14(3)17

Reflectie jaargang ı4 nummer 3, najaar 20ı7 23 ledig ingekapseld en hebben geen eigen besef meer van zichzelf. Misschien te vergelijken met wat Johannes zei: dat het Goddelijk Licht er niet in doordringt . De hylicus heeft een rotsvast geloof in de normen en waarden om hem heen, maar innerlijk is hij versteend, ontoegankelijk. Wij zouden dat benoemen als: de God buiten jezelf . 2 De tweede groep zijn de psychici . Voor hen is alles wat in het gevoelsleven gebeurt niet serieus te noemen. Dat is onbetrouwbaar en niet reëel. Alleen het denken, dat is belangrijk. Echter, als je het gehele gevoelsleven af- kapt, dan zul je ook nooit bij het hogere gevoel of de intuïtie kunnen komen. Maar ook gevoelens van em­ patie en mededogen, evenals gevoelens van verdriet, wanhoop en vreugde, zelfs gevoelens van schoonheid kunnen dan niet of nauwelijks beleefd worden. Er is bij de psychici wel wat innerlijke beweging, maar die staat stevig onder druk van de ratio. 3 De pneumatische mensen ( pneuma betekent: adem, wind) hebben in dit geval de betekenis van de geest die ook de hogere delen van de ziel omvat. Volgens de gnos- tiek bevindt de goddelijke vonk zich in dat deel van de mens. Zij zijn de innerlijk vrije mensen... zij laten zich bewegen. Pneuma wordt soms ook beschreven als ‘de ware innerlijke mens’, theosofisch te vergelijken met buddhi . Dat gebied behoort tot het bovenwereldlijke, de geestelijke wereld. De pneumatische mensen hebben dus een vonkje van de Godheid in zich, dat na hun losmaken uit de stof weer terugkeert in het pleroma , de volheid. De pneumaticus ervaart Liefde als de bron van alle bewo- genheid, en kan dus empathie, verdriet, vreugde, schoon- heid in een diepe gevoelssnaar beleven. Het is de pneu- maticus die in staat is in innerlijke vrijheid, liefde en vrede te leven. Ook in de gnosis van Valentinus wordt dat onderscheid gemaakt. Ook hij ziet naast de pneumatische mens nog de verstands- en deugdmens, zielemens genoemd, en de materialistische mens, de hylicus . Zoals wij nu zeggen: geest, ziel en lichaam. Pneuma is een Grieks woord, dat een vertaling is van het Hebreeuwse ruach . Ruach is vrouwelijk, pneuma is onzijdig. In het Latijn werd het Spiritus Sanctus , en dat was mannelijk. Hier in het westen is dus alleen al door het vertalen de Heilige Geest van vrouwelijk via onzij­ dig mannelijk geworden. Valentinus in de Nag Hammadi-geschriften Het gnostische Evangelie van de Waarheid , één van de Nag Hammadi-geschriften uit de Jung Codex , staat dicht bij de opvattingen van Valentinus. Het is zeer waar­ schijnlijk van zijn hand, sterker nog: men neemt als vaststaand aan dat het van zijn hand is. [Jung was erg geïnteresseerd in de gnosis, en vond daarin het door hem gebruikte thema ‘Zelfkennis is Godskennis’ terug. Toen hem dan ook gevraagd werd door de Nederlandse hoogleraar Gilles Quispel om bij te dragen aan de aan­ koop van een codex met gnostische geschriften (1952) was hij daartoe meteen bereid. Daarom heet die groep geschriften de Jung Codex .] Uit deze codex is het Evangelie van de Waarheid het belangrijkste. Professor Quispel noemt het Evangelie van de Waarheid het ‘ het kroonjuweel van de gnosis ’. Hoe­ wel het ‘evangelie’ genoemd wordt is het niet een evan­ gelie in de gebruikelijke betekenis van dat woord. Het is geen levensbeschrijving van het leven van Jezus. Hier is meer de wijsheidsleraar aan het woord, die ons erop wijst wie wij in wezen zijn en wat het doel is van ons leven. Ook de brieven aan Reginus en een verhandeling over de Opstanding lijken van hem te zijn. Nu denkt men ook zeker te weten dat Tractatus Tripartitus en de brief van Ptolemaeus aan Flora van zijn hand zijn. Er moeten nog veel meer geschriften zijn geweest, daar wordt door andere schrijvers aan gerefereerd, maar deze zijn niet teruggevonden. Overigens schijnen er ook verbindingen te zijn met de apostel Paulus; althans in diens denken. In de brief van Paulus aan de Efeziërs 5.14, waarin gelezen kan wor­ den: ‘ Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood en Christus zal over u lichten .’ In het Evangelie der Waarheid staat iets soortgelijks, nhi 3-29: ‘ Net zó is het met hen gesteld die de onwetendheid hebben afgeworpen als de slaap, die ze niet voor werkelijkheid houden .’ In datzelfde evangelie, in logion 22, vind je dan: Daarom is iemand die kennis heeft een wezen uit de hoge. Als hij geroepen wordt hoort hij op, antwoordt hij en keert zich naar Hem die hem roept, en gaat naar Hem op, want hij weet hoe hij genoemd is. Omdat hij kennis heeft doet hij de wil van Hem die hem roept, Hem wil hij welgevallig zijn en daarin vindt hij rust. Zijn naam valt ieder toe. Wie zó kennis heeft weet waar vandaan hij gekomen is en waarheen hij op weg is. Hij weet dit zoals iemand, die dronken was, nuchter is geworden en (weer tot zichzelf gekomen) zijn werkelijkheid herstelt. De steek van de (gnostische) schorpioen Onlangs nog is een geschrift ontdekt dat duidelijk van Valentinus is; het heet Scorpiace , oftewel ‘ de steek van de schorpioen ’, maar dan wel een gnostische schorpioen. In de oudheid had men een ander astronomisch wereld- beeld. De Aarde stond in het midden van het heelal met de zon erboven; daaromheen cirkelden de planeten. Deze werden gezien als een soort Goden, planeetgeesten , waaraan eigenschappen werden toegedicht. De gnosti­ ci noemden deze planeetgeesten ‘ archonten ’ of wereld- machten . Die machten moest men passeren op de weg naar de hemel na de dood. Boven de archonten was er de hemel van de vaste sterren. Daar bevonden zich de zielen van de onsterfelijken. Daarboven of daarbuiten lag dan de wereld van de idee- en, die noemde men het ‘ pleroma ’, het rijk der ‘volheid’.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=