14(4)17

 Schilderij De zee , één van de vele abstracte experimenten (1915)  Schilderij Compositie II in rood, blauw en geel (1930) Reflectie jaargang ı4 nummer 4, winter 20ı7 11 Hij deed dat ‘op afstand’ maar wel met een scherpe blik voor wat er gaande was. Zo ontdekte hij al snel de ‘ wilde fauvisten ’ die in hun schilderingen felle, nauwelijks gemengde kleuren gebruikten. Mondriaan was erdoor geraakt en zag hierin iets van de puurheid waarnaar hij op zoek was. Maar wat hem vooral raakte, dat waren de kubistische schilderijen van Picasso en Braque die in verschillende salons werden tentoongesteld. Hierin ontdekte hij hoe een gefragmenteerd beeld van een object, omgeven door donkere lijnen, op een plat vlak een diepere werkelijk- heid kon weergeven. De voortgang van natuur naar abstractie bleek een natuurlijk evolutieproces. Hij zag hoe een plat vlak kon worden gezien als een gebied dat is opgebouwd uit elkaar kruisende coördinaten en onderling verbonden energiepunten, vol subtiliteit en elektrische spanning. Het herinnerde hem aan de manier waarop hij bomen had willen schilderen als een netwerk van stekeligheid vol energetische lading. Hij ging deze lijnvoering oefenen en stabiliseerde zijn innerlijke extatische stroom door de donkere lijnen als horizontale en verticale coördinaten op het doek te zetten. Niet berekenend, maar heel intuïtief, als een uiting van een hogere vorm van kennis. Mondriaan hoopte zo een ‘evenwicht van tegenstellingen’ te berei- ken die bij de toeschouwer een ervaring van harmonie en vrede zou teweegbrengen. Terwijl hij hiermee bezig was werd hij in 1914 terugge- roepen naar Nederland omdat zijn vader ernstig ziek was. Op dat moment brak ook de Eerste Wereldoorlog uit, waardoor hij tot een langdurig verblijf in zijn vader- land was gedwongen. Maar dat verhinderde hem niet zijn onderzoek door te zetten. Inspiratie daarvoor zocht hij aan het strand van de Noordzee, waar hij uren in meditatie en observatie doorbracht. Eén van de doeken die hieruit resulteerden heeft betrekking op de Pier bij Scheveningen. Het is de opbrengst van eindeloze ob- servaties van de Scheveningse kust, waar één pier (die al lang niet meer bestaat) het water en zijn schilderijen blijft doorsnijden. Het schelle licht en de verschuivende, herhaalde patronen van golven op een vlakke strook Noordzee worden getransformeerd in een patroon van kruizen, waarvan de ‘armen’ subtiel verschillen in leng- te en dus ook in heftigheid van toon. Het hele strenge oppervlak lijkt hierdoor te ademen. Over deze nieuwe uitdrukking van de werkelijkheid kreeg Mondriaan in 1917 contact met Theo van Does- burg, die ook hevig geïnteresseerd bleek in de theosofie. Zij ontwikkelden samen een nieuwe kunsttheorie die zij de ‘Nieuwe Beelding’ noemden, ofwel Neoplasticisme . De term ‘plasticisme’ is afkomstig van de theosofe Helena Blavatsky, die in ‘ De Geheime Leer ’ schreef: ‘ De oorsprong van alles is de plastische essentie die het universum vervult .’ Het doel van de Nieuwe Beelding was de kunst te zuive- ren van elementen die daar volgens hen niet in thuis- hoorden, zodat de essentie van de werkelijkheid zicht- baar zou worden. In het eerste nummer van tijdschrift De Stijl (juni 1917) schreven Theo van Doesburg en Piet Mondriaan hun eerste artikelen, waarin ze duidelijk maakten dat in de toekomst de ware kunst alleen nog uit de plastische essentie van het universum zou voort- komen. Een goed voorbeeld hiervan is Mondriaan’s ‘ Compositie ii in Rood, Blauw en Geel ’. Hier een zuiver lineair frame van donkere, elkaar kruisende horizontale en verticale lijnen. De lijnen, in verschillende diktes geschilderd, geven het doek stabiliteit. Voor Mondriaan komen hierin met name de tegenstellingen van het vrouwe- lijke, het aardse (horizontale lijnen) en het mannelijke, geestelijke (verticale lijnen) tot evenwicht. Door dit harmonieuze framewerk heen zijn primaire kleuren zichtbaar die bijna licht uitstralen. De puur primaire kleuren vertegenwoordigen de kracht van het goddelijk licht dat de essentie van alle leven is. Deze en andere schilderijen uit dezelfde periode zijn iconen geworden die de wereld hebben veroverd. Zij pasten als ‘tekens aan de wand’ uitstekend in het nieu- we, moderne wereldbeeld waarin niet de natuur maar de technologische innovaties het wereldbeeld begon- nen te bepalen. Maar de aspiraties van Mondriaan en Theo van Does- burg gingen te ver en werden utopisch toen zij meenden dat deze Nieuwe Beelding de wereld zou gaan verlichten en overal waar zij zou verschijnen harmonie, vrijheid, vrede en vergeestelijking zou brengen. Een oude ziel in de Nieuwe Wereld Deze utopische visie werd al in 1933 hard op de proef gesteld toen Hitler de macht overnam in Duitsland en zijn evenknie Stalin zich in Rusland als een wrede dicta- tor ontpopte. Mondriaan schreef nog een vlammend protest ‘ Liberation of Oppression in Art and Life ’, maar moest toch vluchten om zijn leven te redden. Eerst naar Enge- land en later, in 1940, naar Amerika.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=