14(4)17

Reflectie jaargang ı4 nummer 4, winter 20ı7 27 kanten uit te gaan voor genot. Maar al spoedig begin- nen zij aan een speurtocht naar ongebreideld zintuig- lijk genot en vervallen dan van kwaad tot erger. Vandaar de veldslag waarvan de Gita verhaalt en waar- bij de helderheid en integriteit van buddhi uiteindelijk de overwinning behalen en manas zijn meerdere moet erkennen. Het koninkrijk van lichaam en geest behoort in feite toe aan de ziel, als goddelijk en helder lichtwezen vol deugdzaamheid en compassie. Daar tegenover staat het ego met alle vormen van machtzucht, hebzucht, zelfbevrediging en wellust. Het ego is de pseudo-koning die op onjuiste gronden, als een echte usurpator , op de troon zit. Juist daarom is hij ook zo moeilijk te bevech- ten, wat dan ook de betekenis is van de naam Duryod- hana: hij die moeilijk te bevechten is en (bijna altijd) wint. Manas laat zich niet gemakkelijk intomen. Wan- neer de menselijke ziel opstaat en haar koninkrijk van lichaam en geest weer opeist (de pandava’s ), vindt zij een bijna onoverkomelijke weerstand in de vorm mis- leiding tegenover zich. Hierover gaat de Gita en vooral hoe uiteindelijk de ziel toch als overwinnaar uit het strijdperk treedt, vanwege Sri Krishna’s helpende hand. Terecht schrijft sint Paulus in de Eerste brief aan de Korinthiërs (3:16): ‘ Weet ge niet dat ge een tempel van God zijt en dat de Geest van God in u woont? ’ De Geest van God is de ziel; de Geest van God is onoverwinnelijk. De Gita gaat over de strijd tussen wijsheid en bewuste misleiding in de vorm van leugens. De menselijke geest en het menselijke lichaam worden dan het strijdtoneel voor deze strijd. De lichtkant van de twee strijdende partijen wordt gesymboliseerd door de vijf zonen van Pandu. Door zijn vroegtijdige dood werd deze Pandu opgevolgd door zijn blinde broer Dhritarashtra die vervolgens zijn oudste zoon Duryodhana als opvolger aanwees. De verwarring van Arjuna Aan de vooravond van de strijd is Arjuna in opperste verwarring. Hoewel hij een zeer ervaren en volleerde kshatriya (krijgsman) is, staat hij op het punt ‘het bijltje erbij neer te gooien; ongehoord voor een kshatriya . Sri Krishna spreekt hem dan toe en dan laat hij Arjuna inzien dat deze een taak en plicht heeft te vervullen en dat hij het bijltje er niet bij kan neergooien. Dit gesprek beslaat de volgende zeventien hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk is als een inleiding waarbij vele namen van de krijgers genoemd worden. Deze krijgers vertegenwoordigen tegelijkertijd een kracht en kwali- teit die van alle tijden zijn en hun rol spelen in de voortdurende strijd tussen licht en duisternis. Grootvader Bhishma Op het eerste gezicht lijkt koning Duryodhana de grote ‘boosdoener’ te zijn... zijn naam suggereert het al! Maar in feite is hij de grote uitvoerder, de Chief Executive Officer , van de duistere krachten van onwetendheid. Verrassend genoeg ligt de bron van die onwetendheid bij de alom gerespecteerde grootvader Bhishma . Zijn naam komt van de Sanskriet-wortel bhi of bhish met de betekenis van ‘ schrik aanjagen , afschrikken ’. In spirituele zin vormt grootvader Bhishma de grootste hindernis om terug naar huis te gaan. Hij zaait angst en twijfel omdat hij alles zo goed ‘weet’. En zo is het ook. Bhishma is een grote vraagbaak zoals dat in de Mahabharata uitgebreid beschreven staat. Hij weet alles van dharma en van goed gedrag maar hij geeft er een draai aan zodat de weg van en naar dharma effectief wordt afgesloten. De ‘draai’ die eraan gegeven wordt is de draai van universeel naar individueel in plaats van individueel naar universeel ( vyashti naar samashti ). In spirituele zin is Bhishma de opperbevelhebber over het hele leger van zintuiglijke impulsen en verlangens. Ahamkara Hoewel het pad van bevrijding inhoudt dat uiteindelijk het ego, ahamkara , opgaat in het universele, het Absolu- te, brahman , is het van groot belang in te zien dat het ego tegelijkertijd het enige instrument is dat we in han- den hebben om dit pad te gaan. Ook het ego, ahamkara , is een instrument dat ons gegeven is om te gebruiken. Het ego, ahamkara , kent drie staten die rechtstreeks in verband staan met de drie guna’s (kwaliteiten: passief, actief en neutraal). Als de passieve guna ( tamas ) over- heerst is de geest in duisternis gehuld en dwaalt die rond als een kip zonder kop. Dit is voor het overgrote deel van de mensheid in dit tijdperk het geval. Ego, ahamkara , staat in een verduisterde geest gelijk aan ‘demonisch’ hetgeen zo duidelijk te zien is in het leven van alledag in deze wereld. Als rajas (het actieve principe) overheerst, wordt het ego, ahamkara , als een niet in te tomen span paarden dat overal op afstormt en als een razende Roelant tekeergaat. Ook dat is heel herkenbaar. Noten 1 De Bhagavad Gita is een tijdloos geschrift uit India dat het pad van menselijke ontwikkeling beschrijft vanuit de verwarring en wanhoop in een zich alsmaar rond- wentelend wereldtoneel naar de stabiliteit en grens- loosheid van zuiver bewustzijn. Ieder mens heeft toe- gang tot die onbegrensdheid als hij zich de inspanning wil getroosten om die hoopvolle weg af te leggen.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=