14(4)17
Schilderij Victory Boogie Woogie (1944) Reflectie jaargang ı4 nummer 4, winter 20ı7 12 Noten 1 Robert Musil: De man zonder eigenschappen . Hamburg, 1952. 2 Veel informatie over feiten en achtergronden over het leven van Mondriaan is te vinden in de biografie van Léon Hannsen: Alleen een wonder kan je dragen; over het sublieme bij Mondriaan. Huis Clos, 2017. 3 Hans Jansen: Piet Mondriaan, een nieuwe kunst voor een ongekend leven . Hollands Diep, 2016. 4 Louis Veen: Het geschreven werk van Piet Mondriaan; voorstel tot een editie. 1997. Daar werd hij tot zijn eigen verwondering als een held ontvangen. Hij was in de ogen van de kunstkring in New York de grote kunstenaar die samenmet Wassily Kandin- sky en Kazimir Malevitsj – twee andere grootmeesters die ook geïnspireerd waren door de theosofie – de ab- stracte kunst in het Westen vorm had gegeven. Nu kon hij, zo werd hem verteld, de laatste resten van de oude cultuur afleggen en helemaal thuiskomen in de Nieuwe Wereld. En dat deed hij. De komst in Amerika gaf een totaal nieuwe wending aan zijn leven. Aan een vriend schreef hij: ‘ Gelukkig genieten wij evenveel van moderne constructies, wetenschappelijke ontdekkingen en technische vernieuwingen als van de nieuwe kunst. Wij genieten van de echte jazz en van het dansen op jazzmuziek; we zien de stadsverlichting en de lichtreclames, de etalages. Alleen al als we eraan denken komen we in de goede stemming. Want daardoor ervaren we het grote verschil tussen de nieuwe tijd en het verleden .’ ³ Dit betekende echter niet dat zijn leefstijl veel veran- derde. Hij bleef een ascetisch leven leiden in een strak georganiseerd atelier. Van zijn eerste atelier in Parijs tot zijn laatste in East 59th Street in New York leek het ontwerp van zijn interieur op de strenge, rechthoekige composities die in zijn schilderijen overheersen. Hij wilde zijn atelier niet ‘ volproppen met oude kunstvoorwer- pen die in feite de kunstenaar beletten in nauw contact met de tegenwoordige tijd te blijven .’ ³ In dit verband is het opmer- kelijk dat hij in zijn geometrisch gerangschikte kamer naast rechthoeken met zuivere tinten toch een meer dan levensgroot portret van mevrouw Helena Blavatsky toeliet. Hoe sterk ‘ De Geheime Leer ’ zijn leven beïnvloedde bleek ook toen een enthousiaste Amerikaanse vrouw een schilderij van Mondriaan wilde kopen voor het Museum of Modern Art en hem probeerde op te vrolijken met de mededeling dat hij nog ‘een jonge ziel’ had. Maar Mon- driaan reageerde daarop ‘ vol onbegrip en met de droeve blik, wetend dat het niet klopte. Want hij was ervan overtuigd dat hij reeds een aantal levens had geleefd en dus een oude ziel bezat .’ ² Maar oude zielen kunnen zeer levenslustig zijn; en Mon- driaan was dat ook. Op zijn ‘zeventigste jaar in zijn Aard- se leven’ ontwikkelde hij zich tot een verwoede (zij het niet in soepelheid uitblinkende) jazzdanser. De muziek kende hij uit zijn periode in Parijs, waar hij ’s avond graag ronddoolde in de rokerige, duistere jazzclubs en -kelders en vanwaar hij ook een grote collectie jazzpla- ten meenam naar New York. Maar daar ontdekte hij de charleston en de aan jazz verwante, swingende boogiewoo- gie -muziek en waagde hij zich een aantal malen op de dansvloer. Interessant was dat hij dit dansen zo kon waarderen ‘ omdat dit een dansvorm was waarbij de lijfelijke afstand bleef en men niet snel tot amoureuze gedachten zou komen .’ ² De gesyncopeerde ritmes van deze dansen zijn nog zicht- baar in de verschillende boogiewoogie -schilderijen die hij in deze tijd maakte. Als inspiratie speelde voor hem ook het stratenplan van New York mee. Dat betekent natuurlijk niet dat deze schilderijen gezien mogen wor- den als stadsplattegronden. Het zijn grafische, statische voorstellingen van energie én de orde die zich onder de chaos van de stad voor het innerlijk oog aftekenen. Na enige tijd begon echter de bronchitis, waaraan Mondriaan levenslang had geleden, weer op te spelen en werd hij met tussenpozen ziek en kreeg longontste- king. Dat was ook de inleiding op de laatste periode van zijn creatieve leven. Hij begon aan een schilderij dat beroemd zou worden als Victory Boogie Woogie . Het won- derlijke van dit schilderij, dat in 1997 door de Nederland- se stichting Nationaal Fonds Kunstbezit voor 82 miljoen gulden is aangekocht, is dat het een ‘onvoltooid werk- stuk’ is gebleven. Terwijl vrienden van Mondriaan erop aandrongen het af te maken, leek Mondriaan op een punt gekomen te zijn waarop noties als ‘ definitieve oplossing ’ en ‘ absolute voltooiing ’ niet meer bestonden. Hij bleef met kleine, gekleurde blokjes papier en tape het ontwerp voortdu- rend bijwerken en herzien en kreeg steeds meer plezier in deze manier van werken, zonder naar een concreet resultaat toe te werken. Het proces van ‘iets doen waar geen einde aan schijnt te komen’ boeide hem meer dan het afleveren van een concreet resultaat. Op het einde van zijn leven werd Mondriaan gegrepen door het fenomeen van het procesmatige . Wilde Mondriaan alles onvoltooid houden om aan de dood te ontkomen? Voorvoelde hij dat in de toekomst juist het procesmatige een kernthema zou worden van alle moderne kunst? Wilde hij nog één keer alle tegen- stellingen die hij zijn leven ontmoet had – het manne- lijke en vrouwelijke, begin en einde, licht en donker, dood en leven – in een nieuwe harmonie laten samen- smelten? We weten het niet. Voor mij werpt de volgende uitspraak van Mondriaan nog het meeste licht op de situatie. Het is een motto dat zijn hele leven speelde: ‘ In het algemeen is het menselijk leven een mengeling van tragedie en komedie. Het verandert en verandert, net als het weer. Alles gaat voorbij. Maar in alles is er leven, eenheid .’ 4 ●
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=