14(3)17

Reflectie jaargang ı4 nummer 3, najaar 20ı7 14 Dankzij de toestemmming van uitgeverij Bres/Edicola Publishing (waarvoor dank) publiceren wij hierbij een lang fragment uit de mooie en inspirerende roman ‘ De Graal ’ (zie recensie op bladzijde 28). Deze in mei 2017 in het Nederlands gepubliceerde spirituele roman vormt samen met de eerder verschenen delen ‘ De Ziener ’ en ‘ De Magdaleen ’ de trilogie ‘ Het ʘ Manuscript ’, in de Skandinavische wereld een bestseller. Lars Muhl De blauwe engel stond in de deuropening, vermomd als een dame van in de tachtig. Ze had een aura om zich heen die straalde als zonnen en manen in een eindeloze reeks melkwegstelsels. En de heldere en hartelijke blik van een jong meisje dat me toelachte, vervuld van warmte, zorg en liefde. Dat alles keek door de ogen van een bejaarde vrouw die niet van deze wereld was. ‘ Waarom heb je zo lang op je laten wachten? ’ lachte ze. ‘ Maar beter laat dan nooit. Het is goed om je te zien. Kom binnen .’ Haar woorden rolden zich uit als een rode loper en toen ik over de drempel stapte, wist ik dat ik een wereld bin- nenging waarnaar ik heel lang op zoek was geweest, maar waarvan ik het bestaan had opgegeven. Op de één of andere manier had ik het gevoel dat dit wel eens de belangrijkste stap kon zijn die ik ooit had gemaakt op mijn lange reis naar huis. De dame droeg een blauwe jurk met een bijpassende blauwe hoed. In de huiskamer heerste een zekere orde in de chaoti- sche uitstalling van stapels boeken, ordners en docu- menten op tafels en boekenplanken. We namen plaats in twee leunstoelen aan weerskanten van een laag tafeltje met slechts plaats voor twee kopjes waarin ze dampende hete thee met een heerlijk aroma schonk. ‘ O, Lars, zou je alsjeblieft de twee gebakjes die ik voor ons heb gehaald willen pakken? Ze liggen in de keuken. Ik ben niet meer zo soepel als vroeger .’ Ik stond op en slaagde erin mijn weg te vinden tussen de boeken en documenten. In de keuken lagen twee stukken kerstbanket, groot genoeg voor twaalf mensen. ‘ Nou, ze zijn allebei voor jou ,’ riep ze uit de huiskamer. ‘ Een jongeman als jij moet kracht opdoen. Zelf eet ik tegen- woordig niets .’ De lach in haar stem vulde de atmosfeer, als belletjes die door me heen tinkelden terwijl ik een stuk afsneed en met een exquis kristallen bordje de huiskamer weer in laveerde. ‘ Ik heb veel langer op dit moment gewacht dan je ooit zult beseffen ,’ zei ze, toen we weer tegenover elkaar zaten. ‘ Ik heb je boeken nog niet gelezen, maar toen mijn zoon me die afbeelding van Maria in De Magdaleen liet zien, besefte ik dat de boodschapper op wie ik veertig jaar had gewacht zich eindelijk kenbaar had gemaakt. Eerlijk gezegd had ik de hoop bijna opgegeven. De Raad van Bestuur hierboven weet hoe vaak ik heb gebeden dat je naar voren zou komen. Het schilderij van Maria is altijd een rook- signaal geweest. En nu hebben we allebei ons antwoord .’ Haar stem klonk zuiver, helder en zonnig. ‘ Besefte je zelf wat er aan de hand was? ’ informeerde ze nieuwsgierig. Ik vertelde over het medium in Londen dat heel wat jaren geleden had voorspeld dat ik ene Sylvia moest ontmoeten. Ik vertelde over mijn ontmoeting met de Ziener en over mijn werk met hem, en ook over de kracht die onverwacht in me loskwam toen we onze relatie verbraken. Kracht waarmee ik niet goed raad wist. Tot slot vertelde ik over mijn ingeving om de af- beelding van Maria na het laatste hoofdstuk te plaatsen toen het manuscript al naar de drukker was, zonder goed te weten waarom. Terwijl ik haar dat allemaal vertelde, zat ze met een onschuldige glimlach om de lippen te neuriën alsof ze alles al wist. Toen ik eindelijk was uitgesproken, zei ze: ‘ Alles is goed. Alles is precies zoals het moet zijn. Het leven is een ononderbroken keten van aankomst en vertrek, van her- kenning en erkenning. Wat zijn we anders dan reizigers die elkaar ontmoeten en vaarwel zeggen, die huilen en lachen, die in een eeuwigdurende cyclus dansen en doodgaan? We zijn reizende zielen in tijd en ruimte. Een kopje kan de oceaan niet bevatten. Een wolk vang je niet in een zak. De erkenning van de eeuwigheid kan niet in één menselijk wezen worden omvat. Daarom heeft God meer dan één individu gemaakt. En onder hen moet de graalridder de grootste last van inzicht torsen, dat wil zeggen kennis over zijn eigen oorsprong, taak en bestemming. Alles wat je tot op heden hebt doorstaan, je overwinningen en mislukkingen, zijn noodzakelijke stappen op weg hierheen geweest. Je vergist je dikwijls in de richting totdat je leert de tekenen te ontcijferen, maar uiteindelijk komt iedereen op zijn bestemming. Wat jou en de Ziener betreft, moet je niet vergeten dat als de ene deur dichtgaat, er altijd een andere opengaat. Op een dag zullen jullie elkaar weer treffen, zo niet in dit leven, dan wel in een ander, waar jullie de taak die je lang geleden op je hebt genomen zullen afmaken. De energieën waaraan je momen- teel bent blootgesteld, zijn louterend. De kosmische kracht kan zich alleen op Aarde manifesteren via vlees en bloed en een onberispelijk wezen. Ikzelf word alleen lang genoeg in leven gehouden om mijn kennis over te dragen aan jou .’ ‘ Wat voor kennis? ’ vroeg ik. Ze keek me nieuwsgierig aan alsof ze heel even twijfel- Het ʘ Manuscript: 3 De Graal Voorproefje uit het derde deel van de trilogie

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=