de dag van alles wordt uitgebracht, bestaat er een ware huiver voor de esoterische lering. Er is wel een sterke behoefte tot actieve psychofysieke en psychomystieke zelfwerkzaamheid, maar tot de bronnen van Inzicht wil men zich kennelijk niet wen- den. Het floreren van de vele tijdschriften die staan volgeschreven met het wegblaasbare schuim van de New Age, wijst daarop. In het feit dat de esoterische theorie tussen de wereld- oorlogen zo geïsoleerd was en los leek te staan van de alledaagse werkelijkheid (de school van Gurdjev was een uitzondering; zij legde juist de basis voor veel moderne psychotherapeutische technieken) ligt misschien een reden waarom de esoterische leringen thans niet popu- lair zijn en de potentiële discipel van deze tijd in de turbulente wirwar van de New Age is terechtgekomen. De kloof en de overbrugging Men werkt thans aan zichzelf op velerlei wijze – lees maar eens de advertentierubrieken van tijdschriften als de Koörddanser en Onkruid om een indruk te krijgen van het enorme aanbod van leraren en cursussen – maar blijft verre van de Meesters van Wijsheid. Het lijkt alsof men alles wil leren, behalve het beste. Het lofwaardige doel van de New Age is om een harmo- nieuze, gezond functionerende persoonlijkheid te ontwikkelen, maar angstvallig houdt men de Hogere Kennis (en dus de spirituele leraren die een kanaal zijn voor die Kennis) op afstand. Zo vult de experimenteren- de en zoekende persoonlijkheid van deze tijd zich met steeds een ander facet van zichzelf. Naast een op zich gezond enthousiasme zit de New Age ook boordevol arrogantie en propaganda voor ‘het verlichte ego’. Er zijn in deze tijd evenwel enkele spirituele stromingen die haar leden uit dit dilemma kunnen leiden. In deze scholen komt de Hogere Kennis als vanouds naar bene- den, gekanaliseerd door bewuste leraren, zoals o.a. Eckhart Tolle, die uitgaan van het eenheidsbewustzijn. Anders dan in vroeger tijden komt gelijk met die stro- mingen een keur aan technieken en oefeningen mee, die tot doel hebben de onderbewuste mind zodanig te beïnvloeden dat deze in staat is deze Hogere Kennis op te nemen, te integreren en in de praktijk te brengen. Zo kan de kloof overbrugd worden, die Alice Bailey zelf blijkbaar ook parten speelde. Een paar jaar voor haar dood, na dertig jaar samenwer- king met een Meester van Wijsheid, schreef zij deze ontnuchterende woorden: ‘ Mijn grootste levensconflict is de strijd geweest tussen mijn ziel en mijn persoonlijkheid en die gaat nog steeds voort .’ * ● * Citaat uit ‘ De Onvoltooide Autobiografie ’ van Alice A. Bailey. Uitgever: Servire, Den Haag, 1983. Alice A. Bailey Alice Ann Bailey, geboren als Alice LaTrobe Bateman, (1880–1949) was een Brits schrijfster van esoterische standaardwerken. Zij wordt door haar volgelingen gezien als de voortzetster van het werk van theosofe Helena Petrovna Blavatsky. Haar volgelingen zien haar als kanaal van wat ze noemen de Hiërarchie van Meesters en in het bijzonder van de (Tibetaanse) meester Djwhal Khul.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=