14(2)17

14 Reflectie jaargang 14 nummer 2, zomer 2017 De wereld waarin wij nu leven is enorm in beweging. Er zijn allerlei zaken die om een oplossing vragen en we weten en voelen diep in onszelf dat we aan het begin van een ander tijdperk staan. Maar we zitten nog steeds in de overgangsperiode. Er moeten eerst nog een aantal dingen uit de voorafgaan- de periode opgeruimd worden en dat gebeurt nu overal om ons heen in het klein maar zeker ook wereldwijd. Dat opruimen gebeurt veelal niet dankzij ons helaas, maar heel vaak ondanks ons. Het zou beter zijn als we zouden meewerken, maar dan zouden we ook moeten weten waar naartoe dan? Tijdperken van verandering Ongeveer 2000 jaar geleden bevond de wereld zich ook in deze situatie. Toen was het Ram -tijdperk ten einde en begon het Vissen -tijdperk. Het is in dit omslagpunt van de tijd dat het christendom ontstond. Terugkijkend op die tijd zijn er dan aanwijzingen voor ons zodat we beter in staat zijn te leren wat het bete- kent, zo’n overgang? Toen van een Ram -tijdperk, wat een vuuraspect is, naar een watertijdperk: Vissen . Maar wat voor ons ook belangrijk is: wat rest ons nog van die tijd in onze tijd, wat vinden we bij voorbeeld nog terug van die tijd in onze liturgie? Dat nieuwe tijdperk begon toen ook niet plotseling en de eerste vraag die je daarbij kunt stellen is: waar of wanneer begint het christendom eigenlijk? Vanaf welk punt kun je van christendom spreken? Jezus en al zijn leerlingen waren gewoon jood en hiel- den zich aan de joodse wetten. Dat betekent onder andere: de Thora (Hebreeuws: wet, leer of onderwijzing met Goddelijk gezag). De Thora omvat de wet, dat zijn de vijf boeken van Mozes, de Pentateuch , maar soms wordt ook het gehele Oude Testament hieronder ver- staan), de Tenach , wat de joodse naam is voor het Oude Testament, de Talmoed (op schrift gestelde uitleggingen van discussies door rabbijnen over de toepassing van de wet in het dagelijks leven), Mishna (mondelinge instructie en leringen), de feestdagen zoals Seider- avond en Pesach , de reinigingswetten en vastendagen. Dat is nog lang na de dood van Jezus zo gebleven. Jezus, een nog jonge man, dertig jaar oud, zonder bij- zondere functie of titel, was in de ogen van velen door zijn woorden, genezingen en heilsdaden veel meer dan zo maar een rabbi of profeet, zodat ze in hem de Mes- sias zagen. Het was niet zijn bedoeling een bijzondere, van Israël afwijkende aparte gemeenschap met een eigen geloofsbelijdenis en cultus te stichten. Jezus en zijn apostelen waren gewoon joden en gingen naar de Tempel en naar de synagoge. Echter vrij snel na zijn dood en opstanding werd dat wel gedaan op grond van zijn wederopstanding en de Geest van het Pinkstergebeuren. Op grond van enkele charismatische ervaringen (verschijningen, visioenen, stemmen) en interpretaties uit de Hebreeuwse Bijbel kwamen de joodse volgelingen van Jezus tot de over- tuiging dat Jezus door God tot het eeuwige leven was opgewekt. (Psalm 110 en Handelingen 2:22-36) en door zijn opstanding uit de dood aangewezen als Gods zoon (Romeinen 1:3 en verder). Uitgangspunt hiervoor was de eschatologische Jezus-beweging. ( Eschatologie is de leer der laatste dingen, dus dood en oordeel; dus beschrijving van wat na de dood en bij het laatste oordeel gebeuren zal.) De Bovenzaal Een onderzoek naar de joodse oorsprong van onze christelijke eredienst met een vergelijking van de hedendaagse joodse en christelijke liturgie Wies Kuiper Over de auteur Wies Kuiper (1935) is eerstaanwezend priester van de kerkgemeente Zwolle. Zij werd op 5 november 2005 gewijd tot priester. Verder is zij voorzitter van de Clericale Synode. Van beroep was zij lerares in het middel- baar onderwijs en daarin heeft zij vele jaren beroepsmatig gewerkt. De laatste dertig jaar is haar aandacht vanuit de vkk -gedachte gericht geweest op theosofie, hierin heeft zij veel gestu- deerd en lezingen gegeven zowel in Neder- land als daarbuiten. Nog steeds geeft zij leiding aan het theo- sofisch studiecentrum Lanoe (dat betekent ‘leerling’) in Zwolle.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=