14(4)17
Schilderij Avond: de rode boom (1908–1910) Reflectie jaargang ı4 nummer 4, winter 20ı7 9 Mondriaan en de bomen: het bospad naar abstractie Om hiervan beter doordrongen te raken liet hij zich in 1908 inschrijven in de Theosofische Vereniging. Mondriaan begon schilderen te zien als een strijdmoge- lijkheid om ‘ de overgang naar hogere sferen ’ te maken. Dat werd zijn visie; daaraan wilde hij zijn leven wijden. Schilderen werd voor hem meer dan het uitzoeken van een nieuwe esthetiek, een nieuwe stijl. Het werd een geestelijk oefenplaats waarin de ‘geest’ worstelde met het eeuwige gevaar van zijn fragmentatie en ontbinding. Theosofie werd zo ook een middel waardoor Mondriaan aan de invloed van zijn vader kon ontsnappen. In de theosofie vond hij de bevrijding van het calvinisme van zijn jeugd. Deze bevrijding was, zoals hij later in zijn leven zou opmerken, nooit totaal. ‘ Er blijft altijd wel wat hangen van vroeger ,’ zei hij eens tegen een vriend in New York, waar hij in de jaren ’40 leefde. ‘ Maar ik doe mijn best het verleden zo veel mogelijk uit te wissen .’ Is dat gelukt? Al zijn biografen zijn het er over eens dat het sobere, bijna ascetische leven dat hij altijd geleid heeft, is terug te voeren tot zijn strenge, uiterst sobere, calvinistische opvoeding. Ook zijn angst voor vrouwen – Mondriaan is nooit getrouwd geweest – en voor seksu- aliteit in het algemeen zou hierop terug te voeren zijn. Het zijn gissingen waar we nooit zeker over kunnen zijn en die Mondriaan nooit als zodanig zou hebben toegegeven. Voor hem was de afstand die hij zijn leven lang bleef bewaren tot vrouwen de enige manier om zijn energie zuiver te houden en helemaal te richten op het enige waarvoor hij leefde: zijn bruid, de Kunst . Evolutie De eerste tekenen van deze nieuwe inzichten zijn te vinden in de landschappen die hij begon te schilderen. Ze waren geen getrouwe weergaven meer van de na- tuur, maar vertoonden geometrische grondvormen, ondanks het feit dat deze in de natuur als zodanig niet voorkwamen. Ze begonnen zich te ontwikkelen in de richting van abstractie. Ook waren er kleuren op te zien die in de natuur niet in deze pure vorm voorkwamen: rood, blauw, geel. De voorstellingen waren nog wel gebonden aan de natuurlijke vormen – men kon nog molens, gezichten, bomen, bloemen, duinen, zee herkennen – maar ze waren duidelijk vanuit een nieuw perspectief geschil- derd. Ze waren, zoals Mondriaan later zou zeggen, ‘van binnenuit’ geschilderd. Een goed voorbeeld hiervan is zijn schilderij ‘ Avond: de rode boom ’. Mondriaan verbleef toen in Domburg en was bezig zijn realistische werkwijze om te zetten in een meer abstracte. Hij was op zoek naar de essentie van
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=