14(4)17
26 Reflectie jaargang ı4 nu mmer 4, winter 20ı7 de mens die zich in een crisissituatie bevindt. Deze mens zit vol twijfel, wanhoop, angst en maakt zich grote zorgen. Hij ziet geen uitweg meer maar wordt door Gods genade (Sri Krishna) tot zelfreflectie en zelfonderzoek gebracht. Van daaruit ziet hij zichzelf en de situatie waarin hij zich bevindt opnieuw onder ogen maar nu vanuit een veel groter, kosmisch, stand- punt. Arjuna is deze wanhopige mens en langzamer- hand wordt de lezer – met Sanjaya, de adviseur van de blinde koning Dhritarashtra – getuige van een wezen- lijk en innerlijk proces van transformatie dat uiteinde- lijk leidt tot overgave aan wat onvermijdelijk is. Gods wil is nu eenmaal onvermijdelijk want de mens wikt, en vult zich dan met twijfel en wanhoop, maar God beschikt. Materialisme tegenover spiritualiteit In het eerste hoofdstuk worden de spelers in het veld genoemd en uitgetekend. Hun namen zijn van belang omdat hun naam hun kwaliteit aangeeft. Als namen gingen al deze dappere krijgers vijfduizend jaar gele- den ten onder en sneuvelden zij in deze strijd. Als kwaliteiten – onze eigen innerlijke kwaliteiten - strij- den zij nog steeds. De uitleg van hun namen is geba- seerd op het Sanskriet maar ook op mythen en legen- den die hun namen noemen. Als de blinde koning Dhritarashtra ( de verblinde geest ) bij zijn integere hofmeier Sanjaya naar de uitslag van de veldslag informeert, vraagt hij naar de strijd tussen de Kurus ( de valse en impulsieve tendensen in de geest geba- seerd op zintuiglijke verblinding ) en de Pandavas ( juiste onderscheid ) op het veld van dharma ( kurukshetra : het lichamelijke bestaan). In feite vraagt de koning naar de afloop van de eeuwige strijd tussen goden en demonen als een universeel en kosmisch gegeven en geprojecteerd op een historische veldslag die ongeveer 5100 jaar gele- den plaatsvond. Als een metafoor is de vraag gericht aan de Godzoeker om door juist en integer zelfonder- zoek te kijken naar de eigen strijd die dagelijks gevoerd wordt tussen de goede en minder goede tendensen in onszelf. Die strijd is een strijd tussen ons materialisme en consumptief gedrag enerzijds en onze spirituele tendensen en belangstelling aan de andere kant. Mate- rialisme (de Kurus ) tegenover spiritualiteit (de Pandava Arjuna als Godzoeker). We kunnen ook zeggen dat het gaat om de tegenstelling – en dus om de strijd – tussen macht enerzijds en kracht anderzijds. Juist in verkie- zingstijd komen deze twee aspecten dikwijls heel duidelijk en pijnlijk naar boven. Macht zonder kracht is gevaarlijk en meestal desastreus. Kracht zonder macht staat op zichzelf en is zelfovertuigend, als David tegen Goliath. Buddhi en manas En Sanskriet termen gaat het in de Gita om de strijd en tegenstelling tussen buddhi enerzijds en manas ander- zijds. Buddhi is ons vermogen om onderscheid te maken en te nuanceren en geeft een heldere blik en visie. Hier is kracht voor nodig. De pandavas scharen zich onder de vlag van buddhi . Niet voor niets wordt de oudste broer Yudhisthira genoemd: de integere en rechtvaardige mens die over innerlijke kalmte beschikt. Manas is onze altijd actieve geest die meestal van de hak op de tak springt en, als een kip zonder kop, een hoofd mist. Dat hoofd is buddhi , het vermogen om onderscheid te maken. Manas heeft geen eigen kracht en zoekt dus altijd naar macht om zijn gelijk te halen. De Kauravas, met Duryodhana aan het hoofd, symboli- seren deze kip zonder kop die manas heet en op macht belust is. Hoe herkenbaar is dit allemaal in de omstan- digheden van vandaag! Deze strijd gaat nog steeds door in alle actualiteit. De volgelingen van manas zijn talrijk en spelen altijd ‘mooi weer’. Zij genieten in volle teugen van het genot van de zintuigen en bekommeren zich nimmer om de gevolgen en om de toekomst. De volge- lingen van buddhi lijken meestal het onderspit te delven maar weten zich beschermd door de helpende hand van God zelf hoewel dat steeds opnieuw moet blijken. Zij moeten die beschermende hand wel verdienen! Het gezegde ‘ ieder voor zich, maar God voor ons allen ’ is hier helemaal van toepassing. De blindheid van koning Dhritarashtra De hele strijd vindt haar oorsprong in de blindheid van koning Dhritarashtra, de vader van Duryodhana. Dhritarashtra komt van het Sanskriet woord dhrta ( vasthouden , temmen ) en van rashtra ( koninkrijk ): dhritam rashtram yena : hij die de teugels van het rijk vast in handen heeft . Het ‘rijk’ is hier de wereld van de zintuigen. Zonder de hulp van de zintuigen en van buddhi is manas blind. Als materiële wensen en verlangens overheersen wordt de actieve geest, manas , de uitvoerder van deze begeerten en worden de zintuigen aangespoord alle Over de auteur Paul van Oyen (1944) was bankier en is filo- soof en schrijver van 16 titels rondom oos- terse en westerse filosofie. Hij publiceerde vertalingen van en commentaren op (o.a.) de volgende werken: het Evangelie van Markus; het Evangelie van Thomas; het Evangelie van de Waarheid; het Evangelie van Maria Magdalena; het Evange- lie van Issa (over Jezus in India); de Bhagavad Gita; Shankara’s Vivekacudamani ( de Rede als Bekroning ). Eigen werk van hem omvat: Het Enneagram volgens Gurdjieff en Ouspensky . In voorbereiding zijn: het Evangelie van Johannes en een herziene versie van het Evange- lie van Maria Magdalena.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=