14(2)17
Reflectie jaargang 14 nummer 2, zomer 2017 8 onder de mensen te begeven om te prediken en zieken te genezen. 1 Een aantal van hen hadden een pelgrimstocht naar het Heilige Land gemaakt en zij wilden, eenmaal terug in hun geboortestreek, leven zoals zij dat van Jezus had- den begrepen: arm, kuis en als vreemdeling op Aarde. Soms vormden zij kleine groepjes die bedelend en predikend rondtrokken en mensen opriepen tot navol- ging van Christus. Vaak waren het groepjes van man- nen en vrouwen die, vrij van aardse gehechtheden, in steden en dorpen zongen en dansten om het Evangelie van Liefde te verkondigen in een maatschappij die hier- van los dreigde te raken. De toenmalige bisschop van Acre, Jacques de Vitny, beschrijft hoe hij bij het zien hiervan ‘ ontroerd raakte en herinnerd werd aan de vreugde, vrijheid en liefde van de eerste christenen .’ Anderen beschrijven echter hoe deze groepjes vrijge- vochten asceten hen herinnerden ‘aan de gevaarlijke gnostische groepen van weleer waartegen de kerk vaders zo hadden gewaarschuwd’. 2 In zekere zin hadden zij gelijk, want met name de Bogo- mielen , 3 die zich in de dertiende eeuw over Midden- Europa verspreidden, waren via een lange traditie ver- bonden met de vroegchristelijke gnostische gemeen- schappen. Maar het verwijt van ‘radicaal dualisme’ dat de kerkvaders tegen hen maakten klopte niet met de feiten. Gnostici en ook de Bogomielen waren vaak zo vervuld van de Geest dat voor hen het materiële, het lichamelijke en ook het verschil tussen man en vrouw van geen betekenis was. Daarom konden bij de vroeg- christelijke gnostische vieringen zowel mannen als vrouwen dezelfde functies uitoefenen en vonden ze bezit van geld en goederen van geen belang. Dat dit een doorn in het oog was van de mannelijke, patriarchale en hiërarchisch georganiseerde kerk is een andere zaak. Problemen met de kerkelijke leiding De pausen hadden het moeilijkmet deze nieuwe religieu- ze bewegingen. Met name paus Innocentius iii , die zich be- schouwde als de ultieme stadhouder van Jezus op Aarde, had erg veel moeite met de nieuwe lekenbewegingen. In zijn ogen waren zij vooral een anarchistisch euvel dat de goddelijke orde ondermijnde. Hij ontwikkelde dan ook allerlei strategieën om zulke bewegingen te bestrijden. Ofwel hij lijfde ze in, onder door hem zelf afgedwongen voorwaarden – dit deed hij met de Humiliaten en een deel van deWaldenzen. Ofwel hij vervolgde ze als ketters, wat de Katharen en de Albigenzen overkwam. Paus Innocentius had het er maar druk mee. Ook op het moment dat hij Franciscus in 1221 in zijn luxe paleis ont- ving om diens nieuwe leefregel goed te keuren. De paus had een jaar tevoren nog opgeroepen tot een kruistocht tegen de Albigenzen en nu stond hier voor hem een have- loze jongeman uit Assisi die met een beroep op Jezus en het evangelie een soortgelijke levenswijze goedgekeurd wilde hebben. De zoveelste manifestatie van een feno- meen dat hem al veel hoofdpijn had bezorgd. Zou hij deze regel wel goedkeuren? De volgelingen van Franciscus genoten al grote populariteit en hij zag in dat hij met nieuwe vervolgingen de grip op de gelovi- gen zou verliezen. Hij luisterde daarom aandachtig en merkte dat de regel grotendeels uit evangeliespreuken bestond, met nadruk op soberheid en respect voor mens en natuur, zonder melding te maken van welke hiërar- chie dan ook. Franciscus had voor dit laatste gekozen om zijn broeders de vrijheid te geven van binnenuit volgens het evangelie te leven. Maar voor de paus was dit juist vaag genoeg om – indien Franciscus beloofde de kerk trouw te blijven – de regel goed te keuren. Echter, met een truc: hij stelde zijn goedkeuring niet op schrift vast en de regel werd daarom bekend als de ‘ regula non bullata ’. Toen Franciscus vertrok had hij wel een orde, maar niet officieel. Het was een enorme teleurstelling. Op de terugweg hield hij zijn legendarische preek voor een groep vogels. Dit getuigde niet alleen van liefde voor de natuur, maar ook van protest: als Rome niet naar hem wilde luisteren, vertelde hij het wel aan deze simpele schepselen. Een onthechte en liefdevolle leefstijl Wie was Franciscus? In mijn jeugd was deze heilige uit Assisi mijn idool. De bebaarde franciscaanse monniken in ruige pijen die in mijn jeugd onze katholieke parochie bezochten om er te preken brachten mij voor mijn ge- voel dicht bij Jezus zoals hij in Galilea eens predikend rondtrok. Zo wilde ik ook leven en op mijn achttiende jaar werd ik novice in een franciscaans klooster. Daar leerde ik de ‘ franciscaanse spiritualiteit van het evangelie ’ van binnenuit kennen. Tegelijkertijd ontdekte ik ook dat de talloze kerkelijke regels waaraan wij onderworpen werden de oorspronkelijke inspiratie van waaruit Fran- ciscus had geleefd beknotten. Die regels stonden vaak haaks op de ‘ vrije en geestelijke interpretatie van het evangelie ’. Toch waren er doorbraken. In de biografieën over Franciscus lazen wij met rooie oortjes hoe hij in zijn jonge jaren, als zoon van een rijke lakenkoopman Pietro Bernardone, had geleefd als een zorgeloze losbol en toen besloten had ridder te worden. Een onmogelijk ideaal voor een koopmanszoon, maar daar legde hij zich niet bij neer. Franciscus sloot zich in 1202 aan bij de troepen van zijn stad en trok mee ten strijde tegen buurstad Perugia. De gevolgen waren desastreus. Hij werd krijgsgevangen genomen en een jaar lang vast- gehouden onder de barre omstandigheden die toen ge- bruikelijk waren. En eenmaal thuis was hij langdurig ziek. De Franciscus die uiteindelijk van het ziekbed opstond was veranderd. Zijn vroegere feestvrienden kenden hem niet meer terug. Zijn ervaringen hadden hem vervreemd van zijn oude leventje en Franciscus trok zich terug in een grot om te mediteren. Daar besefte hij dat zijn roeping was om Jezus te gaan volgen. Moest hij daarvoor naar Palestina? Hij zocht contact met rond- trekkende asceten die hem vertelden dat Jezus altijd
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=