14(2)17

Reflectie jaargang 14 nummer 2, zomer 2017 30 soms intense pijn en verdriet op. Maar we wenden ons liever tot drank of anti- depressiva, dan dat we kijken naar wat er met ons aan de hand is omhier vervol- gens mee aan de slag te gaan. Volgens Marianne Williamson onderdrukken we onze (spirituele) ontwikkeling en groei door het uit de weg gaan van pijn en verdriet. In ‘ Troostrijke tranen ' leert ze ons, op basis van haar inspiratiebronnen en raadgevers als ' Een cursus in wonderen ' en leraren zoals Boeddha, Mozes en Jezus, hoe we onze pijn kunnen trans- formeren en helen : van verdriet naar veerkracht . Er kunnen letterlijk wonde- ren gebeuren wanneer we gaan luisteren naar wat onze pijn en verdriet ons werke- lijk te zeggen hebben. Zo kunnen we onze tranen achter ons laten en met een ge- lukkiger en zinvoller leven verdergaan. De Amerikaanse auteur schaart zich onder de groep vooraanstaande spiri- tuele denkers, zoals Deepak Chopra en Louise Hay, en heeft met eerdere titels naam gemaakt. Ze grijpt steeds terug op het succesvolle zelfstudieboek ‘ Een cursus in wonderen '. De kernboodschap van het nu uitgebrachte boek is dat we verlies en verdriet beter niet met weg- duwtechnieken en geestverdovende middelen kunnen bestrijden, maar veel- eer met manieren om door onze gevoe- lens heen te gaan. In het boek wordt veel uit de Bijbel geci- teerd, God komt voortdurend ter sprake en ook worden er tal van christetelijke begrippen gehanteerd, wat voor een niet gelovige lezer wellicht wat storend kan overkomen. Zelfacceptatie en vergeving zijn belang- rijke begrippen. Het boek is niet bepaald makkelijke kost, maar prima leesbaar voor spiritueel geïnteresseerden. Homo Deus Een kleine geschiedenis van de toekomst Auteur: Yuval Noah Harari Uitgever: Thomas Rap, 2017 De Homo Deus , de godmens uit Harari’s titel, vormt één van de belangrijkste gevaren voor de toekomst, en daarmee komen we op een belangrijke boodschap van Harari’s nieuwe boek. Voortgedreven door humanistische ‘idealen’ zullen genetica, biotechnologie en informatica onherroepelijk aan de mens gaan knutselen. Op de één of andere manier zal er dan een supermens ontstaan: een sterke, extreem lang levende, hyperintelligente godmens dus, al dan niet met een directe uplink naar een krachtige computer. Dat zal een scheiding in supermensen en ‘gewone mensen’ creëren; de principiële gelijk- heid die aan de basis van het humanisme staat, zal verlaten moeten worden. Men- senrechten zullen worden aangepast. Maar omdat de komst van die supermens nog verre van zeker is, ligt het grotere gevaar waarschijnlijk in de snelle ontwik- kelingen in informatica die zullen leiden tot wat Harari noemt ‘ dataïsme ’. Daarin wordt ieder individu ontleed in al zijn losse onderdelen, van koopgedrag tot ziektegeschiedenis, met grote voor- spellende kracht. Het systeem is nu al betrekkelijk zichtbaar in advertentiema- chines op internet. Zoals God ooit werd ontmaskerd als een produkt van menselijke verbeelding , zo zal ook demenselijke verbeelding worden ontmaskerd als het produkt van bio- chemische processen en berekeningen, voorspelt Harari. Nu al schrijven compu- ters verrassend goede muziek en ver- slaan ze professionele Go -spelers. Het ‘systeem’ zal ons beter gaan kennen en voorspellen dan wij ooit zelf kunnen. En dus zal het nu nog samenbindende geloof in de uniciteit van het individu ernstig gevaar gaan lopen , denkt Harari. Eenvoudig werk wordt al door computers gedaan, maar straks zullen ook voor com- plexe werkzaamheden steeds minder mensen nodig zijn. Het humanisme bloeide ooit op, schrijft Harari, toen de nationale staat de loyali- teit van grote aantallen soldaten en arbeiders nodig had om te overleven. Iedereen was belangrijk! Maar als grote aantallen mensen hun economische en militaire nut verliezen, zal niet meer ieder individu uniek en gelijkwaardig worden gevonden. Ook wetenschappelijk onderzoek tast de basiswaarheden van het humanisme aan. Onze ooit zo vereerde vrije wil is bij- voorbeeld nergens meer terug te vinden in hersenonderzoek. En van het Menselijk Zelf, tochooit de ‘god’ vanhet humanisme, is in de moderne psychologie weinig meer over dan een verhaaltje dat het brein aan zichzelf vertelt om de boel een beetje bij elkaar te houden. Hariri verkent in zijn boek ook wat een menselijk bewustzijn kan zijn zónder zo’n onvermijdelijk illusoir wereldbeeld. ‘ We begrijpen niet echt wat onze geest is ,’ schrijft hij in het voorlaatste hoofd- stuk: ‘ We hebben niet in de gaten dat we leven op een klein eilandje van bewust- zijn in een enorme oceaan van vreemde mentale toestanden .’ Want wie kan de geest ervaren van mam- moetjagers uit de ijstijd? Van de eerste boeren of van een dertiende-eeuwse samoerai?Enzokunnenweonsnauwelijks voorstellen hoewe onszelf inde toekomst zullen voelen. Het is een wat ontnuchterend slot van een fascinerend boek dat zo optimistisch begon. Namelijk met de constatering dat juist nu, aan het begin van de eenen- twintigste eeuw, de millennia-oude erfvijanden van de mens: oorlog , ziekte en honger , wereldwijd in de hoek zijn gedreven. Ja, oorlog ook. In de meeste gebieden is die zeldzamer dan ooit. En dat danken we allemaal aan die indus- triële en wetenschappelijke revolutie die in de rest van het boek juist onze huidi- ge beschaving steeds verder aan het wankelen brengt. Voor het zover is, geeft Harari de lezer op zijn laatste bladzijde nog wat vragen mee ter overdenking. Is leven echt alleen maar informatieverwerking?Wat is belang- rijker: intelligentie of bewustzijn? En wat gebeurt er met onze samenleving en dage- lijks leven als er onbewuste maar super- intelligente computerprogramma’s komen die ons beter kennen dan wij onszelf? De geest uit de fles Hoe de moderne mens werd wie hij is Auteur: Ger Groot Uitgever: Lemniscaat, 2017 Dit boek is een geschiedenis van de modernefilosofieeneenzinnenprikkelen- de beschouwing ineen. Ger Groot laat zien en horen hoe wij, zelfbewuste én onzekere mensen aan het begin van de eenentwintigste eeuw, zijn geworden wie we zijn. Sinds Descartes heeft de radicale twijfel zijn intrede gedaan en is ‘ de geest uit de fles ’. De filosofie van de afgelopen vier eeuwen laat zich beschrij- ven als één lange worsteling met de erfe- nis van de religie . Niet alleen de filosofie, maar de hele cultuur is van die worste- ling doordrongen. Zoals Ger Groot het zegt: ‘ Wie goed kijkt en luistert, kan in de architectuur van de Amsterdamse School, de schilderkunst van Caspar David Friedrich, in de opera’s

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=