14(2)17

Reflectie jaargang 14 nummer 2, zomer 2017 17 zijn voor een deel door mgr. Leadbeater aangepast aan onze tijd, d.w.z. aan de tijd zo’n honderd jaar geleden. Wel is de manier waarop ze gebruikt worden, nog oor- spronkelijk, dus met een antifoon en soms met beurtzang ; – dan zijn er de hymnen , die zijn meer uit de Grieks/ Romeinse traditie; – in de synagoge werd bijna alles gereciteerd , nooit gespro- ken dus; dat doen wij ook nog steeds; – de geloofsbelijdenis, in de Joodse traditie het Sjema - gebed: ‘ Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer is één, en je zult de Heer, je God, beminnen met heel je hart, met heel je ziel en met al je kracht .’ De vkk kent ook een geloofsbelijdenis en als je goed daarnaar kijkt vind je, hoewel heel anders verwoord, de strekking van het joodse Sjema -gebed in het eerste deel van de vkk -geloofsbelijdenis terug: ‘ Wij geloven dat God Liefde is en Kracht en Waarheid en Licht, dat volmaakte rechtvaardigheid de wereld bestuurt; dat allen eens in God zullen opgaan, hoe ver zij voordien ook zijn afgedwaald. Wij geloven in het Vaderschap Gods, de broederschap der mens- heid; wij weten, dat wij God het beste dienen door naar ons beste vermogen onze medemensen te dienen. Zo zal Gods zegen op ons rusten en vrede in alle eeuwigheid .’ – het Kadoesjah -gebed (Jesaia 6:3) te vergelijken met ons Sanctus ; – het Kyrië heeft een Griekse achtergrond; – oud-testamentische schriftlezingen; – maaltijden, bijvoorbeeld de seder - of seider -maaltijd, op de vooravond van de eerste dag van Pesach ; deze heeft het karakter van een herdenking, niet zoals bij het chris- tendom aan de dood van Jezus maar als herinnering aan de vlucht uit Egypte; – het rituele bad, de voorloper van de christelijke doop, bijvoorbeeld in de Jordaan. De bovenzaal Toch zijn er een paar zaken waarvan je zou kunnen denken: Is er iets fout gegaan in het begin van het vorige tijdperk? Eén van die dingen waarover ik mij steeds verwonder is het stukje in Marcus 14:13, waarin twee leerlingen door Jezus werden uitgestuurd om een plaats te bespreken waar zij het Pascha konden vieren. Jezus zegt tegen hen: ‘ Ga naar de stad, daar zal een man die een waterkruik draagt jullie tegemoet komen. Volg hem, en wanneer hij ergens binnengaat, moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen: ‘De Meester vraagt: waar is het gasten- verblijf waar ik met mijn leerlingen het Pesach -maal kan eten?’ Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen die al is ingericht en waar alles gereed staat. ’ Wat daar bijzonder aan is, is dat hier de man die een waterkruik draagt genoemd wordt en die is kennelijk degene die de weg aanwijst. Nu was een man die een waterkruik draagt niet gewoon; dat deden vrouwen altijd. Maar de glyphe of het symbool van de astrologi- sche Waterman is inderdaad een man die een water- kruik draagt en die dat levenbrengendewater uitschenkt over de Aarde. Je zou dat kunnen zien als een vooruitwijzing naar een periode tweeduizend jaar verder. Wat zou dat kunnen betekenen? Dat de essentie van die Pesach -viering, waar de eucharistie op steunt, pas in het Waterman-tijdperk kan worden ervaren? Er werd ook gesteld dat er een bovenzaal aangewezen was... het Pesach -maal, de herinnering aan de uittocht in Egypte, zou daar genuttigd worden. Overdrachtelijk gezien is het Pesach -feest ook een verlossing van het Hogere uit het Lagere, van de geest uit de stof. Symbolisch kun je in die bovenzaal zien dat het dan gaat om de hogere gebieden in de mens, het hoger mentale, buddhische en atmische gebied, het gebied dat door de hogere chakra’s belevendigd wordt. Dat was de plaats waar het Pesach -maal genuttigd moest worden. Een ander bijzonder iets is dat die gnostische geschrif- ten zo’n 1700 jaar in het zand van de woestijn zijn be- graven geweest, en pas sinds zo’n 50 jaar is de gnosis van die geschriften langzaam aan het doordringen bij de mensheid. Deze geschriften werden hierdoor veilig onder het woestijnzand bewaard, waar geen mens ze kon veranderen en ze in hun oorspronkelijke staat aan onze tijd werden gegeven. Juist aan het begin van het Aquarius-tijdperk... De overgang van het Vissentijdperk naar het Waterman- tijdperk Een andere vraag is: kunnen wij wat leren van die periode waarin het Vissentijdperk begon? Nog steeds zie je auto’s rijden met een visje achterop, waarin de vis staat als symbool van het christendom. Dat symbool vond je ook terug in de catacomben. Natuurlijk ijlt het Vissen- tijdperk nog wel een paar honderd jaar na, terwijl het ook nog wel een paar honderd jaar duurt voordat het Aquarius-tijdperk op volle sterkte is. Hoe leren wij de tekenen verstaan? Hebben wij een nieuwe mythe nodig voor de komende tijd? Of moeten we leren de mythe op een hoger niveau te verstaan? Of moeten wij ons ont- doen van alle zaken die bij ‘vroeger’ hoorden, en die nu niet meer passen? Of toch maar niet de oude schoenen weggooien voordat we nieuwe hebben? In het onlangs verschenen boekje: ‘ Heilig Vuur ’ schrijft hoogleraar missiologie Stefan Paas: ‘ De kerk van de Visualisatie van het sterrenbeeld Waterman (ook wel de waterschenker genoemd)

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=