14(4)17

Reflectie jaargang ı4 nummer 4, winter 20ı7 25 Dat betekent dat planten gevoelens en emoties kunnen ervaren. Het dierenrijk kan tot in het lager mentale komen en dan zijn het vooral de hoogontwikkelde dieren, bijvoorbeeld honden, katten, paarden, maar ook dolfijnen, apen en grote roofdieren. Zij kunnen dus niet die derde levensgolf ontvangen of ontmoeten. Bij de mens zie je dat het bewustzijn kan groeien tot het hoger mentale gebied en daar kan dan de uitstor- ting van de derde levensgolf ontmoet worden, kan het bewustzijn ermee samensmelten. Dit is het niveau tussen het lager en het hoger denkvermogen. Dat denk- vermogen dat het verschil maakt tussen het vervuld zijn van ‘hebben’ of van ‘zijn’. Het is op dát niveau, als je die grens tussen die twee lagen van bewustzijn overschrijdt, dat God jou tegemoet komt in de derde levensgolf. En dat is nu wat we bijvoorbeeld met Kerstmis symbo- lisch gestalte geven. Het bewustzijn dat na de incarna- tie terugkeert, dus excarneert , en zijn oogst van ervarin- gen in de wereld meeneemt, dat wordt gesymboliseerd als het kind dat geboren wordt, maar nu in de hogere werelden. De ziel die de denkbeeldige lijn tussen het lagere en het hogere overgaat wordt in die hogere hemelen erkend. De hogere engelen gaan uit om de geboorte te verkon- digen en de meesters, of wijzen of koningen, komen en brengen de geschenken van de drie hogere gebieden mee: goud voor het koningschap van Atma, wierook voor het boeddhisch gebied van de intuïtie of innerlijk weten, en mirre om te zalven. Daarmee kan de ziel zich bekleden in de hogere gebieden. Op Aarde spreken wij dan van iemand die de Christus- geest in zichzelf verworven heeft. En wij noemen die mens Jezus. Hij is het lichtend voorbeeld voor iedere mens. Hij leeft ons voor in de verhalen in de Bijbel. Hier zie je dus het resultaat van de uitstorting van de drie levensgolven tegelijk aanwezig. Een prachtig beeld. Maar eigenlijk kan je dat ook zien in de symboliek van de Goede Week en Pasen. Het lagere lichaamwaar we qua aandacht afstand van moeten doen ... maar we zijn nog niet hele- maal klaar en het is angstig het onbekende in te stappen. Daarom de vraag om de kelk niet te hoeven drinken, maar het moet wel. En bij het geopende graf zit dan een in het wit geklede jongeling, mogelijk het symbool van het etherisch en astraal lichaam, die aangeeft dat het lichaamweg is, er niet meer toe doet. Dan kan er een hemelvaart zijn, als je echt helemaal los bent van het Aardse leven. ● Het begin: de mens is goddelijk en onsterfelijk Laten we bij het begin beginnen. De basis voor iedere studie van de Bhagavad Gita is het gegeven dat de mens, wij allemaal dus, van God afkomstig is en dat ons ultieme doel is om tot God terug te keren. In feite zijn we nooit weggeweest. We denken dat deze wereld ons thuis is. Dan is God wel heel ver weg. Arjuna beseft plotseling hoe de broedertwist uitmondt in een slacht- partij tussen families die eigenlijk alleen maar verlie- zers en doden zal opleveren. Plotseling ziet hij het ‘ niet meer zitten ’ en hij gooit letterlijk het bijltje erbij neer. Shri Krishna laat Arjuna (wij dus) inzien dat deze denk- fout op een dramatische vergissing – een illusie – be- rust. Vroeg of laat zullen wij allemaal tot dit inzicht moeten komen om tot onszelf te komen en niet bij een broer, een zus, een tante of een oom. Het eerste hoofdstuk Het eerste hoofdstuk wordt meestal beschouwd als een niet erg relevant hoofdstuk dat slechts dient om de set en setting weer te geven van de fatale strijd die op het punt van losbarsten staat en die tevens het einde mar- keert van het bronzen tijdperk en het begin van het ijzeren tijdperk. De Indiase traditie vertelt ons dat deze strijd ook historisch is geweest en ongeveer 5100 jaar geleden plaatsvond op de vlakte van Kurukshetra, ongeveer 150 km ten noorden van het huidige Delhi. Leven in deze fysieke wereld betekent leven in een smeltkroes van tegenstellingen. De verwarring en de ellende die daaruit voortspruiten roepen van nature de vraag op of het ook nog ‘anders’ kan. Het leven van Sri Krishna toont aan dat het niet nodig is de wereld vaar- wel te zeggen en als een kluizenaar te gaan leven. Wij worden in de Gita voortdurend aangespoord om onze relatie met de Goddelijke wereld in onszelf te herstellen. Wat is die ‘ Goddelijke wereld ’ of nog scherper: wie of wat is God? Vervolgens moeten we ook nog leren hoe we daarmee om moeten gaan. Dit is een forse uitdaging – bijna zelfs te veel gevraagd – maar ondanks de schijn van het tegendeel is het wel degelijk mogelijk dit pad te bewandelen. Symbolisch of historisch? Al direct aan het begin van de Bhagavad Gita komt de vraag naar voren of de Gita als een verslag van een historische strijd moet worden gezien of veeleer in symbolische zin moet worden gelezen. Het gaat dan om de innerlijke tweestrijd die ieder mens vroeg of laat moet voeren om ‘ tot zichzelf te komen ’. De historische context is slechts een aanleiding. De boodschap betreft Wie de Bhagavad Gita zonder verdere voorbereiding gaat lezen, zal er op het eerste gezicht niet veel meer in vinden dan een indringende, ‘vreemde’ tekst die vanuit de Indiase traditie tot ons is gekomen. In het westen hebben we in het algemeen weinig kennis van de Indiase traditie en dan blijft de echte betekenis van de Gita een beetje in nevelen gehuld. Dan kan een commentaar helpen en de tekst begrijpelijker maken. Er zijn in het Nederlandse taalgebied niet veel commentaren op de Gita beschikbaar en voor zover die er zijn, zijn het meestal Indiase commentaren.  Over de Bhagavad Gita 1  De yoga van Oost en West Paul van Oyen

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=