14(3)17

Reflectie jaargang ı4 nummer 3, najaar 20ı7 9 betekenis van het leven onlosmakelijk verbonden is met de lichamelijkheid daarvan. ‘ Zijn de meest betekenis- volle ervaringen die we hebben niet vooral fysieke ervaringen? ’ zo vraagt hij zich af. Voor O’Connell blijft deze intuïtie uiteindelijk overeind staan: dat het besef van onze eigen sterfelijkheid, hoe bizar en vreselijk ook, ons tot mens maakt. Tegelijkertijd is het menselijk, al te menselijk, om aan diezelfde sterfelijkheid te willen ontsnappen. Van die ironie is To Be a Machine doordrenkt. Het maakt dat het niet alleen een boek is over de mensheid van de toekomst, maar vooral over de mensheid in het hier en nu: de bèta-mens, suboptimaal, behept met een hape- rend lichaam, en ondanks alles toch veel te snel afste- venend op het einde. Er is op zich niets mis met technologische ontwikkelingen; waar ik tegenaan hik, is vooral het voorbijgaan aan de essentie van ons mensen en dat wat ons be- ziel t. Een ontwikkeling die steeds meer mensen terecht zorgen baart en vooral de grote nadruk die er in de technologi- sche wereld wordt gelegd op de robotisering. Een ontwik- keling waarin bewustzijn en ziel er niet meer toe lijken te doen. Er is immers zoiets als non-lokaal bewustzijn en bewustzijn buiten de hersenen. En bewustzijn sterft nooit en kan niet worden overge- plant. En stel dat er zo’n cyborgiaanse samenleving ontstaat, dan lijkt me dat geen aanlokkelijk idee. Wat de uitkomst ook zal zijn, de transhumane mens, robot- mens, of cyborg, een mens met een tig aantal nieuwe organen, de ziel en het bewustzijn van zeven miljard mensen zal nooit gedoofd kunnen worden, maar de ontwikkelingen die ik schetste zijn wel zorgwekkend. Dan voel ik me meer thuis bij het boek Onsterfelijke geest van Ervin Laszlo en Antony Peake. Door te proberen te bewijzen dat bewustzijn aan de basis ligt van de kosmos en bovendien onsterfelijk is in de diepere, niet gematerialiseerde sfeer, willen Laszlo en Peake laten zien dat het doel van het bewustzijn is om zich te manifesteren in levende wezens om op deze wijze voortdurend te evolueren. De realisatie dat ons bewustzijn onsterfelijk is kan ons de verzekering geven dat we tijdens het leven vreugde kunnen ervaren en rust bij het sterven. Het zou ons de blijvende bevrediging kunnen geven om steeds bij te dragen aan een wereld die we kunnen ervaren en waar we steeds weer opnieuw van kunnen genieten, in dit leven en levens die nog komen. ● In het vorige nummer van Reflectie , het zomernummer van 2017, was een bijdrage van de hand van Lydia Schaap opgenomen, getiteld ‘ Het Boek des Levens ’. Zoals bij haar eerdere publicaties had Lydia daarvoor ook deze keer een schilderij van Nicholas Roerich als illustratie aangeleverd. Door de lengte van de tekst en de grootte en detailrijkdom van het schilderij ontstond er echter een probleem... De tekst en het schilderij pasten niet samen op één bladzijde, of het schilderij had wel erg klein moeten worden afgebeeld. Hierboven de opgemaakte bladzij- de uit Reflectie nummer 2 van deze zomer (de ‘noodoplossing’). Hiernaast het schilderij ‘ The Book of Doves ’ uit 1922 van de Russische kunstschilder, filosoof, archeoloog, schrijver en reiziger Nikolaj Rjorik, beter bekend als Nicholas Roerich (1874–1947). Het Boek des Levens Aanvulling op de publicatie van de bijdrage van Lydia Schaap in Reflectie 2017-2 Daarom is uiteindelijk voor een sfeervolle fotografische illustratie gekozen, die beter in te passen was. Lydia heeft beaamd dat dit geen slechte oplossing was, maar ze miste ‘haar’ Roerich-schilderij toch wel. Want ‘ Roerich’s beelden geven haar de inspiratie tot het schrijven ’. Om Lydia een plezier te doen en de lezers haar inspiratie- bron te tonen drukken wij hierbij alsnog het door haar voorgestelde schilderij ‘ The Book of Doves ’ af. En wij hopen dat wij hiermee iedereen geïnspireerd en tevreden gesteld hebben. ●

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=