14(2)17
13 Reflectie jaargang 14 nummer 2, zomer 2017 In the name of the Mother-Father Ik hoorde je niet meteen... maar moest mij door grote angst en argwaan een dorre weg banen naar het weten: ik ben Al één. ...and the Son Langzaam kreeg je vorm maar ik wist niet meteen... want mijn vrees en weerstand zeiden: nee! Stil nam je mijn hand en leidde mij er dwars doorheen. ...and the Holy Spirit Je stille stem leerde mij te dóórzien: meteen... Lang was ik blind en doof voor jouw Liefde die klopte aan mijn dwaze hart: tot mijn uiterlijk oog verdween. Jij leerde mij jouw stil verborgen overvloed, maar ik zag alleen begrenzing en beknelling tot jij mij voorging in het grote Goed. Jij ont-dekte in mij mystieke ridders vol schone lusten... maar ik huilde en huilde bittere tranen en lasten tot zij mij, in hun deemoed, wakker kusten. Uren in de nacht dwaalde ik door Mysterieland terwijl jij ogenschijnlijk verdwenen leek, tot ik wakker bleef tot het eind, geridderd door jouwHand. Jij vroeg mij of ik van jouw drank drinken kon... Ik dronk wat jij vroeg en de wereld duizelde in mij. Plots waren er vlinders in mijn Hart: Jí´j was de Liefdesbron . Jij liet mij de Bron aanschouwen in het Hemelgewelf; koortsachtig zocht ik, verliefd als een tiener, naar jou. Maar jij liet je niet vinden en zei innerlijk zacht: ‘ Ken Je Zelf ...’ Wij reisden samen naar de berg met schedel en het kruis. Mijn hart brak, ging door een blinde, duistere, eenzame dood... Toen hoorde ik de Geest, als in een stil geruis. Jij vroeg mij toen de Lichtstreng naar mijn Meester door te snijden. ‘ Oh alsjeblieft, vraag niet dát van mij: laat deze beker toch voorbijgaan .’ Jij zei: ‘ Toch is juist dát de zin van Zelf-meesterschap en over- lijden .’ Toen leidde jij mij in onbekende landschappen, labyrint en moeras; gek werd ik van angst: ik kom hier nooit meer uit! Tot jij het Boek des Levens opende en mij eruit voorlas. Daar hoorde ik het Absolute, in de Duif’s vleugelwiek, dat mij riep... ‘ Ja , ja ,’ antwoordde ik, ‘ ik geef alles voor God .’ Jij zei: ‘ Onthoud: reiken naar het Allerhoogste: vallen onpeil- baar diep .’ Ik zei: ‘ Ik neem het risico en reik naar het eeuwige Licht .’ ‘ Ja ,’ zei jij, ‘ dát is de grootste belofte die je tot Waarheidmaken kan .’ Zacht en ferm verdween jij langzaam en stil uit het zicht. Nu is ik en jij verdwenen, gesmolten en verdampt in wij . Zie op naar de berg in een wolkenloos Niets... Hoor een geluidloos lied, in de ademloze Adem en vraag zacht: ‘ Draag mij .’ En weet: in Waarheid is de Ene, de tijdloze Geliefde, ja, ja alléén nog... *** GIJ *** Amen. ● Het Boek des Levens Lydia Schaap Over de auteur Lydia Schaap (1957) vertelt over zichzelf: Na jaren werkzaam te zijn geweest in het middelbaar onderwijs, ontdekte ik dat mijn leven steeds meer geleid werd naar creati- viteit. Nu werk ik met kinderen in de peu- terleeftijd, die mijn ‘meesters’ zijn. Zang , dans en poëzie zijn voor mij poorten naar het hart. Na het lezen van talloze boe- ken, volgen van studies op het gebied van spiritualiteit en religie en reizen naar krachtplekken op Moeder Aarde, begon ik geleidelijk aan te schrijven over wat mij inner- lijk beroerde en wat ik zelf beleefde in mystieke ervaringen, beseffend dat alles te vinden is in de Stilte van het eigen Hart.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=