14(2)17

Reflectie jaargang 14 nummer 2, zomer 2017 22 Deze derde Inwijding geeft ook de bevestiging dat het Hoger Zelf zelfverlichtend is, gelijk een Zon. Het is het Licht Zelf! Het straalt! Maar de drie discipelen mogen er niet over praten, want het is een geheim, een mysterie, waarvan je alleen kennis kunt nemen als ingewijde. Bij deze derde inwijding wordt het manas -beginsel sterk belevendigd. De ingewijde krijgt, aldus Leadbeater, een centrum op het gebied van het Hoger Denkvermogen. En heeft daarmee bewust deel aan de onbeperkte werel­ den van de Geest, waar ruimte noch tijd, leven noch dood voorkomen. 4 Kruisiging en opstanding De kruisiging en de daarop volgende opstanding horen bij elkaar en worden gezien als de vierde inwijding. Volgens Hodson beschrijft het gebeuren op Golgotha allegorisch de innerlijke ervaring van de ingewijde van de vierde graad, voor wie het axioma ‘ geen kruis, geen kroon ’ waarheid wordt in de confrontatie met het lijden van de mens in de stoffelijke vorm. Op deze traptrede van evolutie kan het lijden van de mensheid niet meer van buitenaf bekeken worden, maar moet het zelf worden doorleefd. Dat komt doordat de ingewijde nu een centrum krijgt op het buddhisch gebied. Hij moet zijn kruis opnemen en toelaten dat hij daarop wordt vastgenageld onder spot en vernedering. Hij sterft, wordt in het graf gelegd, maar zal daar als grote glorie de dood overwinnen, omdat zijn bewustzijn nu door­ trild is van de buddhi -ervaring van Liefde, Schoonheid en Wijsheid. En vanuit zijn eerdere inwijding bezit hij een ‘verheerlijkt lichaam’. Dat is het wat door latere getuigen werd gezien. Elke ingewijde in de vierde graad moet volgens Lead­ beater dit lijden ondergaan. Er zijn er zelfs die het niet halen en afvallen. Die ongelukkigen moeten de hele weg opnieuw gaan. Het belevendigen van het buddhi -beginsel, dat van de god- delijke Liefde en van het Zoon-schap, is de hoogste inwijding die de stoffelijke mens kan bereiken. Na de vierde inwijding, zo deelt Geoffrey Hodson mee, is het menselijke bestaan tot een einde gekomen en is het bovenmenselijke koninkrijk bereikt. Daar zullen de volgende inwijdingen zich voltrekken. Hij noemde er zelfs negen, maar de Bijbel gaat niet verder dan de vijfde. Wel genoemd is de vierde die het kwellende besef van het geketend zijn aan de beperkte condities van ruimte, tijd, leven, dood etc. doet ondergaan vanuit het buddhisch bewustzijn, dat door de stoffelijke herse­ nen straalt en dat door de Liefdesaard van dat bewust­ zijn een allesoverheersend verlangen doet ontstaan om de mensheid te redden uit het onderwereldachtige milieu van de fysieke wereld. Ook hier zijn weer alle lagen van het menselijk wezen in symbolische vorm aanwezig, net als bij de geboorte. Het kruis (de fysieke wereld), het spottende volk (emoties en hartstochten), het Sanhedrin (het dwalende verstand van het lager denkvermogen), het scheuren van het voorhangsel in de tempel (de sluier van onwetendheid door de inwerking van manas ), de vrouwen (de devote toewijding van buddhi ), en de Zeven Kruiswoorden (als de weerspiegeling van de kracht van atma ). Het graf is (evenals bij de geboorte de grot) het hart waaruit de Verlosser moet opstaan. Golgotha (hoofd/schedel-berg) duidt op de beleving van het kruinchakra. Iemand die door alle inwijdingen is gegaan en volledig bewustzijn heeft op de gebieden van manas en buddhi , kan volledig een opstanding in Liefde en Kennis reali­ seren. Het feit van de opstanding is alleen maar te begrijpen als deze geestelijke bestaansniveaus erbij worden betrokken. Om die reden is het totale christen­ dom onbegrijpelijk en voor velen onaanvaardbaar zonder de inwijdingen erbij te betrekken. 5 Hemelvaart De hemelvaart is de vijfde en laatst beschreven inwijding in de evangeliën. Hij ligt buiten het bereik van de mens. Bij de vier inwijdingen werd krachtig afstand genomen van de beperkingen in vlees en stof in de vorm van een toetsing of de kandidaat sterk genoegwas omzijn bestaan buiten het vlees voort te zetten; bij de vijfde inwijding kan de stof geen enkele invloed meer uitoefenen. Het wezen dat ooit als mens de evolutieladder heeft beklom- men is nu volledig verlost van alle beperkingen, die elk gebied aankleven. De vijfde inwijding brengt de kern van het bewuste Zijn op het atmisch gebied en verschaft de ingewijde de kracht om zijn scheppingsmacht zo te gebruiken, dat hij zich een stoffelijk lichaam vormt en daarmee in de lagere werelden verschijnt zonder daar ook maar enigszins aangedaan te worden door de daar heersende beperkingen. Die gelden alleen maar voor de voertuigen, niet voor de geestvermogens. Deze zienswijze maakt ook de realiteit van de Meesters aannemelijk, waaraan zelfs in theoso- fische kringen wel eens wordt getwijfeld. De scheppings- macht van Christus maakt het ook begrijpelijk dat Hij tijdens de Eucharistieviering brood en wijn kan veran- deren in Zijn Lichaam en Bloed. Alleen zijn wij onmach- tig omdat op fysiek gebied te begrijpen of waar te nemen. Deze veranderingen voltrekken zich op geestelijke gebieden en ze doen ons aan op die zwakke afspiege­ lingen van ons, die wij op de hogere gebieden bezitten. Vanuit die gebieden – atma , buddhi en manas in theoso­ fisch spraakgebruik – is de Christus in staat om altijd en overal aanwezig te zijn. Dit belangwekkende feit wordt niet begrepen, omdat wij de neiging hebben om alle mysteriën te verstoffelijken, te verlagen tot ons beperkte begrip. Maar het is duidelijk dat op gebieden waar tijd noch ruimte bestaan een universele volledig­ heid heerst, die de wezenskern is van een geïndividua­ liseerde Godheid als het Christuswezen. Er is geen enkele rede omvanuit theosofische visie te twij- felen aan deze dingen. Integendeel, juist door het theo- sofische wereldbeeld toe te passen op het Bijbelse gebeu- ren, wint het aan begrijpelijkheid. Zelfs de Christus- incarnatie op Aarde als Jezus, de zoon van Maria en Jozef, is in dat licht verklaarbaar, ook al is de historici­ teit in geen enkel opzicht belangrijk. Veel belangrijker is dat de missie van Jezus de Christus nu helderder wordt. Dat maakt het lichter voor ons om ons aan Hem toe te vertrouwen. Tegelijkertijd vergroot het ons besef van verantwoordelijkheid, want wij kunnen ons nu niet meer met goed fatsoen onttrekken aan de daad van opbouw en bewustwording in de wereld. Drie van de grote Christusinwijdingen worden nog jaar- lijks herdacht in grote feesten. De Geboorte met Kerst­ mis, de Kruisiging op Goede Vrijdag, de Opstanding met Pasen en de Hemelvaart op Hemelvaartsdag. De Doop en de Verheerlijking zijn als feesten vergeten, maar komen alleen nog voor op de kerkelijke kalender. Het zou goed zijn als we ons wat meer zouden vergewissen van de diepzinnige betekenis van deze feesten. ●

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=