15(1)18

Reflectie jaargang ı5 nummer 1, voorjaar 20ı8 21 Over de auteur Dr. Hans Feddema (1939) is cultureel antro- poloog, voorheen universitair docent aan de vu , historicus, publicist/columnist en initiatiefnemer van het Filosofisch Café Leiden . Feddema is een voormalig Neder- lands politicus, en hij was mede-oprich- ter van de Evangelische Volkspartij en van Groen Links . Feddema bleef actief in Groen Links: hij was lid van het eerste partijbestuur, stond op de landelijke kieslijst van 1994 en 1998. Tussen 1998 en 1999 was hij lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland voor Groen Links en De Groenen. Daarnaast is hij lid van de kerngroep van De Linker Wang , het platform voor geloof en politiek binnen Groen Links. Hans Feddema publiceert regelmatig opiniestukken in dagbladen en tijdschriften. zijn. In het oude paradigma was en is dat volgens Borg: ‘ Het hiernamaals en wat men moet geloven en doen om gered te worden .’ In het nieuwe paradigma is in plaats van ‘verlossing’ het hoofdaccent echter: ‘ transformatie in/tij- dens het leven door de relatie/verbinding met de Bron .’ We stuiten hier op een nogal wezenlijk verschil; een verschil dat tevens een verklarende factor lijkt te zijn voor de grote opkomst van de nieuwe spiritualiteit als impuls tot vernieuwing. De studenten- ekklesia van Leiden vroeg mij in februari 2017 om hen in hun dienst vóór te gaan en daarbij die impuls als thema te nemen. Het thema, dat (naast het volksboeddhisme in zuidelijk Sri Lanka) deel uitmaakt van mijn antropologisch onderzoek. Ik deed dat op zich graag... (ik beschouw het koor o.l.v. Wim de Ru als een sieraad van spiritualiteit in die diensten) net als ik ook wel elders deed, o.a. in de Vrije Gemeente in Amsterdam en Bloemendaal. Maar ik had ook eerdere vernieuwingsimpulsen zoals de nogal eens vergeten vijf andere vormen van spirituali- teit als thema kunnen nemen. Namelijk: [ 1 ] de Karmeli- taanse , [ 2 ] de Benedictijnse , [ 3 ] de Ignatiaanse , [ 4 ] de Fran- ciscaanse en [ 5 ] de calvinistische Nadere Reformatie . Het geeft aan, dat vernieuwingsimpulsen steeds weer opkomen in religie als instituut, ja: dat ze erbij horen. Spiritualiteit raakt de kern van ons bestaan, namelijk als de relatie met de Bron van leven . Ze is gericht op ver- binding met het goddelijke en op het beleven en toe- passen van die relatie op het levenspad van de mens: ‘ de mythische held met de vele gezichten ’. Met als vier vruchten: ‘innerlijke transformatie, zelf­ acceptatie, heelwording en bewustzijnsverruiming’. De vier vruchten zoals ik die verwoordde in mijn boek: ‘ Een Keizer zonder Kleren: Ken jeZelf, God als Kracht en het Dogma Voorbij ’. Verschenen in 2016, bij uitgeverij Aspekt. Een ‘tweede geboorte’? Vruchten lijken mooi, maar – zal men mogelijk vragen – zijn die wel echt nodig op ons levenspad? Een begrijpe- lijke vraag, omdat we al vrij gauw na de geboorte ver- geten, waar we vandaan komen als ziel en wat onze missie is op onze reis. Een levensdoel dus, al of niet in de geestelijke wereld ooit afgesproken voorafgaande aan de incarnatie. De kerk leerde ons eeuwenlang dat we hier zijn om ‘in de hemel’ te komen, en daarom in ‘verlossing’ moesten geloven, i.c. door het ‘reinigende bloed’ van Jezus aan het kruis, wat vooral na of door Anselmus een kerkelijke leerstuk werd. Het maakte mede dat in het christendom onze innerlijke reis in het leven nogal eens stiefkind werd. En dus ook het werken aan vruchten als ‘innerlijke transformatie, zelfacceptatie, (zelf)heling, compassie