14(4)17

 Anoniem: Zusters gaan de weg van het kruis . Olieverf op paneel; circa 1600.  Joseph Mallort William Turner: Sunrise . Aquarel op papier, circa 1825–1830 Reflectie jaargang ı4 nummer 4, winter 20ı7 14 door steeds liefdevoller met medemensen en mede- schepselen. Maar die weg blijft de weg van een feilbaar mens, die ook steeds aanvechtingen zal hebben en fouten zal maken. De basis van deze weg is en blijft het woord van God, waarin hij ons toezegt: ik rechtvaardig jou uit genade alleen en ik heilig jou uit genade alleen. Dat wil dus zeggen: de goddelijke Werkelijkheid is niet in de eerste plaats een eisende wet, maar een schenken- de goedheid. Dit is de grote ontdekking van Luther ge- weest en het werd de kern, het hart, van de protestant- se spiritualiteit. Gelukkig ontdekken we in deze tijd dat dit ook het hart en de kern is van de katholieke spiritu- aliteit, en dat we elkaar op dit punt tegenwoordig kun- nen vinden als medereizigers op de geestelijke weg. Ontwaken De Engelse schilder Turner was vervuld van het zon- licht. Daarin ervoer hij een goddelijke aanwezigheid en kracht. In deze aquarel roept hij de indruk op van een zonsopgang die ons uitnodigt te ontwaken en verlicht te worden. De mystieke weg begint met ontwaken. Wij kunnen eens of meerdere malen de ervaring hebben dat wij ontwaken, dat we nu pas beseffen waar het in het leven echt om gaat. Zo vertelt de quaker Rufus Jones (1863–1948): ‘Ik was alleen aan het wandelen, verdiept in gedachten over de betekenis en het doel van mijn leven. Ik vroeg me af of ik ooit mijzelf zou kunnen organiseren en onder de controle en leiding van een constructief levensdoel zou kunnen brengen. Ineens voelde ik dat de wanden tussen het zichtbare en on- zichtbare heel dun werden, en ik werd me bewust dat zich voor mij een beslissende levensmissie opende. Ik zag voor mij uitgevouwen een opdracht om me te wijden aan de mystieke religie, bijna net zo helder als Franciscus hoorde hoe hij in de kerk van St. Damiano de opdracht kreeg: ‘ Herstel mijn kerk ’. Ik herinner me dat ik neerknielde op een prachtige open plek in het bos en dat ik mijzelf overgaf in de rust en de stilte, in de aanwezigheid van een Leven dat in mij stroomde, aan het werk om de diepere natuur van de ziel en van haar relatie tot God te verstaan.’ ² Calvijn: Calvijn spreekt in zijn boek ‘ De Institutie ’ ook over ver- lichting: ‘ De menselijke geest is blind tot hij wordt verlicht door de heilige Geest en de wil is verslaafd aan het kwade, en helemaal gebonden en toegewijd aan het kwade, totdat de heilige Geest hem terechtwijst .’ ( ii , 3.6.) Dit klinkt wat streng, maar ik hoor daar een mooie boodschap in: als een mens wakker wordt en beseft waar het in het leven op aankomt, dan is de goddelijke Geest in hem actief. Een wakker besef is dus een goddelijke gave. Maar deze genade vraagt wel om ons antwoord. Wij ontwaken en worden verlicht als wij toelaten dat de Geest ons ver- licht. Dit noemde Calvijn de bekering . En even later zegt hij: ‘ Dan verlangen wij een verandering, niet alleen in de uiter- lijke werken, maar ook in de ziel zelf .’ Verlichting bewerkt dus niet alleen een verandering van buiten, van uiter- lijk gedag, maar ook van binnen. Want alleen innerlijke vernieuwing kan transformerend op ons gedrag werken.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=