14(3)17
8 Reflectie jaargang ı4 nummer 3, najaar 20ı7 over de uiteenlopende situaties waarin zij als geeste- lijke te maken had met stervenden en gestorvenen en had in de eerste dagen na hun heengaan opmerkelijke ervaringen opgedaan. Deze ervaringen brachten in haar een diep beleven van waarheid teweeg en beves- tigden het gezichtspunt dat een gestorvene gefaseerd sterft en na ca. drie dagen daadwerkelijk een nieuwe weg ingaat. Zij wil dan ook aan degenen (ook politici) die geloven dat na de hersendood alles voorbij is en het Grote Niets begint, het appèl doen om hun dogma te relativeren en de blik te verruimen. In haar huidige beroep van geestelijke in de Christen- gemeenschap (Andrieskerk in Amsterdam) werkt zij in een omgeving waar het als vanzelfsprekend wordt beschouwd, dat een mens niet op één bepaald ogenblik sterft; de wezenskern van een mens – zijn ‘ziel’ – laat het lichaam los in een proces dat enkele dagen in beslag neemt. In deze dagen wordt dan ook gewaakt bij de over- ledene. ‘ De wakenden doen menigmaal de ervaring op dat er zeer gedetailleerde herinneringen aan de gestorvene bovenko- men, waarvan men zich niet bewust was dat men die had. De mens is niet simpelweg te klonen, in een machine te van- gen of in 3d te printen. Hier is ook geen ‘app’ voor. Dan zien we zulke wezenlijke zaken, zulke diepere aspecten en dimen- sies over het hoofd: dat is niet in woorden uit te drukken. Dit is in haar ogen een expressie van pure onwetendheid of simpelweg pure arrogantie .’ Marianne de Nooi schreef dit artikel naar aanleiding van het initiatiefvoorstel van Pia Dijkstra (D’66) over het opnemen van een Actief Donorregistratiesysteem dat op dit moment ter beoordeling bij de Eerste Kamer ligt. Onlangs werd het besproken door de commissie Volks- gezondheid, Welzijn en Sport , die het wetsvoorstel voor bereidt. In het publieke debat over dit wetsvoorstel is het echter nog nauwelijks aan de orde gekomen wat het uitnemen van organen zou kunnen betekenen voor de gestorvene zelf, voor zijn verdere weg na de drempel- overgang die wij ‘dood’ noemen, waarover ook Yfke Laan- stra in haar boek het nodige zegt. Aangezien de gestorvenen ons daarover niet kunnen terugrapporteren, is onderzoek daarnaar geen eenvou- dige zaak. Als microbiologe is Marianne de Nooi goed op de hoogte van de natuurwetenschappelijk bewijs- bare beschrijving van het sterven, maar het is kenmer- kend hoe mensen met een andere kijk soms worden weggezet. Yfke Laanstra raakt de kern als zij vaststelt hoe we alsmaar verder verwijderd raakten van het magische , het mythische en het heilige van het bestaan. Van onze oorsprong en van onze ware natuur. We raakten uit contact met ons innerlijk weten omtrent onze voeding. Voeding voor lichaam, ziel en geest. Stelden de indus- trie boven de natuur en besloten dat de natuur zelfs in veel gevallen hiervoor plaats diende te maken. We komen echter voort uit de natuur en zijn hieruit opge- bouwd. De natuur bevat onze broncode. Wanneer we onze relatie met de natuur weer willen versterken of zelfs herstellen dan is het van belang dat we begrijpen hoe we haar zien en benaderen. ‘ We must pay equally as much attention to what it will mean to be or remain human in the future (i.e. what defines us as humans) as we spend on developing infinitely more powerful technologies that will change humanity forever .’ [Gerd Leonhard in Technology vs. Humanity ]. In zijn boek ‘ To Be a Machine ’ ontmoet schrijver O’Connell neurowetenschappers die zich bezighouden met kunst- matige intelligentie en de vraag wanneer die de mense- lijke intelligentie zal overstijgen. Maar hoe interessant en soms zelfs geloofwaardig O’Connell de transhumanisten die hij spreekt ook vindt, hij kan zich niet ontdoen van de overtuiging dat de Noten 1 De aanhangers van deze filosofie noemen zich ‘ transhu- manisten ’ en beweren dat de mens is beland in het post- Darwin tijdperk en zijn evolutie in eigen hand kan gaan nemen. Transhumanisten onderschrijven over het alge- meen de standpunten van het traditionele humanisme maar beogen wel het tot de uiterste grens te verkennen en zelfs te overstijgen. Zij propageren dat de mens zich fysiek zal en moet verbeteren of, naar analogie met computers en software, upgraden met technieken als nanotechnologie, genetische manipulatie en verre- gaande integratie van computertechniek in het mense- lijk lichaam. Het doel waar transhumanisten naar streven is om posthumanisten te worden. Transhumanisme is eigenlijk een vorm van eugenetica . Het is het vermin- deren van de menselijke factor in de mensheid, in het belang van de controlerende elite. 2 Yuval Harari: Homo Deus, een kleine geschiedenis van de toekomst . De Bezige Bij, 2017. Zie ook: Yuval Harari: Sapiens, een kleine geschiedenis van de mens- heid . De Bezige Bij, 2015. 3 In de film The Matrix komt computerhacker Neo (Keanu Reeves) erachter dat het leven op Aarde niets meer is dan een computersimulatie, opgezet door machines om de mensheid in bedwang te houden. Hij wordt door enkele vrijheidsstrijders uit deze ‘matrix’ gehaald, en samen met hen begint hij een strijd tegen de machines, om de mensheid haar vrijheid weer terug te geven. 4 Een singulariteit is in de kosmologie een punt met een oneindig klein volume en een oneindige grote dicht- heid. De ruimte/tijd is hier zo sterk gekromd, dat ruim- te en tijd feitelijk ophouden te bestaan. Dit heeft onder meer tot gevolg dat ook de in de gewone natuurkunde geldende wetten in een singulariteit niet meer geldig zijn. Wellicht vinden er in of in de buurt van een singulariteit allerlei processen plaats die in de huidige exacte weten- schap nog onbekend zijn. Technologische singulariteit is een omstreden trans humanistische toekomstvisie. Ze voorspelt dat rond 2045 kunstmatige intelligentie zichzelf zal verbeteren, en daardoor meer invloed krijgt op de richting waarin de maatschappij zich beweegt dan de mens zelf.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=