en bewustzijns- verruiming’. Waarom zou je in die zin aan jezelf gaan werken, als het ‘bloed van Jezus’ de oplossing is? Dat ‘ Jezus alles had volbracht ’, was in calvinistische kringen vaak een argument, zo herinner ik me uit mijn jeugd, tegen het roomskatholieke leerstuk van het ‘doen van goede werken’. Toch lijken alle religies in oorsprong nogal te focussen op onze innerlijke reis in het leven. In wezen ook Jezus, die behalve over ‘h et koninkrijk van het goddelijke in ons ’ sprak over wedergeboorte. En tevens Paulus, die het had over de vruchten van de geest . Uit het jodendom komt het begrip van een nieuw hart, en uit de islam overgave aan God, terwijl het in het boeddhistische pad gaat om loslaten , dus een sterven aan een oude zijnswijze en zo tot een nieuwe vorm van zijn herboren te worden. In het taoïsme hanteert men daarvoor het woord ontledi- gen , ermee bedoelend: sterven aan het oude, als je her- boren wilt worden. ‘Sterven en opstaan’ is trouwens ook iets wat we in het christendom kennen, evenals het woord heiliging . Toch stuit dit mijns inziens wezenlijke accent van spiri- tualiteit, namelijk: de weg van innerlijke transformatie , bij veel mensen binnen en buiten de kerk op weerstand. Net zoals Nicodemus niet meteen ‘ halleluja ’ zei toen Jezus hem de noodzaak van wedergeboorte voorhield. Het is daarom goed er nog wat nader bij stil te staan. Vervreemding en zich afgescheiden voelen Aan het mysterie van de incarnatie van de ziel in een samensmelting van een spermacel en een eicel in een baarmoeder ga ik voorbij. Het kind dat via die incarnatie en zeker na de geboorte ontstaat, krijgt al gauw een zeker zelfbesef, bijv. in de zin dat het honger voelt of een luier, als die nat is, vervangen wil zien. En naast het gevoel een wil te hebben, ontdekt het ook al snel dat er tevens anderen zijn met ook een wil, ja dat het naast en in of tegenover een soort ‘ Umwelt ’ leeft, waar je verbin- ding mee kunt hebben, maar waarvan je je ook afge- scheiden kunt voelen. Die ‘ Umwelt ’ bestaat, zoals Paulus het ooit noemde, uit ‘ twee werelden, een materiële en een geestelijke ’. Een kind kan soms vanuit innerlijk weten of het onbewuste iets zien en zeggen dat verrast en als wijs overkomt. Maar de herkomst van de ziel vanuit de gees- telijke wereld vervaagt niettemin vrij snel, omdat het kind al (over)levend vooral zichzelf wil worden in de nieuwe Aardse dualiteitssituatie, niet in de laatste plaats via het contact met degenen om haar heen. Dualiteit? Ja, al opgroeiend wordt het kind zich ook bewust van de tegenstellingen (goed en kwaad, licht en donker etc.) in het Aardse en hoe daarmee om te gaan. Hoe dan ook, wezenlijk in deze is dat het kind met zijn groeiend zelf- bewustzijn meestal vergeet waar het vandaan komt en zo tegelijk een gevoel van afgescheiden zijn ontwikkelt en daardoor nogal eens vlucht in verslavingen en de- pressie. Ook al is dat ‘ zich afgescheiden voelen ’ de verkla- ring van veel eenzaamheid bij de moderne mens, toch is het doen groeien van zelfbewustzijn zonder te veel zelfafwijzing op zich voor ons van belang om ons tot volwassen menselijke wezens te kunnen ontwikkelen. Mensen zonder ik-bewustzijn voelen zich immers vaak slachtoffer of in elk geval een speelbal in het leven. Anderzijds ligt hier ook de grote valkuil dat men zich een balling gaat voelen in het leven, want geheel los van de on- zichtbare maar niettemin werkelijke geestelijke wereld.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=