14(4)17

6 Reflectie jaargang ı4 num mer 4, winter 20ı7 Karel is een bekend schrijver van boeken op spiritueel gebied die vóór zijn hartoperatie intens naar verlichting zocht. Nu zegt hij: ‘ Na de hartoperatie zie ik hoe ik mijzelf daarmee heb opgelicht. Mijn weg ging via goeroes, langs een keur van spirituele leraren en hun groepen en vele, vele boe- ken die de verlichting meer nabij moesten brengen. Ik werd zelfs ingewijd door enkele meesters en was (althans innerlijk) voortdurend op jacht om te verkrijgen wat zij kennelijk had- den bereikt. Nu is dat allemaal weggevallen en zie ik dat zij allemaal, allemáál, plaatsvervangers waren, evenzovele pausen van een niet-bestaand fenomeen. Er bestaat niet zoiets als uiteindelijke verlichting, dat is een droom, een oneigenlijk sprookje. Hoe meer er van ons afvalt, hoe meer “verlicht” wij raken, jazeker, maar dat zijn enkel stukjes op een weg die eindeloos verder gaat .’ Voor Karel vallen alle zekerheden weg en hij ervaart dezelfde leegte als Wim Jansen en Christian Wiman. Hij belt een een vriend uit het oosten van het land en stelt hem op de hoogte van zijn toestand. Karel vertelt: Die begint spontaan te lachen, een wat ongebruikelijke reactie als je iemand vertelt dat je een hartoperatie hebt gehad. Opvallend is dat zijn lachen mij goed doet. Het is alsof een frisse wind door duister struikgewas blaast. Spontaan begin ik mee te lachen. ‘ Gefeliciteerd Karel ,’ zegt hij vrolijk. ‘ Je hebt weer een stapje gezet op het levenspad .’ Hij herkent mijn hel-achtige ervaring na het bijkomen uit de narcose, want zelf onderging hij ook een operatie na een herseninfarct. ‘ Er waren geen lichtpuntjes ,’ zeg ik, ‘ er was alleen die pijnsfeer en de agonie van een lichaam dat vier uur lang werd uiteengereten en toen weer aaneengenaaid. De narcose hield mijn bewustzijn buiten die operatie, maar de naweeën waren er, met alle lichaamsherinneringen van dien. Ik vraag me nu het één en ander af. Het heeft er veel van weg dat alle spirituele bloemetjes en bijtjes en plafondengeltjes uit mij zijn weggefladderd en er alleen een soort naaktheid over- blijft, de naaktheid van de pure ervaring van het moment .’ Zo ongeveer vertel ik het H. ‘ Juist ,’ zegt hij. ‘ Het enige dat je kon doen was het te dulden. Goed dat je niet meeging met die astrale bewegingen die je waarnam. Dan zou je er minder glorieus uit tevoorschijn zijn gekomen. En nu ...’ ‘ Ja, en nu? ’ vraag ik. Hij begint weer te lachen en ik lach mee. ‘ Je bent ge- reset ,’ zegt hij . Het ervaren van de nacht Kennelijk hebben we vaak die duisternis en leegte- ervaring nodig om totaal leeg en (inderdaad!) ge- reset verder te gaan. Opmerkelijk eigenlijk, die reacties van velen in spiritue- le kringen als je erop wijst dat ‘ duisternis en leegte erva- ren ’ ook wel eens van wezenlijk belang is voor onze spirituele groei. Het is een oeroud mystiek gegeven, maar in veel spirituele en new-agekringen moet je daarmee niet aankomen. Het gaat immers alleen om het ‘licht’. Praten over donker is een poging van het ego om je van het licht af te houden, zeggen ze dan. Al lang ben ik diep onder de indruk van wat zowel oos- terse als westerse mystici zeiden over begrippen als duisternis, leegte en dorheid. Tot in onze tijd toe, zoals Inayat Khan en later ook Dag Hammarskjöld, en nu ook Wiman, Jansen en Caputo. Hoewel ik mijzelf geen mys- ticus noem heb ik wel weet van die leegte en dorheid, maar ik ben bepaald geen somberaar. Daarvan heb ik genoeg gezien in die bevindelijk-gereformeerde sfeer waarin ik ben grootgebracht, waar somberheid troef was. Voor mij is het waardevol om mijzelf leeg voelen te midden van die vele prikkels en te ervaren dat het juist die stilte en donkerte zijn die het leven weer zin en inhoud geven. Begrijp me goed: ik ben gek op zon- overgoten terrasjes en stranden, maar ik ervaar ook de helende kracht van de nacht. Millennia lang hebben mystici en wijzen de duisternis gebruikt als spiritueel instrument ommet hun verleden, hun oude conditioneringen en de beperkte werkelijk- heid van hun samenleving te breken. Spirituele zoekers uit veel oude tradities – Keltisch, oosters, Indiaans, Tibetaans en Afrikaans – hebben de duisternis gehan- teerd als een instrument voor spirituele verlichting. De Spaanse mysticus, dichter en kerkleraar Johannes van het Kruis c.q. Juan de Yepes (1542–1591) sprak vaak over de duisternis en donkere nacht . En hij kende de pseudo-Dionysus, die God als duisternis beschreef, al uit zijn studententijd. Hij kende ook het bijbelse beeld van de donkere wolk. Hij gebruikte deze beelden op een wel zeer originele wijze: een hele donkere nacht die God zelf is, maar ook een psychisch gebeuren. We zien niets, ervaren niets dan donkerte, we verliezen waar we naar verlangden, vroomheid en godsbeelden worden nietszeggend, de zin van het leven ontglipt ons en ook het bidden lijkt een zinloze bezigheid... Het is in deze volslagen duisternis dat we toch worden geleid door een ‘donker licht’ van binnenuit. Donker licht , sta daar eens even bij stil... het lijkt een paradox, maar we kunnen ook spreken van ‘ het licht van onze schaduw ’. Die donkere nacht is een beeld voor de Over de auteur Aat-Lambèrt de Kwant (1943) is van huis uit freelance muziek- en religiejournalist. In de jaren ’90 heeft hij de Spirituele Café’s in Nederland opgericht, om daarna verder te gaan met Quantum Symposia . Sinds 2003 is hij hoofdredacteur van ons medium Reflectie ; eerder hij was ook hoofd- redacteur van Terugkeer en programma­ maker bij ohm ( Organisatie Hindoe Media ). Eventuele reacties of suggesties zijn hem welkom; e-mail: adekwant@upcmail.nl of bel: 072–5119619. Na mijn ziekte [gedicht van Wim Jansen] Jij hebt iets in mij aangeraakt, het trok door heel mijn wezen, het deed mij voor mijn leven vrezen. Jij hebt iets deerlijk in mij aangeraakt. Jij hebt iets in mij stukgemaakt, sindsdien ben ik genezen, Nooit was je lieflijker aanwezig. Jij hebt iets heerlijk in mij stukgemaakt.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=